LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D17]

THEORIE / INFORMATIE / PRAKTIJK

1976. 

Davi Det Hompson, pagina uit het Atist Book
(archief New Reform)

Wij starten in januari met een tentoonstelling van de Amerikaanse multi kunstenaar Davi Det Hompson. Zijn presentatie bestaat uit 6 grote tekeningen, handgeschreven volzinnen die de verbeelding aanwakkeren van de situaties die hij beschrijft. We geven ook het door hem ontworpen ‘artist book’ ‘
(Couldn’t you sit over here be me?)’ uit met andere teksten uit zijn oeuvre.

Het kunstleven in Aalst boert redelijk goed en dat zet de Galerijen Pieter Coecke, Valerius De Saedeleer, Elias (Wieze), S65 en New Reform er toe aan om maandelijks, naar het voorbeeld van enkele grotere kunststeden, gezamenlijk een programma affiche te verspreiden. Het initiatief zal van september 1975 tot juni 1976 worden volgehouden.

KASK EN PROKA

Wim Van Mulders nodigt ons uit om met het potentieel[1] van New Reform een tentoonstelling op te zetten in de gebouwen van de KASK onder de auspiciën van Proka. Het non-conformistische karakter van Proka is een verademing, ze vershaft ons de nodige vrijheid. Voor elke groepstentoonstelling bedenk ik een thema. Mijn uitgangspunt voor dit project is dat elk kunstwerk de facto ontstaat uit een idee dat zich voortplant in een proces van produceerbaarheid en tot slot in de praktijk gestalte krijgt. Vandaar de toepasselijke titel: 'Theorie, Informatie, Praktijk’ . Een tentoonstelling met contrasten en discussiepunten.

Paul Gees zorgt voor een gigantische installatie waarin hij een onderzoek opent naar de wisselwerking tussen mens en natuur, tussen maatschappij en individu en de mens in zichzelf. Het uitgangspunt is het chaotische wereldbeeld dat wij dagelijks via de media en meer bepaald  TV beelden voorgeschoteld krijgen en wat wij er als individu tegenover stellen. De installatie is een toevluchtsoord waar in zithoeken verfrommelde kranten liggen en monitoren met flashbacks uit het TV nieuws de bezoekers informeren over de negatieve aspecten verbonden aan de consumptiemaatschappij.

Met een installatie en een performance zet Hugo Roelandt zijn onderzoek verder naar het menselijk ‘esthetisch ideaal’. 5 performers nemen naakt een pose aan van gebeeldhouwde figuren uit het oeuvre van Michelangelo (di Lodovico Buonarroti Simoni,1475-1564). De performers veranderen regelmatig van plaats en houding zodat de orde die Michelangelo schiep wordt omgebogen naar een objectieve werkelijkheid. Live is anders dan gebeeldhouwd of geschildert. Met zijn onderzoek trekt Hugo de bewering in twijfel dat de Italiaanse renaissance schilder de ongenaakbare schepper is van de perfectie.

SOUND SPOT

Zarębski (staande) 'Sound Spot'
(foto RD, archief New Reform) 


Op 5 februari ontvangen wij de Poolse kunstenaars Krzysztof Zarębski en Krzysztyna Jachniewicz met de performance 'Sound Spot'. Ze worden bijgestaan door de Logos musici Linda Walker (VS), Godfried Willem Raes en Monique Darge. De performance  heeft tot doel om bij de aanwezigen creatieve energie los te maken. De omgeving waarbinnen de beleving zich voltrekt wordt ondergedompeld in een proces van lichamelijke en ruimtelijke transformaties. Krzysztof Zarębski gebruikt hiervoor consumptie- en wegwerpartikelen die hij beschouwt als contactzones tussen mens en planeet en die op het einde een desolaat landschap van vernietiging achter laten.

HET FENOMEEN BEUYS

Cover New Reform Nieuws
(archief New Reform)

Joseph Beuys, kunstenaar en professor aan de kunstacademie van Düsseldorf, werpt zich op als de spiritueel leider van een nieuwe generatie kunstenaars. Zijn filosofische en politieke uitspraken boeien en lokken massa’s jongeren naar zijn meetings die hij als “maatschappelijke kunstwerken” (‘sociale plastik’) omschrijft. Volgens Beuys reikt de wijsheid en creativiteit van de volkerenmassa verder dan de politieke compromissen die de vertegenwoordigers van het volk uitwerken. Maar de massa moet bewust worden gemaakt van haar potentiële creatieve waarde. Om dit doel te bereiken ontwerpt hij  alternatieve politieke structuren die leiden naar een democratische besluitvorming. Ook ik ben gefascineerd door zijn uitspraken en visies en maak er een tweedelige tentoonstelling over. Ze bestaat uit publicaties van zijn ‘beweging voor directe democratie’, catalogi, affiches en enkele edities. Ik nodig de Canadese kunstenaar Clive Robertson en de Duitsers Gert Scherm, Peter Below en Albrecht D. uit om hun impressies over de figuur van Beuys te delen. De ingezonden werken bestaan uit teksten, foto’s en collages met reflecties over zijn ideologische grondbeginselen. De uitnodiging en de cover van NRN n° 32  ontwerp ik zelf met een collage van nooit eerder gepubliceerde foto’s. Daarop is te zien is hoe Beuys met zijn wijsvinger op gebiedende wijze aandacht vraagt en vervolgens met een armbeweging vrolijk lachend een flesje pils naar zijn mond brengt en er aan slurpt, als wil hij hiermee zijn verwantschap met de zogenaamde lagere sociale klasse lijfelijk uitdrukken.

POLITIEK INTERMEZZO 2

Bijeenkomst 'Zeg uw Zeg' in het CSV
(Foto en archief RD)


Wij zijn in augustus als Bert Van Hoorick mij vraagt om mee vorm te geven aan de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van de BSP. De stad maakt zich klaar voor een fusie met acht andere landelijke gemeenten en Bert vreest dat hij de verkiezingen zal verliezen omdat zijn partij in deze gemeenten geen rol van betekenis speelt. Ik spreek enkele vrienden uit de cultuursector aan om mee te werken aan de campagne die focust op culturele participatie en milieuactie. Samen met de jongerenkandidaten vormen wij een team[2] en werken een campagnestrategie uit die de jeugd moet aanspreken. Zo komen er een reeks ‘Zeg uw Zeg’-avonden tot stand in het CSV, geleid door journalist Johan Velghe, waar jongeren hun mening kwijt kunnen over het gevoerde beleid. 

Stripverhaal Anne Mie Van kerckhoven
(Foto en archief RD)
Er wordt beslist om een krant uit te geven die huis aan huis bedeeld wordt. Ik spreek kunstenares Anne-Mie Van Kerkhoven aan om een stripverhaal  te tekenen en een prentbriefkaart te ontwerpen waarmee wij de aandacht vestigen op de dringende sanering van de Dender. De rivier is het onderwerp van vele verontruste gesprekken onder de bevolking die met afgrijzen de walm, reukhinder en lozing van afvalwater door de bedrijven beu zijn. Een week voor de verkiezingen organiseren wij een ‘open’ manifestatie in de zaal Madelon waar progressief Aalst de kans krijgt om zich voor te stellen. Er zijn optredens van Jan en Piet Louis (PAN’s poppentheater), Gustaaf De Meersman (maatschappelijk theater), Frans Redant (Het Trojaanse Paard) en Wim Roos (poëzie) en een spreekkoor onder de leiding van Jo Corthals. Oxfam Wereldwinkel, Christenen voor Socialisme en andere alternatieve socio-culturele verenigingen richten er infostands op. 

De gang die toegang verleend tot de zaal wordt symbolisch bekleed met boomplanten, een verwijzing naar ons plan om het milieu te vergroenen. Op het einde van de avond kunnen de planten worden meegenomen. Wij sluiten af met een ‘gratis’ en nachtelijk rockconcert door Tjens-Couter (Arno Hintjens en Paul Couter) en Karel Bogard’s Highway Band (Kandahar). Behalve Tjens-Couter heeft iedereen van de ariesten wortels in de stad. 

Na de verkiezingen verkoopt de BSP de CVP een koekje van eigen deeg. Bert Van Hoorick laat zijn persoonlijke ambities varen en maakt de populaire liberaal Louis D'Haeseleer, die hij jarenlang heeft bekampt, burgemeester in een coalitie met de BSP, VU en PVV. De CVP die als grootste fusiepartij met 16 zetels uit de verkiezingen is gekomen slikt een bittere pil en wordt naar de oppositiebanken verwezen. Op 30 maart 1977 stelt de gemeenteraad mij aan als lid van de 'bestuurscommissie' in de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten. Het begin van een jarenlange liaison met het bestuur van de stad.

De pas aangestelde bestuurcommissie
van de academie, samen met durectie
en schepenen. Ik sta helemaal links in vooraanzicht.
(Foto Henri Arijs, stadsfotograaf, archief RD)


ANTONIO MUNTADAS ILLEGAAL

Antonio Muntadas 'Actie Reproductie'
(Archief New Reform)

Op 20 november voeren wij met de Spaande kunstenaar ’Antonio Muntadas de performance ‘Actie Reproductie uit. Veel wil hij er vooraf niet over kwijt maar op een middernachtelijk uur breken Antonio Muntadas, ikzelf, Hugo Roelandt, Narcisse Tordoir, Jan Janssen, Chiel, Paul Gees, Rudolf Verbesselt, Emiel Luyck en Mon van der Biest  binnen in de fabriek ‘Free Dress’ in de Stoofstraat. Eigenaar Emiel Luyck heeft mij daar de toelating voor gegeven maar we kunnen de draagwijdte van de actie vooraf niet inschatten. De alarmsystemen zijn uitgeschakeld zodat wij geen tussenkomst van de politie moeten vrezen. We begeven ons via de ateliers van de arbeiders naar de kantoren door het breken van het glas in een deur die ons na ontgrendeling de toegang tot deze zone verschaft. Wij worden gevat door een beklemmend gevoel: middernachtelijk uur, schemerlicht, een verlaten fabriek en de illegaliteit van de actie. De groep schaart zich rond het fotokopieerapparaat terwijl Muntadas, onder het oplichtend licht, voor elke aanwezige een kopie van de cover van NRN n° 31 maakt, aangevuld met de willekeurige flarden politiek nieuws gescheurd uit de dagbladen van die dag. De namen van de aanwezigen worden in handschrift op de cover neergeschreven en gaan zo mee door het kopieerapparaat . Het maakt ons medeplichtig. Muntadas wil ons aan den lijve laten aanvoelen in welke duistere omstandigheden vooruitstrevende kunstenaars in het Spanje van dictator Francisco Franco (1892-1975) dienden te werken en nog moeten werken in landen waar cultuur en persvrijheid aan banden worden gelegd. De publicatie maakt in 1977, samen met enkele andere werken van Muntadas, deel uit van de tentoonstelling ‘Performance Art’ die ik cureer in het ‘Stadstarchiv’ van Kassel tijdens Documenta 6.

HOP NAAR DÜSSELDORF

Hugo Roelandt Performance in Düsseldorf
(Foto RD, archief New Reform)

De Duitse kunstcriticus Elisabeth Jappe, een autoriteit voor de performance kunst, vraagt mij om een bijdrage te leveren voor een internationaal performance festival dat ze organiseert als randprogramma van de ‘Internationale Kunst en Informationsmesse’ (IKI) in Düsseldorf. Het festival maakt gebruik van de publieke belangstelling voor de beurs om performance kunst onder de aandacht te brengen. Wij reizen op 23 oktober met een groep medewerkers en sympathisanten af naar Düsseldorf. De reis verloopt op zijn zachts gezegd chaotisch. We zoeken onze toevlucht in goedkope hotels om de kosten te drukken. Met het honorarium kunnen wij hoogstens eten en drinken in het restaurant van de beurs. Wij drijven op enthousiasme en solidariteit. Hugo Roelandt brengt er een dag later de uitvoering van ‘A Performance By, Hugo Roelandt’, die hij nog zal herhalen in Aalst (New Reform/PAN) en Antwerpen (ICC). Volgens Hugo is het publiek tijdens ‘Theorie, Informatie, Praktijk' niet competent genoeg gebleken om aan het onderzoek naar het ‘esthetisch ideaal’ mee te werken en dus kiest hij voor een “autonome methodologie” onder de noemer: “kunstenaar is kunstenaar en God de Vader tegelijk” waarmee hij afstand neemt van de vermeende medewerking van het publiek. Onder het motto “wat zichtbaar is, is niet toevallig” worden TL-lampen gebruikt die de performers met zich meedragen en waarmee ze zichzelf belichten. De TL-lampen moeten de aandacht aanscherpen. Joris De Laet, Paul Geladi en Luc Steels creëren muziek in ‘real time’ met synthesizers, elektronische mixers en invloeden van externe geluiden. 

SCHANDE !

Het nieuwe schepencollege hecht weinig waarde aan hedendaagse kunst. De onder schepen Bert Van Hoorick opgebouwde progressieve waarden vervallen als sneeuw voor de zon. De stedelijke kultuurhuizen krijgen te maken met puur commerciële tentoonstellingen. Ik onderteken en verspreidt samen met Hugo Roelandt en Paul Gees een pamflet waarin wij het verval aan kaak stellen.


(vervolgt)

[1]Joseph Beuys, Timm Ulrichs, Heinz Breloh, Klaus Groh, Helmut Schweizer, Joseph Kosuth, Davi Det Hompson, Ken Friedman, Peter Van Beveren, Gabor Attalai, Coum Transmissions, Robin Crozier, Actual Art Agency, Erik Andersen, William Louis Sorensen, Niels Lomholt, Ubbeboda Group, Paul Gees, en Hugo Roelandt.

[2] Fons Schorreel, Dirk Brejou, Lugart Van Nuffel, Jan en Piet Louis, Yves Van de Steen, Jean-Louis Marcelis, Dirk Rimbout, Patrick Huion, Lieven Mathieu, Sonja De Schaepdrijver, Jo Corthals, Johan Velghe, Gracienne Van Nieuwenborgh, Hendrik Cammu en Eddie Monsieur.


LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D16]

 TELEVISIE ALS MEDIUM 


Begin december organiseren wij een 'videoweekend'  met de bedoeling Belgische kunstenaars aan te zetten om gebruik te maken van het medium dat in opmars is. Ik huur bij de firma ITA Electronics in Gent recorders om videotapes te projecteren en camera’s om kunstenaars de mogelijkheid te geven om te experimenteren met opnames. Ook voor hen een primeur. Een technieker van de firma staat ons bij. New Reform wordt tot een studio omgevormd maar slechts één kunstenaar, Erik Devolder uit Gent, bijgestaan door acteur Johan D’Hollander, maakt gebruik van de opnameapparatuur. De oorzaak van zo weinig belangstelling zoek ik in het feit dat er onder de Belgische kunstenaars onvoldoende kennis en durf aanwezig is om met de techniek van video(kunst) om te gaan en het medium niet vanzelfsprekend is om als volwaardig ‘kunstwerk’ verhandeld te worden. Een doorbraak kunnen wij niet forceren.

Flyer New Reform Video Weekend (archief New Reform)


‘De kleine groep videasten in Vlaanderen zijn grotendeels uit zichzelf ontstaan, een specifieke opleiding bestaat nauwelijks. Het kunstonderwijs is nog niet aangepast om het hoofd te bieden aan de opkomst van video. Nochtans zit er toekomst in dit medium. Het aantal TV zenders neemt gestadig toe. Cineasten en regisseurs doen aan beeldvorming zonder dat ze als beeldend kunstenaar worden opgeleid.Zij zijn de kunstenaars van de toekomst. In het buitenland zijn coöperaties en groepen van kunstenaars ontstaan die met het medium experimenteren. Hun activiteiten situeren zich doorgaans op het vlak van de communicatie, sociale- en culturele doeleinden of zijn louter informatie verstrekkend. Ook in de gesloten TV-circuits of wat wij noemen de regionale kabeltelevisie zie ik mogelijkheden De indirecte inbreng van videokunstenaars kunnen op deze terreinen een belangrijke rol vervullen, is mijn inschatting”. 

1975 : DE EXPLOSIE VAN DE MEDIA 

Poster en uitnodiging (archief New Reform)


Zaalzichten (Foto's RD, archief New Reform)












Door kunstenaars ontworpen uitnodigingskaarten, posters, boeken en andere drukwerken zijn vaak kunstwerken op zich. Het maakt voor de ware kunstliefhebber geen verschil uit om een conceptueel kunstwerk van Joseph Kosuth te lezen op een uitnodigingskaart of ingelijst in een galerie. Het enige verschil met de originelen is dat ze niet gesigneerd zijn en de commerciële waarde voor de verzamelaar van de kaarten miniem is. Ze werken anderzijds een vorm van democratisering in de hand. De productie van dit soort publicaties is zo groot en veelzeggend dat ik besluit om met deze drukwerken een tentoonstelling samen te stellen: 'De explosie van de media', tijdens welke ik New Reform tijdelijk omdoop tot ‘het museum van de informatie’. 


COUM TRANSMISSIONS


Op 15 juli hebben wij een afspraak met een aantal kunstenaars in de 'Art Meeting Place' (AMP) in Londen. De AMP is een door kunstenaars in eigen beheer (Artist Run Space) ingerichte oude garage met ateliers, plaats voor tentoonstellingen en conferenties. Performance kunstenaar David Miller bracht ons op het idee om daar in gesprek te gaan met de kunstenaars van het collectief rond het thema 'aspects of the avant-garde in Engeland'. Voor één pond huren wij de nodige tijd en ruimte en worden tijdelijk lid van AMP.  

Wij ontmoeten er ondermeer Genesis P-Orridge en Cosey Fanni Tutti  die samen de performance groep 'COUM Transmissions' vormen, later Throbbing Gristle, en ook Dirk Larssen die samen met Tom Puckey 'Reindeer Werk' is. Ze maken deel uit van de Londense avant-garde en ik besluit met hen samen te werken. Ik nodig Coum uit voor een performance op15 februari tijdens de opening van 'De Explosie Van De Media' en vervolgens in het KK centrum van de UIA (17 februari). 

Coum Transmissions: 'Installatie' 
(Foto RD, archief New Reform)

C


Genesis P-Orridge en Cosey Fanni Tutti
performen 'Omissions' in New Reform.
Foto's Walter Schelfhout (archief New Reform) 

Zij arriveren bij ons thuis op 13 februari in het holst van nacht. Ze maken de reis van Londen naar Aalst met een bestelwagen en zullen vijf dagen met ons samenleven. Wij bereiden de performances voor en zijn continu in gesprek. In de tentoonstelling is ook ‘L'ecole de L'art Infantile’ opgenomen, een knettergekke verzameling voorstellen van verschillende kunstenaars rond het thema ‘Global Infantilisme’ die ze vervolgens ook zullen tonen op de Biënnale van Parijs. Tijdens de 1 uur durende performance 'Omissions' wordt geen woord gesproken zodat de aanwezigen een uitsluitend visuele- en geluidsperformance te zien krijgen uitgevoerd met lichamelijke handelingen die zich situeren in het privé domein van de kunstenaars. Het privé domeinwordt openbaar verklaard. Ze vertrekken van uit het begrip: "Everything about Coum is true, Everything about Coum is false, Everything about Coum is nothing. It is by omission that we might be exact". Het thema is tegelijk absurd, fascinerend en boeiend, zonder vooropgezet plan. Genesis P-Orridge en Cosey Fanni Tutti  starten hun performance met in het midden op de vloer een sculptuur gevormd uit vele losse elementen zoals spiegels, melkflessen, werktuigen, wandelstokken, tafel, bandrecorder, micro’s. En ze eindigen in een situatie waarbij alle elementen over de zaal verspreid liggen en een toestand van desorganisatie is ontstaan. 

"Men heeft soms een hekel aan Coum of wantrouwt het. De mensen doen altijd alsof ze boven zichzelf verheven willen worden, maar in werkelijkheid zijn ze verschrikkelijk bang dat er echt iets met hen gebeurt. Wij willen dat de mensen zichzelf zijn en daarvoor moeten ze de verkeerde ideeën die ze over zichzelf hebben opgeven. Mensen houden van de zogenaamde kunstenaars die hen zoet houden met esthetische alledaagsheden. Ze zijn bang om de werkelijkheid, in welke vorm dan ook, onder ogen te moeten zien. Iets waar je geen afstand van kunt nemen kan je ook geen naam geven", aldus een statement van Genesis P-Orridge & Cosey Fanni Tutti.

Op zondag maken wij samen een wandeling naar het stadspark. Het is het laatste weekend van de carnavalperiode. In de Kattestraat botsen wij op een aantal verdwaalde carnavallisten  die terugkeren van de Prinsecaemere. Genesis P-Orridge en Cosey Fanni Tutti  dragen een kleurige punk-outfit en redelijk wat make-up, ik een jas uit schapenvellen en Marie-Hélène een lange mantel en we hebben allemaal lang haar. Het is voldoende voor volksfiguur 'Dolfken den trommeleer' om ons te associëren met carnavalisten wat mij verplicht tot een omstandige uitleg aan onze Londense vrienden. In het park zelf voeren zij nog een deel van een performance uit met ons beiden als toeschouwer op de zitbank. 

Absurditeit vindt men ook terug in de 'events' en 'pieces' van Fluxus kunstenaar Ken Friedman. Zijn tentoonstelling ‘Uitzicht op een inzicht’ (april) bestaat uit tientallen vellen papier bedrukt met voorstellen voor handelingen die door gelijk wie kunnen worden uitgevoerd. Zo kan je op restaurant gaan met een denneboom als partner. Door hun zeer natuurlijke conceptie leert men vooral de anekdotische waarden uit het dagelijkse leven (h)erkennen. Een van onze Aalsterse volgers zal bovenstaande 'event' uitvoeren. 

WILLIAM LOUIS SORENSEN

Instructies voor 'The sound and
mouvement scannng a picture' 
(archief New Reform)

De Deense kunstenaar William Louis Sorenssen stuurt ons conceptuele ontwerpen voor videoprojecten, geluidsinstallaties en performances. Met zijn instructies voeren wij de dia-installatie: ‘The sound and mouvement scannng a picture' uit. Op een statief staat een projector van waaruit het woordje 'dia' op een scherm wordt geprojecteerd, een simpele voorstelling van de werkelijkheid. Er ligt ook een afstandbediening klaar waarmee de bezoekers de dialader kunnen verplaatsen waarna men een wit vlak te zien krijgt wat aanleiding geeft tot het terugspoelen van de dialader. De verplaatsing verwerkt een sonoor geluid omdat de dia telkens wordt scherpgesteld. 





NACHT VAN DE AVANT-GARDE

Op 3 mei organiseren wij ’De Nacht Van De Avant-Garde' een aaneenschakeling van verschillende soorten performances en evenementen. Bedoeling is om kunstenaars en publiek samen te brengen in een los verband anders dan de gebruikelijke setting van een vernissage. Wij wijken hiervoor uit naar de Pan bar. Iedereen komt, gaat en keert terug op gelijk wel tijdstip van de nacht. Het ‘Collectief voor Sociologische Kunst' (Hervé Fischer, Fred Forrest en Jean-Paul Thenot ) voeren tafelgesprekken over maatschappelijk onderbouwde kunst. Voor Peter Van Beveren is het zijn eerste publieke optreden in België. Zijn 50 zelf ontworpen stempels zijn doordenkertjes met een surrealistische insteek: ‘Any Work of Art Not Signed By Me Is An Imitation By Max Ernst’. Voor ‘de nacht’ heeft Peter twee nieuwe stempels laten maken, een met ‘Peter van Beveren, New Reform, Stamp Happening’ en een tweede met ‘Today I have seen Fischer for the first time’. Hij stempelt ze beide op een blad papier dat gesigneerd aan de aanwezigen wordt meegegeven als kunsteditie. 

Peter Van Beveren, pamflet editie nav
Nacht van de avant-garde.
(archief New Reform)

Experimenteel musicus Godfried Willem Raes, die tot de hardnekkigste critici van de internationale avant-garde muziek behoort (Logos)  en Jean Paul van Bendegem presenteren een selectie muziekstukken van henzelf. Logos collega Luc Houtkamp improviseert onaangekondigd enkele nummers op saxofoon en Lieve de Pelsmaeker stelt haar sonomobielen voor. Er worden films vertoond van de Britse cineast & kunstenaar David Parsons, Niels Lomholt, Actual Arts  en Mike Parr.  Phil Mertens, conservator van het Museum voor Moderne Kunst in Brussel, stelt haar project ‘Assenede 75' voor. Van Coum Transmissions wordt de dia show 'L’Ecole de l’Art Infantile' geprojecteerd. De Britse kunstenaars Janet Goddard en Tony Costa, die samen de performancegroep 'Words, Actions and Situations' vormen, voeren de performance 'Lineout' uit. Christian Bussy, producer van het magazine Arts Hebdo (RTBF) covert de nacht in een uitzending van ruim 20 minuten op 18 mei. 



CAMERA EVENT

Voor sommige projecten wijken wij uit naar de grote zaal van het CSV. Musica Contemporana de Lisboa, ensemble van de Portugese componist Jorge Peixingho zorgt voor een concert met avant-garde muziek en Theater DADhAnova uit Hannover voor de multimedia happening ‘Wer moo sagt muss auch goo sagen’. Spektakels waarin een veelzijdig aantal kunstvormen aan bod komen. Wiak verzamelt voor deze manifestaties de medewerking van een aantal verenigingen zodat wij kunnen rekenen op een ruim publiek.


In september tonen wij flyers, affiches, teksten en proposities op papier van Ben Vautier, Wolf Vostell, Timm Ulrichs, Eric Andersen en WL Sorenssen die als volwaardige kunstwerken worden aanzien. De met Fluxus en happening verwante kunstenaars beschouwen het als één van hun opdrachten om met mensen in dialoog te gaan, eerder dan kunst te verkopen. Kunst is ernstig voor mensen met geld die het eigendomsrecht van het kunstwerk nastreven en ludiek voor mensen die er enkel naar kunnen kijken. Zo hangen wij de poster “Ich kan keine kunst mehr sehn” op van Ulrichs, waarop hij staat afbeeldt als een wandelende blinde die met zijn blindenstok naar de grond tast. 

Tijdens een bezoek aan Maastricht (mei) loop ik langs bij Agorastudio waar foto’s worden getoond van de in Nederland levende Hongaarse performance kunstenaar Nikolaus Urban. Korte tijd later gaan wij een live performance bekijken in de Vleeshal te Middelburg. Wij besluiten tot een samenwerking, Hij stelt voor om de performances ‘Camera Event’ en ‘Glass Event’ uit te voeren. Voor de eerste heeft hij een fotocamera nodig die als onderdeel van de performance vernield zal worden. Volgens afspraak kopen wij een tweedehandse aan maar kort voor de start van de performance beslist hij dat het gekozen toestel niet voldoet aan zijn verwachtingen. Hij vraagt dan maar een toestel aan een van de niets vermoedende aanwezigen. Urban spoelt de camera in een emmer met wasproduct waarna hij het apparaat tegen de grond gooit. Een uitbarsting van woede of pretentie? De agressieve aanpak in de performance komt hard aan bij het publiek. Hij laat in de daaropvolgende minuten geen discussie toe waardoor een stomende conflictsituatie ontstaat. Hij weigert halsstarrig om zijn performance te verklaren en voelt zich integendeel geviseerd door het kritische publiek dat zijn twijfels uit over de artistieke draagkracht van de performance. In de gesprekken die wij samen in de daaropvolgende uren voeren blijkt dat de omvang van deze problemen hem niet interesseren. De performance heeft wonden geslagen. Beroepsfotograaf Sylveer Van Impe, die de performance registreert weigert zijn negatieven ter beschikking te stellen. Pas na mijn aandringen en de betaling van 500 BEF (€ 12,39) komen wij in december tot een vergelijk en krijgt Urban zijn negatieven. Samenleven in onze woning met deze kunstenaar is onhoudbaar geworden door de gespannen toestand en omwille van andere gebeurtenissen waarbij hij weinig respect toont voor het hem aangeboden verblijf. Om nieuwe reacties te voorkomen besluiten wij de tweede performance af te gelasten en de samenwerking stop te zetten. De tentoonstelling zelf zal doorlopen zoals voorzien. 

Helmut Schweizer (archief New Reform)


Helmut Schweizers oeuvre is gericht op menselijke relaties met de natuur. Wij tonen (18-26 okt.) een diaprojectie waarin te zien is hoe hij bloemen en planten met zijn handpalm manipuleert en in bomen klimt en een spreidstand aanneemt met zijn armen en benen tussen de takken die zo uit elkaar worden gedreven of met zijn lichaam verbonden. Zijn handelingen compromitteren de natuurwetten of stellen ze op zijn minst in vraag. Naar aanleiding hiervan publiceren wij een tekst waarin hij zijn praktijk toelicht.


CREATIEVE SOLIDARITEIT






Poster 'Traveling museum' en muurkrant met aankondiging dagactiviteiten (archief New Reform)

YOSHIO NAKAJIMA'S TRAVELING MUSEUM

Wij houden al enige tijd contact met de Japanse ‘mixed-media’-kunstenaar Yoshio Nakajima die zich een kunstmissionaris noemt en het Europese continent afreist. In de jaren zestig was hij samen met Hugo Heyrman, Panamarenko, Wout Vercammen op de eerste rij betrokken bij de Antwerpse happenings. Finaal vindt hij een vaste stek in Lönsboda (Zweden) waar hij samen met enkele plaatselijke kunstenaars de ‘Ubbeboda Group’ opricht. Het kunstenaarscollectief bestaat uit klassieke beeldhouwers en schilders, cineasten, performers, happeningmakers en multimedia kunstenaars. De groep neemt het initiatief om een 100 dagen durend symposium te organiseren dat zich onder de naam 'Travelling Museum' verspreidt over vele Europese locaties. New Reform wordt eind maart 1975 de trefplaats van een contingent kunstenaars uit diverse Europese landen. Vijf dagen lang worden wij geconfronteerd met een totaalhappening waarvan de evenementen aan de lopende band zonder veel voorbereiding tot  stand komen. Er heerst geen discipline onder de deelnemers en wie een kijkje komt nemen word tot actieve deelname uitgenodigd. Uiteindelijk zullen zo’n 30 kunstenaars deelnemen aan het symposium. Ze slapen op luchtmatrassen en ‘Isomo’-platen in de lokalen van het CSV en douchen bij ons thuis. De lokale kruidenier ziet zijn omzet stijgen. Uiteindelijk fladdert iedereen weg zoals ze zijn gekomen.


ROBIN CROZIER

Cover New Reform Nieuws met 
handgeschreven richtlijnen van Robin Crozier
(archief New Reform)



Robin Crozier streeft naar een zo groot mogelijke betrokkenheid bij het tot stand komen van zijn kunstenaarspraktijk. Hij ontwerpt de cover van NRN n° 29 met de instructies om een gemeenschappelijk kunstwerk te realiseren. Het zal bestaan uit: 1. Collages en tekeningen van hem zelf, 2. Kunstwerken die hij heeft gemaakt in samenwerking met zijn studenten, 3. Werken gemaakt door de bezoekers van de tentoonstelling en 4. Instructies voor bezoekers die hun werken met de post willen verzenden naar Crozier die ze dan op zijn beurt bewerkt en terugstuurt. Crozier wil met zijn praktijk de kunst ontdoen van haar puur zakelijke waarde en de exploitatie die zich hoofdzakelijk richt tot de financieel vermogende. Anderzijds wil hij de mythe van de kunstenaar die in zijn atelier eenzaam werkt aan een oeuvre ontkrachten. 
(vervolgt)

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D15]

IN HET CSV : DE NIEUWE RUIMTE MET OPEN DEUREN


New Reform in het CSV (foto RD, archief NR)



Tijdens een benefietetentje in de PAN zitten wij aan dezelfde tafel als Paul Gees die in het CSV aan de slag is gegaan in een jobcreatie-(DAC) project. Hij kan er zich als net afgestudeerd binnenhuisarchitect experimenteel uitleven met de inrichting van de lokalen rekening houdend met de verzuchtingen van de deelgenoten in het project. De voor New Reform beschikbare ruimte is gevestigd op de dakverdieping. Wij besluiten om de ruimte in te richten met verplaatsbare wanden. Ik zie het al sinds lang niet meer zitten om te werken met een strikt afgebakende zone omdat ik mij afwend van de klassieke verhoudingen waarbij 'het kunstwerk' in relatie word gebracht met een muur tout court. Ik voel meer voor de performance- en installatiekunst en dat kan ik niet realiseren in een met vaste wanden afgebakende white-cube. Dus richt hij New Reform in met verstelbare wanden en zonder vast plafond waardoor het dakgebinte van de fabriek zichtbaar blijft en door haar hoogte een gevoel van geestelijke vrijheid verschaft. De enige vaste wand, behalve de steunmuren van het gebouw zelf, bevindt zich aan de toegangsdeur. Maar om de ruimtelijkheid te benadrukken plaatst Paul in de houten muur een ruitvormig raam en in de toegangsdeur vier kleine raampjes in een symmetrische vorm. Elementaire keuzes die later nog in ‘zijn’ oeuvre als kunstenaar zullen opduiken als rechthoekig gekantelde vlakken. Als de witte verplaatsbare wanden van de ruimte in een gesloten houding staan kan men door de raampjes naar binnen gluren en de architectuur ontwaren die door haar mobiele karakter functioneert als een zelfstandige sculptuur. 





New Reform voor en na de
verbouwing (foto MH, archief NR)










FILM EN VIDEO

Ik doop de vernieuwde New Reform om tot een ‘centrum voor kunst en mediale projecten’. De activiteiten hervatten (21-23 september) met een film en videoinstallatie van Takahiko Iimura: 'A Loop Seen As A Line'. Taka Iimura, die op dat ogenblik in Berlijn resideert met een beurs, is aanwezig om zijn projecties voor te stellen. Zo is er een filmprojectie die hij heeft klaargemaakt door handmatig op de pellicule met stift een lijn te trekken. Een andere heeft hij zwart gekleurd met de uitsparing van de lijn in het midden. Beiden worden door twee projectoren naast elkaar in loop geprojecteerd zodat de beelden, een wit vlak met zwarte lijn en een zwart vlak met witte lijn, zich urenlang herhalen. De lijnen bewegen, door de handmatige bewerking, lichtjes naar links en rechts waardoor er een grafisch spel ontstaat tussen de twee loodrechte lijnen. Hetzelfde doet hij ook in zijn video's maar de tekeningen op de filmstrook verschillen bij elke projectie. 

“In these plans, what I am interested in  is to have self-communication and two-way communication by means of video”.  

Taka Iimura, september 1974.

Taka Imura, projectie en installatie 1974
(foto RD, archief NR)


Van 4 tot 6 november zijn de Poolse kunstenaars: Zdzislaw Sosnowski, Jolanta Marcola en Janusz Haka onze gasten  met film en diaprojecties, foto's en drukwerken van performances. Ze zijn bekend geworden door hun medewerking aan ‘The Actual Art's Agency’, een kunstenaarscollectief in Wroclaw. Ze profileren zich met een open geest in een gesloten regime. Tot eenieders verbazing komt daar verandering in als het communistisch regime wordt overgenomen door de nieuwe (conservatieve) bewindvoerders en de avant-garde in de kiem wordt gesmoord. Haka vestigt zich in Italië en Zdzislaw Sosnowski vlucht met zijn vrouw, de kunstenares Teresa Tyszkiewicz, naar Frankrijk.





Boven installaties "Actual Art Agency' onder links 
ZdzislawSosnowski,Jolanta Marcola, Roger, Marie-Helene
en Janusz Haka (archief New Reform)

VORMEN VAN CREATIVITEIT

Om reden dat ‘kunst’ als gangbare nomenclatuur refereert naar het historisch verleden wens ik het ‘geijkte’ naamwoord niet te gebruiken voor de tentoonstelling 'Vormen van Creativiteit'. Kunst is een creatie van de tijdsgeest en mag geen belang hechtten aan historische recuperatie en commerciële waarden. Ze moet kunnen vertrekken van een ombeschreven blad. Luc Steels neemt deel met een computerfile die met de nodige kennis kan worden geactiveerd, ar(t)chitect Johan Van Geluwe hangt met ludieke spirit een openbare bouwaanvraag uit voor New Reform, Helmut Schweizer toont kleurfoto's waarop te zien is hoe hij de natuur handmatig manipuleert door met zijn vingers takjes te ontdoen van een laagje ijs, Hervé Fischer zet zijn 'hygiënische zuivering' van de kunst verder, Mark Verreckt probeert het publiek mondig te maken door het uitdelen van letters in tipzakjes, Filip Ehrenberg stuurt de primaire lay-out voor zijn kunstboek 'Pissywillow, a journal of conditions', Ria Pacquée toont ondermeer een ‘partituur voor een drumconcert’, David Parsons foto's met scènes uit zijn artfilm 'street-structures', Hans Koetsier een selectie van zijn paginagrote advertenties in Vrij Nederland, Paul Dieter Kramer zet een sculptuur neer die bestaat uit geopende en volgeladen metalen gereedschapkoffers, Edgardo Antonio Vigo bezorgd mij werk dat de repressie in Zuid-Amerika visualiseert en David Zack graffiti. 

Luc Steels 'computerprogramma' , editie New Reform (1974)
(archief NR)


Ik neem voor 't eerst ook werk op van Paul Gees. Zijn eerste tentoonstelling, samen met zijn broer Luc en Piet Vranckx, beiden fotografen, is geïnspireerd door het verlangen om de natuurlijke habitat van de mens in een landelijk buitengebied te bewaren. Een reactie tegen de ‘terreur’ van de verstedelijking waarmee de open ruimte wordt volgebouwd, reactie die politiek gedragen wordt door de opkomende groene beweging. Zijn werk 'Green-grass-gone', registreert de door hem gemanipuleerde evolutie van een lapje gras van 80 x 120 cm in zijn tuin in een verloop van 14 dagen. Het perceeltje is afgebakend en opgedeeld in 4 rechthoekige zones die hij afwisselend bedekt met glasplaten, takken, latten en andere componenten en fotografisch registreert. Elke ingreep heeft een andere uitwerking op het gras. Een rituele methodiek die ontstaat vanuit zijn voorliefde voor de natuur maar finaal komt hij uit bij begrippen als 'land-art' (lapje grond), 'plaatsgebondenheid' (in situ) en 'duurtijd' (14 dagen). Voor Paul Gees is de kennismaking met New Reform een verademing. De performances leveren vaak heftige toestanden op of conceptuele pistes die aanleiding geven tot doordringende discussies over kunst.

Paul Gees, structuur New Reform
Mobiel 1974 (archief NR)

NEW REFORM MOBIEL  

New Reform Mobiel met affiches Klaus Staeck
(Foto RD, archief NR)


Ik vraag Paul Gees  om een mobiele structuur te bedenken die is voorzien op de presentatie van tentoonstellingen en geschikt voor kleinschalige voorstellingen, vlot demonteerbaar met onderdelen die ik kan vervoeren met mijn Renault 4 Fourgonnette. Een hele boterham. Bedoeling is om met rondreizende tentoonstellingen op alle mogelijke plaatsen te komen. Paul zet een buizenstructuur in elkaar waarvan het plafond rust op pylonen van elk 3 meter hoogte. New Reform Mobiel steunt op het principe van een ruimte vullend spanningsveld - wat de mobiel op zichzelf aantrekkelijk maakt. Het volgende jaar ga ik een samenwerkingsverband aan met advocaat en politiek geëngageerde kunstenaar Klaus Staeck. Ik heb met zijn aangrijpende affiches kennisgemaakt tijdens de tentoonstelling 'Art Into Society' in het Institute of ICA (Contemporary Art) in Londen waar hij met andere sociaal en politiek geëngageerde kunstenaars aan deelneemt. Meer dan ooit ben ik ervan overtuigd dat kunst een maatschappelijk geëngageerde rol te vervullen heeft. Klaus Staeck zijn polemische affiches handelden over de door de (Duitse) politieke partijen verwaarloosde democratische rechtsregels en andere maatschappelijke onderwerpen. De affiches zijn universeel en passen in mijn opzet om een debat over kunst en maatschappij uit te lokken. New Reform Mobiel zal uiteindelijk grotendeels dienst doen als drager voor zijn affiches en in totaal 21 keer worden opgesteld in culturele centra, theaters en op alternatieve locaties verspreidt over Vlaanderen en Brussel. 

( 'Rood-Persfeest', Rogiercentrum Brussel,  Vooruit Gent, 1977: Boekenbeurs Oostende, Universitaire Instelling Antwerpen, Beursschouwburg Brussel, Hallen van Schaarbeek/Theater 140, Info Jeugd Gent + debat over 'Kunst en Politiek' met Klaus Staeck, Wim Van Mulders en Piet De Moor, De Warande Turnhout 1978: 'Kritis'-festival Mechelen, Masereelfonds West-Vlaanderen (3x), 'Het Andere Boek' Antwerpen e.a.)

HUGO ROELANDT LIVE

Hugo Roelandt reeks zelfportretten.
(foto RD)


In november maken wij plaats voor de eerste individuele tentoonstelling van Hugo Roelandt. Ze bestaat uit zelfportretten waarop hij zich als travestie vertoont. Ze verwekken sensatie hoewel men in Aalst een en ander gewoon is als gevolg van een jarenoude traditie met in vrouwenkleren gehulde mannen tijdens het carnaval. Het onderscheid is duidelijk, de foto’s van Hugo Roelandt worden aangevoeld als een officieuze bekentenis. De artistieke aanleiding, de voorafgaande enscenering of het vragen van aandacht voor de nog prille transgenderbeweging die hij ontdekt in het Antwerps travestiemilieu ontgaat iedereen. ‘Gedaanteverwisseling’ is ook het thema van de performance een week later. Mark Verreckt neemt naakt plaats op een barkruk voor een witte muur. Hugo overschildert de muur en het lijf van Marc Verreckt met horizontale verfstroken waardoor zijn lichaam als het ware opgaat in de muurschildering. In zijn eerste fotografische werken overschilderde Hugo Roelandt de foto’s, nu creëert hij het eindresultaat alvorens er een foto kan van worden gemaakt. Het 'live' element geeft een boost aan de manier waarop hij zal verder werken. 



Hugo Roelandt performance
in New Reform
(foto RD, archief NR)





De performance is een onderdeel van een avond met een aaneenschakeling van gebeurtenissen, een ‘mixed media’ van onverwachte optredens. William Flips loopt tussen het publiek met de kist van een flipperkast die is gehecht aan zijn lichaam. De aanwezigen wordt uitgenodigt om te spelen. Als ze de flipperkast bedienen zien ze door de balgaten de  geslactsorganen van de kunstenaar. Flipperkasten zijn in die tijd vaak voorzien van afbeeldingen met pin-ups.

Een aantal van de kunstenaars manifesteren zich onder de naam Dr. Buttocks Players Pool, bedacht en opgericht door Luc Steels. Ze kondigen zich aan met een pamflet:

De revelatie van de Ercola festivals in Antwerpen is op excursie. Na diverse optredens die afwisselend met 'walgelijk', 'straf', 'ongelooflijk', verbijsterend','schitterend','smeerlapperij' en 'rommel' werden geëvalueerd, heeft de groep een nieuw spektakel voorbereid dat elke beschrijving tart. Geheel in de geest van de grote Victoriaan en libertijn (1828-1892) naar wie zij zich hebben genoemd, en zijdelings geïnspireerd door Fluxus, Happenings, Nitsch en rituele praktijken van Papua's, Sufi's en Voodoo-aanhangers, bouwen zij een op het eerst gezicht chaotisch geheel op dat vibreert in een sfeer van geweld, erotiek, magie en fantasma's. Het publiek wordt beschouwd als - in Buttock's eigen woorden - 'a felonious bunch of fickle bystanders', een corrupte bende van wispelturige, apathische toeschouwers. Wie komt kijken doet dit dan ook op eigen risico en hoeft zich niet te beklagen over opgelopen bedreigingen, beledigingen of erger. Satanisch, scabreus en scatologisch is deze show. Moraalridders zijn dan ook gewaarschuwd. Lieden met een zwak spijsverteringsstelsel evenzeer. Dit is geen avond voor kamerfilosofen, kasplantjes of keukenmeiden. Wat hier vertoond wordt is een oergebeuren, waarvoor de aanduiding 'theater' te zwak, 'leven' te vaag is. Hier wordt niet 'gespeeld; niet ‘geacteerd'. Dit is heilige kunst omdat ook de duivel heilig is. Dit is de zelfverwezenlijking van een Players Pool, kompleet met de tragiek zelfspot en het relativisme van elke Apocalyps. Er valt dan ook heel wat af te lachen. Wie met eigen ogen wil aanschouwen welke dramatische vormen mogelijk zijn geworden is welkom. Wie echter komt voor een avondje uit, voor een stuk toneel of voor een culturele manifestatie, zal het zich bitter beklagen. Elk publiek krijgt het spektakel dat het verdient. Zo zij het. 

Luc Mishalle speelt de ganse avond op een saxofoon en voert een aantal korte acts uit met vuur, Dirk Vercruysse, Luc Steels en Paul Geladi  improviseren een muziekstuk voortkomend uit met fluxus gerelateerde events. Ria Pacquée neemt in kleermakerszit plaats op de grond met voor haar een kom spaghetti die ze één uur lang opeet en terug uit haar mond laat komen. Het was best niet om aan te zien wat meteen een felle discussie uitlokt met de als vanzelfsprekende vraag of dit wel kunst is? Het is haar bedoeling om met deze performance de aandacht te vestigen op de problematiek van de hongersnood in Afrika. 

DE KIPPEN VERBRANDING

Het was uitgelekt dat Mark Verreckt tijdens zijn performance enkele kippen met aceton zou besproeien en vervolgens in brand steken. Lange tijd blijven de toeschouwers passief maar gespannen toekijken naar de voorbereidingen tot op het ogenblik dat hij aanstalten maakt om daadwerkelijk in actie te treden. Bij een groot deel komt de ergernis naar boven over wat er te gebeuren staat, ze willen de daad fysiek verhinderen waarop Miel Luyckx, "in de naam van de dierenbescherming" (?), de performance stil legt. Het ontlokt felle reacties uit bij zowel voor- als tegenstanders die uitmondden in hoogoplopende discussies. Marc Verreckt stapt als gevolg daarvan af van zijn idee van de verbranding. De happening wil de aandacht vestigen op het vroegtijdig slachten van kippen. Hij vraagt dat de kippen 'vrij' kunnen rondlopen tussen de mensen. Dit zal volgens Marc Verreckt hetzelfde effect hebben en het verzet tegen het vroegtijdig slachten aanwakkeren. Maar ook tegen dit voorstel blijft een groot deel van de aanwezigen actie voeren omdat ze vinden dat de kippen opgejaagd gaan worden. Als het duidelijk wordt dat er helemaal geen kippen komen, ontstaat bij Marc Verreckt en Hugo Roelandt een negatieve reflex die uitmondt in verbaal geraas. Niemand van de aanwezigen stoorde zich aan de provocaties zoals die zich die avond hebben afgespeeld maar wel aan dat 'ene feit'. Dat het dier weerloos is, is blijkbaar een gevoeliger thema dan de 'derde-wereld-act' van Ria Pacquée. 

Een performance stelt de te bereiken doelen op scherp want er is een 'live' gebeurtenis aan verbonden die meer in het vel van de mens snijdt dan een bloedend lam dat geofferd wordt in een middeleeuws schilderij. Geen enkel ander artistiek medium kan een onderwerp zo scherp tot uiting laten komen en spanning opwekken. Kunstenaars die zich lichamelijk tegenover het publiek manifesteren kunnen meedogenloos hard toeslaan, ze ontsnappen aan de controle waaraan een normaal kunstwerk onderhevig is. 

(vervolgt)





LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D14]

LUIS IN DE PELS VAN DE KUNST(MARKT)WERELD 

New Reform in de Schoolstraat anno 1973
(foto RD, archief New Reform)


EINDE SCHOOLSTRAAT

Als wij op het punt staan om de deuren in de Schoolstraat te sluiten nodig ik Luc Steels uit om een afscheidsmanifestatie te bedenken en professor Frans Vyncke voor een (slot)toespraak.

Luc voert tijdens de finissage op 16 juni 1973 de performance 'Eventstructures' uit. Hij is de eerste Belgische kunstenaar die live een performance uitvoert in New Reform. De aanwezigen krijgen bij het binnenkomen elk een kaartje(s) toegestopt waarop een aantal simpele instructies staan vermeld zoals: "Omvat iedereen die U tegenkomt bij de armen, zeg daarbij enkele vrolijkheden zoals: Hoera, uw aanwezigheid is voor mij een blijde verrassing" of "Schud de hand en stel uzelf voor, dit wil zeggen vernoem uw naam en zeg daarna aangenaam" of "Wilt U zo vriendelijk zijn om uw kaartje te ruilen tegen een ander kaartje en zo altijd maar voort". De performance lijkt heel simpel bedacht maar draait uit op een beleving om de mensen in beweging te krijgen, de onderlinge communicatie te activeren. Een van de opdrachten nodigt de aanwezigen uit om zich op de maagdelijk witte muren uit te leven met graffiti. 

Steels toont nog in primeur een (kunst)werk waarin hij, met behulp van de ontluikende artificiële intelligentie, waarvan hijzelf later als professor (VUB en Boston, VS) een van de sleutelfiguren zal worden, het oeuvre analyseert van de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth, een van de pioniers van de conceptkunst in zijn meest zuivere en theoretische betekenis. 

Graffiti in New Reform (detail)
(foto polaroid RD, archief New Reform)

DE VASTE KERN

Tegen het einde van de eerste periode is er een kern van New Reform getrouwen ontstaan. Een van hen is professor Frans Vyncke die Slavische talen doceert aan de Rijksuniversiteit in Gent maar ook een bijzondere belangstelling toont voor de nieuwste ontwikkelingen in de kunstwereld. Ik vraag hem of hij een synthese wil schrijven over de verlopen periode. Hij aanvaardt de opdracht en komt tot het besluit : 

Het is verbazend wat de energie en de inspanningen van één enkel individu vermogen te bereiken. Terwijl de grote massa veeleer de dingen passief ondergaat, is het meestal aan een gering aantal enkelingen te danken dat er leven in de brouwerij komt. Een dergelijke dynamische jonge man is Roger D’Hondt. Gelijk een ander heeft hij zijn dagelijkse beslommeringen om zijn boterham te verdienen, maar op zekere dag haalt hij het in zijn hoofd om zich in te zetten voor de verspreiding van de hedendaagse kunst te Aalst, en de poppen gaan aan het dansen. Met een paar vrienden richt hij in 1967 de kunstgalerij Reform op. Er worden enkele tentoonstellingen ingericht, maar de galerij sluit in 1969  haar deuren. Het is een eerste poging geweest, maar Roger D'Hondt is er de man niet naar om bij de pakken te blijven zitten. Hij heeft ervaring opgedaan, hij weet wat hij wil en hij probeert het nu op zijn eentje. Hij roept de New Reform Gallery in het leven en pakt de zaken nauwgezet en realistisch aan. Hij heeft begrepen dat het nutteloos is om nog maar een kunstgalerij toe te voegen aan de vele reeds bestaan instellingen van dien aard. Hij wil iets anders brengen, iets dat praktisch niet voorkomt in ons land en toch nodig is. Hij wil een soort centrum, dat niet zozeer op de klassieke verkoop van esthetische koopwaar is afgestemd, maar dat elke vorm van avant-garde kunst bij het publiek bekend maakt. Verkoop is dus niet de hoofdzaak, maar distributie, informatie en documentatie van en over de laatste nieuwe tendensen. Roger D'Hondt wil zich daarbij niet tot Aalst beperken, maar over onze grenzen heen zien: buitenlanders naar Aalst halen, en omgekeerd jonge Belgische kunstenaars in het buitenland voorstellen. En zo zien we hoe zijn activiteiten geleidelijk toenemen en zijn gezichtsveld zich langzamerhand uitbreidt. Aanvankelijk beschikt hij niet over een eigen gebouw en concentreert hij zich op het organiseren van manifestaties en tentoonstellingen overal waar de mogelijkheid hem geboden wordt. In oktober 1970 verwezenlijkt hij een eerste belangrijke expositie in het Stedelijk Museum te Aalst onder bet motto ‘Art and Idea'. Om zoveel mogelijk informatie te verstrekken verspreidt hij een door hem opgesteld en gestencild blad en schrijft in de plaatselijke pers. Weldra wordt een nieuwe stap voorwaarts gezet. In juni 1971 kan hij zijn eigen galerij openstellen in de Schoolstraat. Nu kan hij zich ten volle ontplooien. Hij start met een tentoonstelling ‘Zeefdrukken’ van verschillende kunstenaars uit binnen- en buitenland. Weldra echter concentreert hij zich uitsluitend op de allernieuwste strekkingen, nl. de concept, idea- en project- art. In dit opzet is de New Reform Gallery een van de eersten in België geweest. Bovendien wordt ze een anti-galerij, zoals Roger D'Hondt het zelf omschrijft, een galerij dus die hoofdzakelijk informatief ingesteld is, en alleen verkoopt om de onkosten te dekken. Ondertussen heeft Roger allerlei kontakten gelegd met het buitenland. Bekende artiesten uit andere landen komen in de New Reform Gallery exposeren/of handelingen uitvoeren. Werner Kausch uit Kassel maakt in augustus 1971 afdrukken van riooldeksels in de straten van Aalst. Horst Tress, Klaus Groh, Petr Stembera e.a. exposeren in de gallery. Omgekeerd trekt Roger naar het buitenland om er werk van eigen bodem te presenteren: hij neemt deel als een van de weinige Belgische galerijen deel aan de alternatieve Kunstmessen van Keulen en Berlijn in oktober 1971. Tot op heden werden door hem in die zin een hele reeks manifestaties ingericht: debatten, filmvoorstellingen, happenings, performances, individuele en collectieve tentoonstellingen. De meest recente ontwikkelingen op het gebied van de kunst worden op de voet gevolgd. In de voorbije maanden bracht de gallery bijv. visuele poëzie, ready-made poetry van Klaus Groh, creatieve postkaarten. Hoofdbedoeling was steeds een zo groot mogelijke kring van belangstellenden bewust maken van het actuele kunstgebeuren. Thans is aan deze periode een einde gekomen. New Reform verlaat de Schoolstraat en zal eerlang elders gevestigd worden. Dat betekent meteen dat een nieuwe fase aangebroken is in de activiteiten van Roger. Wij zijn ervan overtuigd dat Roger D'Hondt in zijn opzet zal slagen, omdat hij blijk geeft van inzicht, werkkracht en doorzettingsvermogen. 

De uitbouw waarnaar Prof. Frans Vyncke verwijst is gebaseerd op het enthousiasme van een aantal trouwe bezoekers die ons willen ondersteunen in tal van taken zoals vertalingen, lezingen organiseren, redactioneel of typewerk uitvoeren. In 1973 richten wij samen de ‘Werkgroep Informatie Actuele Kunst’ (WIAK) op. Tot de stichtende leden behoren Lieve De Pelsmaeker, Frans Vyncke, leraar en kunstenaar Felix Everaert, Willy Van Cannegem en Patrick Kindermans, allen uit Aalst en omgeving. In de herfst wordt gestart met een vorm van ‘alternatief kunstonderwijs' in de vergaderzaal van ‘Taverne Dirk Martens’. Wij zijn van oordeel dat de opleidingen kunstgeschiedenis in de academies niet verder reiken dan het begin van de 19de eeuw. Frans Vyncke start de lessen met een enquête waarin hij polst naar de kennis van de hedendaagse kunst bij de 25 volwassen cursisten onder wie tal van bekende fuguren uit de kunst en literaire wereld en een exposé met de veelzeggende titel: ‘Van Duchamp tot heden’. Ze moeten op een vel papier de namen van kunstenaars plaatsen bij bepaalde kunststromingen en daaruit blijkt dat dit niet vanzelfsprekend is. Wiak zal forumgesprekken organiseren met kunstenaars, critici en beleidsverantwoordelijken zoals Phil Mertens, conservator van het museum voor Schone Kunsten in Brussel, Karel Geirlandt. Directeur van het Paleis voor Schone Kunsten, filosofe Paula Burghgraeve over kunst en programmatie, de Nederlandse stedenbouwkundige en schrijver Jan Biezen en kunstenaar Paul Van Gysegem. 

De meest confronterende voordracht gaat op 13 januari 1974 door met Paul De Vree over ‘De Nieuwe Vlaamse school’. Als ik Paul De Vree uitnodig vraagt hij me of ik Louis Paul Boon wil vragen om aanwezig te zijn. Beiden leven in onvrede omwille van de vermeende collaboratie van De Vree tijdens de Tweede Wereldoorlog. Boon weigert in eerste instantie om aan het gesprek in Café Dirk Martens deel te nemen maar tot eenieders verbazing daagt hij die dag op en komt het tot een gesprek tussen beiden. Finaal blijkt dat het geschil is bijgelegd. Voor De Vree een belangrijk moment, zo vertrouwd hij me toe. 

New Reform in de Korrekelder Brugge, op de voorgrond
Poesia Visiva van Alain Arias Misson, links graffiti
Klaus Groh (foto RD, archief New Reform) 
  
KORREKELDER BRUGGE

Een van onze volgers is de Brugse kunstcriticus Jaak Fontier die zich voornamelijk aan de kant van de vernieuwing schaart. Hij nodigt ons uit om in de foyer van het Brugse theater Korrekelder een tentoonstelling te bouwen met conceptuele kunst. Wij tonen er in september werken van Klaus Groh, Petr Stembera, Löbach Hinweiser, Géza Perneczky, Hugo Heyrman, Jiri Valoch, Endré Tôt, Ries Linnartz maar ook nieuw werk van Yoshio Nakajma, die samen met Panamarenko en Heyrman aan de wieg stond van de happenings in Antwerpen, de Franse Fluxus kunstenaar Ben Vautier, Paul De Vree en Alain Arrias-Misson. De tentoonstelling biedt een overzicht van de diverse artistieke mogelijkheden die zich als conceptueel aandienen. 

1974 : JAN VAN EYCK ACADEMIE

Cover New Reform Nieuws nr. 19
(archief New Reform)

Soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Ik versier de cover van NRN met een zelfontworpen collage gevormd uit een persartikel over de 'Eat-Art' galerie in Düsseldorf, een project van de Roemeense kunstenaar Daniel Spoerri, en een opmerkelijke uitspraak van de Spaanse Tour de France winnaar Luis Ocana: "Gans de winter schilderde ik om mijn zenuwen te kalmeren”. Ik plaats er een figuurtje bij dat zijn wijsvinger omhoog houdt en waarvan het hoofd vervangen is door een verlichte geest in de vorm van een bollamp. Drie elementen die naar elkaar verwijzen als componenten voor een kunstpraxis die niet altijd ingewikkeld hoeft uitgelegd te worden en door iedereen kan beoefend worden. 






Op 25 maart 1974 zijn wij te gast in de Jan Van Eyck Academie in Maastricht waar onder het impuls van Raoul Marroquin en het kunsttijdschrift ‘Fandangos’ een bijdrage wordt geleverd om 'open ateliers' te initiëren als kunstopleiding. Wij organiseren er een informele ‘One day Show’ met de ons vertrouwde kunstenaars en nieuwe werken van de Canadees Jacques Palumbo, de Oostenrijkse Friederike Pezold, de Argentijn Edgardo Antonio Vigo en het ‘enfant-terrible’ Mark Verreckt die ondertussen bekendheid verwerft als schrijver, kunstcriticus en performer. De academie experimenteert met de ‘open ateliers’ en wordt een trendsetter in de wereld van de kunstacademies. De Belgische instituten en academies blijven aan hun historisch keurslijf vastplakken door een subsidiereglement dat eindtermen oplegt, regels die door de kunstenaars worden verlaten van zodra ze in de praktijk staan. Met de oprichting in 1995 van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) wordt ook in Vlaanderen deze nieuwe vorm van kunstopleiding ingevoerd. Maar het zal niet blijven duren.

DE BEWAKERS VAN HET DIPLOMA

5 jaar later, op 21 maart 1979, neem ik in de Zwarte Zaal van de KASK te Gent deel aan een panelgesprek met kunstenaar Jan Vercruysse, docent kunstgeschiedenis Wim Van Mulders, kunstcriticus Roger H. Marijnissen en de latere directeur Chantal Desmet tijdens een colloquium over ‘de toekomst van het kunstonderwijs’. Voor een volle aula leerkrachten en studenten kan ik met moeite enkele leraren, die tezelfdertijd ook kunstenaars zijn (!), overtuigen om de bestaande ‘bedrijfscultuur’ van de academies te verbannen uit de opleiding als zijnde 'noodzakelijk' om het kunstenaarschap te claimen. De meesten reageren op de uitdagingen als leden van de ambtenarij, terwijl ik van de kunstenaars wat meer anarchisme verwacht om de aloude stellingen neer te halen. Vanuit hun standpunt is het verzet begrijpelijk want velen hebben een baan in het kunstonderwijs en dus ook een diploma nodig om zich van een inkomen te verzekeren naast hun praktijk als kunstenaar. Ze vrezen voor hun job. Maar het vasthouden aan tradities, zoals Roger H. Marijnissen bepleit, heeft tot gevolg dat de tijdsgebonden evoluties in de kunstwereld zich buiten de Vlaamse academies afspelen. 

TRIËNNALE BRUGGE

Wij worden door de curatoren Willy van den Bussche (en Dirk De Vos, directeuren van respectievelijk het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst in West-Vlaanderen en Groeningemuseum in Brugge, uitgenodigd om deel te nemen aan de 3de Triënnale in de beurshallen in Brugge. De tentoonstelling heeft als doel “een actuele weergave te zijn van de stand van zaken van de hedendaagse kunst in België”. Naast 44 kunstenaars is er ook een afdeling voorzien waar enkele losse progressieve initiatieven, waaronder New Reform, de kans krijgen om zich voor te stellen. De curatoren verantwoorden deze doelstelling in een brief:

“Een tentoonstelling is als publieke manifestatie zinloos indien ze niet informatief begeleid is. Het is een moeilijke opgave om met de beschikbaremiddelen een tijdelijk documentatiecentrum voor het internationaal publiek dat Brugge in deze periode bezoekt, in het leven te roepen. Wij zouden het op prijs stellen dat uw galerij door middel van zijn publicaties en zijn informatief materiaal op dit documentatiecentrum zou vertegenwoordigd zijn”. 

Wij krijgen een wand toegewezen en besluiten om ‘in de geest van Fluxus’ de wand vol te spijkeren met onze publicaties, pamfletten, uitnodigingen, affiches en met de door kunstenaars (onder andere Ben Vautier en Wolf Vostell) onder de vorm van faxen en drukwerken, ingezonden projectvoorstellen.

Een week na de opening krijgen we een nieuwe brief van de curatoren: 

“Naar aanleiding van de talrijke blijken van misnoegdheid, zowel wat de andere galerijen betreft als de kunstenaars vertegenwoordigd in het blok gelegen achter uw opschrift, zien wij ons verplicht uw informatiestand te verwijderen. Indien u het wenst zijn wij echter bereid uw informatiestand op bescheidener wijze op te nemen in onze informatiestand”. 

Niet alle kunstenaars en ondermeer Ercola zijn het eens met deze beslissing maar het voorstel om uit te wijken naar een "bescheidener" ruimte kan ons niet verzoenen met onze doelstellingen en dus halen wij alles weg. 

(vervolgt)


LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...