CSV - DE CULTURELE COMMUNE
OOST-EUROPESE KUNST BIJ DE COMMUNISTEN
![]() |
| Gabor Attalai (archiefNewReform) |
De belangstelling voor de actuele kunst achter het ‘ijzeren gordijn’ is door de publicatie van Groh’s boek zodanig toegenomen dat musea en kunstcentra in West-Europa de primeur ervan willen opstrijken om ze tentoon te stellen. De Mikisclub in Aalst, genoemd naar de Griekse toondichter Mikis Theodorakis nodigt ons uit om een tentoonstelling samen te stellen met deze kunstenaars. Zo komt: 'Wij hebben ook ideeën' tot stand waarin ik een breed spectrum van de Oost-Europese kunst kan voorstellen. Welliswaar allemaal projecten op papier, collages en foto's.
![]() |
| Boek ,'Aktuele kunt in Oost-Europa' (Archief New Reform) |
Op vraag van Elisabeth Rona, die samen met haar broer Stephane en dochter Anne Marie de galerie Les Contemporains in Genval bestuurd, schrijf ik een essay over de kunstscène in Oost-Europa voor haar kunsttijdschrift ‘+-0’.
![]() |
| Jiri Valoch 'Possibility of love', (coll. Roger en Marie Hélène D'Hondt) |
ARCHITECTUUR VOOR MUSEA
Van de Oostenrijkse architect en curator Jörg Schwarzenberger toon ik in New Reform (mei) zijn blauwdruk voor de tentoonstelling ‘Raumvolumen-kommunikationsträger’ die hij maakt voor de Albertina National Gallery in Washington. De presentatie bestaat uit door kunstenaars en architecten ingezonden projecten die een ruimtelijke herindeling van musea tot stand brengen. Ze bevat onder meer een voorstel van 'Coop Himmelb(l)au', een Oostenrijkse groep architecten, die onder de naam Haus-Rucker-Co furore maakt tijdens Documenta 5 door aan de gevel van het Fridericianum een glazen bol te hangen die als een bubbel uit de gevel van het gebouw komt. Ik vraag hem om enkele Belgische kunstenaars in zijn selectie op te nemen maar finaal wordt enkel een project van Gilbert Goos weerhouden. Jörg Schwarzenberger schrijft over zijn project een essay in NRN.
DE NIEUWE AALSTERSE AVANT-GARDE
![]() |
| Hugo Roelandt, zelfportret 1973 (archief New Reform) |
Ik ben onder de indruk van de zelfportretten die fotograaf Hugo Roelandt toont op een expo met oud-studenten van de stedelijke kunstacademie in het Oud-Hospitaal (1973). Wij kennen elkaar van onze tooggesprekken in de PAN en de praatcafés ’t Pompierken en Den Amber. Zijn ontbloot bovenlijf is ter hoogte van de torso met horizontaal gestreepte verflagen bijgekleurd en zijn gelaat met make-up bewerkt. Ze trekken mijn aandacht omdat ze duidelijk meer willen zijn dan fotografie. Hij wil opgemerkt worden als kunstenaar en niet als fotograaf. Dat is enkel mogelijk door deze overtreffende manuele handeling toe te voegen aan de foto’s. Zelfportretten met gedaantewisselingen zullen blijven opduiken in zijn oeuvre. In 2013, als hij wordt behandeld tegen kanker stuurt hij aan enkele vrienden drie mails met evenveel zelfportretten. Ik vindt bij het ochtendgloren in mijn mailbox een portret uit 1976, waarop zijn neus is insmeerd is met wit plaaster, dat in datzelfde jaar deeluitmaakte van zijn solo in New Reform, gevolgd door een portret van een latere datum en tenslotte een portret na het ondergaan van een chemobehandeling. Het voelt aan als een gewilde confrontatie met zijn veranderende identiteit als menselijk wezen, een thema dat in zijn oeuvre aanwezig is.
![]() |
| Hugo Roelandt, zelfportret 1976 (archief New Reform) |
![]() |
| William Flips tijdens een bijeenkomst van CSV volgelingen. |
Hugo Roelandt, William Flips (die verder in het verhaal aan bod komt) en ikzelf groeien op in de wijk Mijlbeek, het stadsdeel met de reputatie van een achtergestelde buurt omwille van de aanwezigheid van barakken en zigeuners aan de Aelbrechtlaan en de inplanting van sociale woonwijken zoals ‘t Klein Korea’ en T'zaar waar mannen wonen die hebben gediend bij het vreemdelingenlegioen. Hugo is actief bij PAN als gelegenheidsacteur in het stuk ‘Andante Mortale’ (waarin geen woord wordt gesproken), en als ontwerper van de decors en affiches. De opleiding grafiek en publiciteit die hij volgt in de kunstacademie wordt meteen in de praktijk gebracht.
| Hugo Roelandt, 'Bottines' (coll. Roger en Marie-Hélène D'Hondt) |
In 1973 neemt Hugo deel aan de door mij gecureerde tentoonstelling ‘Creatieve prentbriefkaarten’ met twee prototypes voor prentbriefkaarten. De foto’s zijn gemaakt met de camera vanaf borsthoogte naar de grond gericht waarop Hugo’s benen en ‘bottines’ te zien zijn. Het is de start van een ongeremde samenwerking die tot het begin van de jaren ’80 zal duren. Na een tijdje interesseert het Hugo niet meer om nog verder te werken met het ‘fotografisch cliché’ zoals hij de klassieke fotografie benoemd. Hij begint bewust, volgens zijn eigen woorden, “oerslechte” foto’s te maken maar als zijn omgeving ook daaraan artistieke waarde begint te hechten stopt hij met fotografie als primair medium voor zijn praktijk als kunstenaar. Fotografie blijft echter bruikbare materie al is het maar om ze te misbruiken in de context van de traditie. In de periode 1973-1975 realiseert hij een aantal niet publieke performances die hij fotografisch en op Super-8 film registreert. Delen daarvan zijn te zien in de Galerij Elsa von Honolulu Loringhoven in Gent (1975), opgericht door de kunstenaar Jan Vercruysse en waaraan ik mijn medewerking verleen. De foto’s zien er, volgens de geldende fotografische code, alles behalve esthetisch uit en zijn afgedrukt op minderwaardig papier dat loshangend aan de muur is gespijkerd. In een van de films gaan twee personages, (Anne-Mie Van Kerckhoven en Jo Corthals), beurtelings de ouderlijke woning van Hugo aan de Moorselbaan in en uit. De opname van enkele tientallen seconden herhaalt zich minutenlang. Wij spreken af dat Hugo zijn performances ook in de publieke omgeving zal uitvoeren. Dat gebeurt voor het eerst in 1974 in New Reform, waar op dat ogenblik ‘gallery’ als bijnaam vervangen is door ‘kunst- en multi mediacentrum’, wat tegemoet komt aan de meervoudige kunstzinnige praktijken die er aan bod komen.
DE CULTURELE COMMUNE
![]() |
| Slide's (boven en onderaan) maken deel uit van een reeks om het initiatief CSV te duiden. Design Paul Gees. . |
Jo Corthals vraagt of wij PAN willen vervoegen naar het in oprichting zijnde ‘Centrum voor Samenlevingsvernieuwing’ (CSV) in de Wellekensstraat 45. De initiatiefnemers zijn de sociaal geëngageerde bedrijfsleider Emiel Luyckx en priester Marcel Verhelst. Miel Luyckx huurt daar een gebouw dat hij weldra zal verlaten voor een grotere locatie in de Stoofstraat waar zijn bedrijf voor sportkledij ‘Free Dress’ tot expansie kan komen. Hij stelt het gebouw tot het einde van de huurperiode ter beschikking van het 'project CSV’, door velen ook ’t Fabrieksken’ genoemd. Emiel Luyckx verzamelt enkele vrienden rond zich die met zijn financiële steun de gebouwen inrichten als een ontmoetingsplaats voor sociaal-culturele doeleinden. Ze inspireren zich hiervoor op voorbeelden uit Hamburg en Berlijn waar onder de invloed van mei’68 alternatieve experimentele vrijplaatsen voor culturele beleving zijn ontstaan. Wij vestigen ons op de bovenverdieping naast PAN maar blijven van elkaar gescheiden qua vorm en inhoud. New Reform heeft geen enkele bron van inkomen terwijl PAN en de organisaties op de benedenverdieping beschikken over inkomsten van een bar en buurtcafé. Het geheel wordt opgevat als een soort commune van mensen die maatschappelijke vernieuwing nastreven. Er wordt ingezet op de versmelting van diverse soorten publiek, van buurtclub tot avant-garde kunst. Het gebouw biedt ons ruimtelijk meer mogelijkheden en dus besluiten wij om de kelderverdieping in de Schoolstraat te verlaten.
Maar Aalst is Berlijn niet. Het project wordt op scherp gesteld als jeugdclub Kreja vraagt om toe te treden tot het CSV. Bij de PAN-aanhang heerst nogal wat scepsis, ze vinden het programma van Kreja conservatief en niet passend bij de progressieve doelstellingen van het CSV. PAN en New Reform, geconfronteerd met de situatie, besluiten om zich tot de eigen werking te beperken wat in de feiten betekent dat de doelstelling van het CSV om verschillende groepen met elkaar te laten samenwerken op losse schroeven staat. Openheid is een van de grondregels in het CSV-charter dat de deelnemende partners aan het project hebben afgesloten. In het eerste nummer van 'Fabriek', de informatiekrant van het CSV, waarvan ik op dat ogenblik verantwoordelijke uitgever ben, zetten wij in alle openheid de pro’s en contra’s over de komst van Kreja op een rij. Hun aanwezigheid in het CSV is meer het voortzetten van hun eigen werking in de Dokter De Moorstraat dan het aansluiten bij een collectief. Er wordt besloten om een einde te maken aan de overeenkomst. Dat gebeurt niet zonder slag of stoot en zo komt er een vervroegd einde aan de experimentele samenwerking tussen twee verschillende culturen, de jeugdclub die leeft van subsidies en het progressieve CSV dat in de vorm van een maatschappelijke en culturele commune zelf bedruipend wil zijn. Om alle verdere discuties uit te sluten kom er een witboek tot stand dat door alle betrokken partners wordt ondertekent.
(vervolgt)



.jpeg)




Geen opmerkingen:
Een reactie posten