LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D6]

 

ART AND IDEA

In februari 1970 sluiten de deuren van de Reform Galerij definitief. Ik ben al voorzien om een eigen kunstencentrum op te richten. Maar voor het zo ver is organiseer ik nog een tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

De kunstwereld beleefd in de jaren ‘60-'70 een van de opzienbarendste fases in haar bestaan. Ik besluit om mij aan te sluiten bij de nieuwe ontwikkelingen die kunst herleiden tot pure creativiteit. Ideeënkunst gekoppeld aan formalisme is het logisch uitgangspunt voor mijn eerste grote  tentoonstelling: 'Art and Idea', die ik van 24 oktober tot 15 november 1970 cureer in het Stedelijk Museum Oud-Hospitaal[1]. Ignatius De Vos, een klassiek beeldhouwer die met een open geest naar de kunstwereld kijkt, is er aangesteld als conservator. Hij komt meermaals met goede raad om het kunstenbeleid van de stad en de exposities in het museum vorm te geven. Mijn vriend Walter Schelfhout is er tewerkgesteld als toezichter.



Voor 'Art and Idea' maken wij een affiche met een speciaal daarvoor ontworpen zeefdruk van Walter  en een invitatiekaart voor de openingsreceptie. Maar ik verspreid ook, omdat ik niets met stijl en statussymbolen te maken wil hebben, een gestencild tentoonstellingskrantje met informatie over de kunstwerken die er staan opgesteld en de kunstenaars. Het wordt 'gratis' aan de bezoekers meegegeven. 
Van in den beginne neem ik mij voor om geen dure publicaties uit te geven, ik laat liever drieduizend gestencilde pamfletten verspreiden dan 300 chique invitaties drukken. In het krantje heb ik het over ‘conceptuele kunst’. Op de affiche en de uitnodiging verzwijg ik dit nieuwe begrip angstvallig omdat de vraag op dat ogenblik onmogelijk kan worden beantwoord welke kunstenaars ‘echt’ met conceptkunst bezig zijn. Heel wat kunstenaars claimen deze nieuwe benaming zonder te beseffen wat er inhoudelijk mee wordt bedoeld.

Uit de gestencilde tentoonstellingskrant:

Tentoonstellingskrant, detail
(archief RD)

“In de kunstwereld ontstaan regelmatig nieuwe ideeën, enerzijds wat men grosso modo ‘richtingen’ noemt zoals constructivisme, pop-art, land-art.... en anderzijds de ideeën waarmee de kunstenaar zijn werk opbouwt. Deze ideeën scheppen op zichzelf mogelijkheden tot het samenstellen van tentoonstellingen”.









Art and Idea, Werk van Marcel Verdrin (foto Archief RD)


Met 'Art and Idea' zet ik een stap als zelfstandig curator. Werner Kausch en Walter Schelfhout zijn logisch mijn vaste kunstenaars. Gilbert Decock en Marcel Verdrin overtuigen mij met hun minimale lijnen en vlakken. Ik beschik over een reeks werken op papier van de Amerikaanse minimalist Charles Hinman. Inspelend op het begrip ‘idea' stuurt Winfred Gaul drie ontwerpen voor kunstwerken die iedereen op maat en kleur kan uitvoeren. Gerhard Trommer werkt met verticaal en horizontale geordende vlakken. Klaus Groh[2] toont een fotomontage waarop te zien is hoe hij bodemgrond uit Duitsland overbrengt in Spaanse grond geïnspireerd door de drift van de Duitsers om overal voet aan de grond te krijgen en een schijnbaar eenvoudige suggestietekening dat wie van uit Aalst te voet vertrekt rond de aardbol logisch terugkeert op de plaats van vertrek. Zo kan je Aalst situeren als het middelpunt van de wereld. Ries Linnartz werkt voor deze tentoonstelling een project uit waarbij hij zijn grote geometrische metaalconstructies met buizen vervangt door in de natuur teruggevonden gelijkaardige toestanden met boomstronken en takken. Er komt een nieuwe sculptuur uit te voorschijn waarvan de vorm ontleend is aan het toeval van de vindplaats.

Art and Idea, Winfred Gaul instructies voor uitvoeren en 
monteren kunstwerk (archief RD)


Het museum krijg ik gratis ter beschikking, maar de drukwerken, voorafgaande atelierbezoeken en de transportkosten zijn voor mijn rekening. De communicatie verloopt in die tijd uitsluitend per brief. Veelvuldig telefoneren naar het buitenland is duur en ik kan mij dat op een bepaald moment niet meer veroorloven waardoor drie Nederlandse kunstenaars, ten gevolge van gemiste afspraken, niet tijdig met hun werken in Aalst geraken. Maar ik beschik gelukkig over copy-paste concepttekeningen van Gunther Üecker en de componist Friedhelm Döhl voor de klanksculptuur 'Sound-Scene' die ik als alternatief kan tonen. Er was mij een live uitvoering van dit werk voorgesteld maar dat is veel te duur voor mijn beperkt budget. Het wordt rond dezelfde periode uitgevoerd tijdens een festival in ‘The College of Art’ van Edinburgh, georganiseerd door de mij goedbekende Richard Demarco. Vandaag zou men dit kunnen capteren via internet, maar toen was daar geen sprake van. We moeten ons tevreden stellen bij het bekijken van de tekeningen en met de gedachte dat het project elders live word uitgevoerd.

De tentoonstelling krijgt een positieve commentaar van Adolf Merckx in Het Laatste Nieuws (HLN) die het artikel ook aangrijpt om te wijzen op de mogelijkheden voor tentoonstellingen hedendaagse kunst in het Oud-Hospitaal. Hij zal er zelf onder de naam ‘Glimpses op Art’ zijn collectie posters tentoonstellen die hij heeft meegebracht van een studiereis langs Amerikaanse musea.

 

NEW REFORM 

NON CONFORMISME EN ANARCHISME IN DE KUNSTWERELD

De ervaring met de Reform Galerij heeft mij geleerd om vooraf te beslissen geen rekening te moeten houden met overheidssubsidies of een inkomen uit de verkoop van kunstwerken. Integendeel, ik verzet mij tegen de commercialisering van de kunstwereld en dus start ik een ‘anti-galerie’ zonder winstoogmerk waar de nieuwste ontwikkelingen uit de kunstenaarspraktijken zullen worden getoond. Het geeft mij een zekere vrijheid van handelen.


Ruimte New Reform in de Schoolstraat (archief RD)


Vanaf 13 juni 1971 krijg ik de manshoge kelderverdieping van een groot herenhuis ter beschikking in de Schoolstraat 17 (nu Bert Van Hoorickstraat) eigendom van de stad, waarin ook jeugdclub Tanu is gevestigd. Ik start met de publicatie van een pamflet waarin ik de Belgische kunstgalerijen en musea verwijt dat ze verzuimen om het publiek voor te lichten over de evoluties in de kunstwereld. Ik wil mogelijkheden creëren voor kunstenaars om zich vrij van commerciële belangen te kunnen ontwikkelen en hen helpen om in het buitenland bekendheid te verwerven.

“Musea, galerijen, uitgevers en televisie schieten te kort in hun taak om kunst tot de bevolking te brengen maar nestelen zich in een elitair cocon”…. “New Reform is niet bedoeld om een winstgevend doel na te streven, maar wel om erkenning te verwerven voor actuele kunststromingen. Het wil een ideeëncentrum zijn dat binnen en buiten de muren werkzaam is en waar kunstenaars zich kunnen voorbereiden op de uitvoering van projecten”.

In het verloop van de tijd zal ik meerdere manifesten publiceren, vaak ook in samenwerking met andere auteurs/kunstenaars.

Gevel New Reform Schoolstraat. (archief RD)

Om de 'rode draad' met de voorgaande jaren niet te laten verloren gaan noem ik mijn galerie 'New Reform'. Ik gebruik in een eerste periode de naam ‘New Reform Gallery’ omdat ik er van overtuigd ben dat deze Engelstalig klinkende roepnaam een betere aanspreektitel is voor onze buitenlandse contacten. Maar al vrij snel zweer ik hem af omdat in het woord 'gallery' ook een commercieel aspect zit en ik van New Reform een centrum wil maken waar ikzelf en de kunstenaars kansen krijgen en grijpen om te experimenteren met nieuwe kunstvormen. En dus wordt het gewoon 'New Reform’:

Links werk van Werner Kausch, rechts Charles HInman
(archief New Reform)


De eerste tentoonstelling is een verlengstuk van 'Art and Idea'. In aanwezigheid van Louis Paul Boon opent de pas aangestelde liberale cultuurschepen Gaston van den Eede een tentoonstelling met zeefdrukken en gouaches van Waler Schelfhout, Gilbert Decock, Charles Hinman, Werner Kausch en de nieuwkomers Pat Vaccaro, Dirk Verhaegen , Erik De Smet  en Herman De Schutter. De laatste twee zijn jonge kunstenaars uit de streek die in New Reform hun eerste stappen zetten in de kunstwereld, voor ons belangrijk om de reacties te voelen bij de plaatselijke bevolking. (vervolgt)





[1]Het gebouw wordt pas vanaf 1969 officieel een museum nadat de verzamelingen van archeologische stukken en kunstvoorwerpen uit het bezit van de stad, die voorheen in het Belfort waren ondergebracht, er een plaats krijgen. 

[2] Klaus Groh verwierf bekendheid met zijn 'Agentschap voor Ideeënkunst' en zijn boek ‘If I had a Mind' (DuMont, Keulen). Het is een bestseller die uitgevers van kunstboeken op het spoor zet van de 'artist book' format.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D5]


1970 : POLITIEK INTERMEZZO

                            OPBOKSEN TEGEN DE GEVESTIGDE ORDE


Weekblad Voor Allen 
4 januari 1970
(archief Stad Aalst)
Ik ben als jongsocialist toegevoegd aan de partijbestuur van de BSP Aalst met het statuut van verkenner. Om effectief stemgerechtigd lid te worden moet je 18 jaar zijn. 

Einde 1969 richt ik samen met Johan Daem en Marie-Therese van Aerdebrugge de Actiegroep Rechtvaardige Maatschappij (ARM) op. Wij voeren klusjes uit en organiseren een kerstfeest voor kansarmen en hulpbehoevenden in het zaaltje van het stedelijk poppentheater in de Kattestraat waar ook de dienst Cultuur en de stedelijke bibliotheek zijn gevestigd[1]. Het sociale rechtvaardigheidsgevoel is mij met de paplepel doorgegeven. Ik stam langs moederskant uit één van de oudste socialistische families[2] en langs vaderskant spreken mijn grootouders, kleine zelfstandigen met een kruidenierswinkel en schoenherstelatelier, de taal van priester Daens. 



Wie zich aan de linkse zijde van het politiek spectrum bevindt moet opboksen tegen de censuur van de gevestigde orde. Met de Jongsocialisten beoefenen wij een vorm van zelfstudie om ons daartegen te "wapenen". Wij bestuderen de filosofische werken van Plato, Karel Marx, Friedrich Engels, Georg Hegel en vele anderen die een sociaal gestructureerde maatschappij vooropstellen. De lessen gaan door in de lokalen van het BSP secretariaat gevestigd in de Molenstraat 52. De boeken zijn te koop in de ondertussen ter ziele gegane progressieve boekhandel ‘De Kern’ in de Alfred Nichelstraat. In de andere boekhandel met standing, ‘Maria Theresia’ in De Kapellestraat 11, toen al deel uitmakend van de Standaard-groep, en nu onder de benaming Standaard Boekhandel gevestigd in de Nieuwstraat, is dit verboden lectuur zoals ook de boeken van Louis Paul Boon, Hugo Claus en andere Vlaamse auteurs met een antiklerikale reputatie. Opstandig als ik ben biedt ik mij daar aan om een van Boons boeken te kopen. Maria Theresia stond in Aalst bekend als de hofleverancier van het katholiek onderwijs.

Column Gazet van Aalst, detail (archief stad Aalst)

De Gazet van Aalst van 14 maart 1970 publiceert mijn column waarin ik de oprichting bepleit van een groot Aalsters shoppingcentrum aan de Siesegemkouter  (hoek Gentsesteenweg) met de bedoeling om de halsstarrige houding van de middenstand tegen de komst van warenhuizen in onze stad te doorbreken. GB (Siesegem), Sarma (ter hoogte huidig rond punt Terjoden) en Delhaize zijn kandidaat voor een vestiging in Aalst. Ik ga er van uit dat de concurrentie zal leiden tot een algemene prijsdaling in het belang van de bevolking. Het voorstel stuit op ‘hevig’ verzet bij het Middenstandsverbond, bij monde van haar voorzitter koffiebrander Paul Paepe. GB besluit na de weigering van de stad om het warenhuis te vestigen in Ninove (1972), de huidige Carrefour. De centrumstad Aalst verliest zo een aantrekkingspool.


GROENE LONG

Protestactie Zeeberg
Foto Willy Marckx (archief RD)

Pamflet oproep protestactie (archief RD)

Protestactie Zeebergbrug (archief Stad Aalst)


Op 27 juni organiseren de Jongsocialisten een milieubetoging tegen de luchtverontreiniging die veroorzaakt wordt door het asfaltbedrijf NV Betonwegenbouw aan de Zeebergbrug en Amylum, nu Tereos. Dit laatste valt niet in goede aarde bij de vakbonden en het stadsbestuur want het bedrijf is een van de grootste werkgevers in de stad. Op 5 september mobiliseren wij voor een ‘parkhappening’ met zuivere lucht als inzet. Het park moet de groene long van de stad worden. Er verzamelen zich 500, voornamelijk jonge sympathisanten op de wei voor het podium[3] waar onze plaatselijke popgroepen Just Born en Irish Coffee voor een Woodstock sfeertje zorgen. 

DE VERKIEZINGEN

 Op vraag  van Bert Van Hoorick stel ik mij kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober. Tijdens de verkiezingen wordt de leeftijdsgrens voor de kandidaten van 25 naar 21 jaar gebracht. De BSP wil uitpakken met de jongste kandidaat en dat komt hen goed uit want ik word op 21 september 21 jaar en de verkiezingen gaan door op 10 oktober. Er zijn veel meer kandidaten dan de 27 beschikbare plaatsen op de lijst. Bert Van Hoorick wil mij ergens vooraan op de lijst positioneren maar het lijstvormingscomité beslist daar anders over. Vooral de vakbond heeft een vinger in de pap. En dus vraag ik uiteindelijk om op de 21ste plaats te staan overeenstemmend met de datum van mijn verjaardag. Dat lijkt me nog leuk ook. 

In september, bij het neerleggen van de lijsten op de griffie, in volle verkiezingsperiode, blijkt dat ik mijn handtekening heb gezet op een voordrachtlijst van de Volksunie. Zij verzamelden bij de bevolking handtekeningen om een lijst te kunnen indienen en daar staat mijn naam bij. Jules Van Droogenbroek, vakbondssecretaris en lijstduwer, die als getuige voor de BSP de ingediende lijsten van de andere partijen 'controleleert' op onregelmatigheden, maakt er een groot spektakel van en denkt er zelfs aan mij ter plekke te vervangen door een reservekandidaat. Maar het is te laat om nog een geldige procedure in gang te zetten. Het feit is wekenlang het onderwerp van roddel aan de toog van het Volkshuis aan de Molendries en dat speelt niet in mijn voordeel. Bovendien vernoemt de Volksunie mijn naam nadrukkelijk in een van haar verkiezingspamfletten naast die van de BSP kopstukken. Het wakkert de roddel alleen maar aan.

Aankondiging Volksunie (archief RD)

Korte tijd voordien had ik, tijdens een vergadering van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (SVV) in het Volkshuis, advokaat Piet Van Eeckhout ingeleid die als jongsocialist kwam pleiten voor het wettelijk invoeren van abortus  Slechts enkele van de ca. 100 aanwezige vrouwen waren het voorstel genegen. Ook niet mijn beste zet om aan de verkiezingen te beginnen, bedacht ik achteraf. 

Ik heb geen enkele ervaring met verkiezingen. Tijdens de campagne wordt er opgeroepen om massaal een voorkeursyem uit te brengen op Bert Van Hoorick om zijn kandidatuur voor het burgemeesterschap kracht bij te zetten. De partij voert een schitterend georganiseerde campagne met als topper de uitgave van een grammofoonplaatje met het liedje ‘Men Ieneg Oilsjt’ van en gezongen door Odilon Mortier. Op de B-kant richt van Bert Van Hoorick zich met een speech tot de bevolking. De mensen verdringen zich aan de campagnebus waar het plaatje wordt uitgedeeld. Een collectors item ondertussen.

Ik ga er van uit dat de algemene propaganda van de partij zal volstaan om mijn kandidatuur bekend te maken. Maar veel kandidaten voeren ook een goed voorbereide persoonlijke propaganda. Mijn campagne beperkt zich tot het uitdelen van een zelfontworpen en gefotokopieerd verkiezingspamflet op 200 exemplaren dat ik, op aansturen van enkele kameraden, in de laatste dagen van de campagne in elkaar flans. Uiteindelijk blijkt dat bijna alle verkozen BSP-raadsleden werkzaam zijn in sectoren met een dienstverlenende functie zoals het ABVV en Bond Moyson. Na deze ervaring beslis ik om mij volledig in te zetten voor de kunst en mijn politieke activiteiten 'on hold' te zetten. Met “politiek is niet gemaakt voor kunst” verbijd ik de ontgoocheling. (vervolgt)



[1] Na heel wat tussentijdse engagementen in sociale organisaties neem ik in 1999 de fakkel weer op als medeoprichter en voorzitter van de vzw ‘Schulden op School’ die kansarmoede wil verbannen uit het onderwijs.

[2] Annette Snel, zus van mijn grootmoeder is de eerste vrouwelijke verkozene in de gemeenteraad van Aalst (12 juli 1921 tot 3 juni 1937), Henri Flips, broer van mijn grootvader is schepen van Burgerlijke Stand (21 nov. 1930 tot 10 feb. 1933). In 1933 legt hij zijn ambt neer om voltijds secretaris te worden van de 'Federatie van vakverenigingen' de textielvakbond van de socialisten.

[3] De lokale pers:  “Reeds vroeg in de morgen werden tenten opgeslagen en heerste er in het stadspark een ongewone belangstelling. Het begon echt op een mini Woodstock te gelijken. Op het podium speelden Irish Coffee en John Wooley and Just Born zich de ziel uit het lijf.”





LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D4]

VAN CARNABY STREET TOT C&A

PAN wordt uit het Keizershof verbannen en vindt enige tijd later onderdak in 'den Aaten Kalisj’ in het Keizerstraatje, een cafeetje voorheen uitgebaat door Johan Daem, broer van schrijfster Christine Daem. Er vlak naast ligt de Patat Bar waar ik enkele tijd in de weekends bijverdien als deejay. Begin 1967 haalde de Patat Bar de voorpagina's van de sensatiekranten Kwik en Zondagsblad als gevolg van een razzia van Rijkswacht en BOB die op zoek zijn naar minderjarigen en het ‘vermoedelijk’ gebruik van drugs. De foto’s van dartele meisjes en jongens die via een achterpoortje en de dakgoot, het lage café had slechts een zolderverdieping met groot raam, het establishment ontvluchten, staan breed uitgesmeerd op de eerste pagina's van deze sensatiekranten. 

Merkwaardig genoeg wordt ‘den Aaten Kalisj’, waar wel gesnoven wordt, met rust gelaten. Het heeft een beruchte geschiedenis. Eerst noemde het ‘Salt & Pepper’ uitgebaat door de uit het Gentse artiestenmilieu afkomstige bard Oswald Slosse en vervolgens ‘De Cornichon’ met als uitbater Adrien van der Biest. Het heeft zijn reputatie te danken aan de langharige jongeren die er in een met anarchisme gekruide sfeer samenkomen. 

In september 1970 vraagt PAN in een brief aan het stadsbestuur om het inmiddels leegstaande café 'den Aaten Kalish' te huren. De stad is er door onteigening eigenaar van geworden. De Patat Bar wordt het atelier van de schilder René Bekaert.  Het pittoreske Keizerstraatje staat immers ter discussie. Sommigen, onder wie Bert Van Hoorick, willen het behouden en er naar het voorbeeld van het hippe Londen een ‘Carnaby street’ van maken met boetieks en cafeetjes, anderen willen met een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nieuwbouw mogelijk maken. Daarin is ook het statige herenhuis van Baron Moyersoen in de Nieuwstraat opgenomen bekend om zijn bepleisterde witte gevel, typisch voor het Aalsterse straatbeeld. De Werkgroep Stadsherwaardering, een vereniging van Aalstenaren die strijden voor het behoud van het patrimonium, stelt voor om het herenhuis te beschermen of op zijn minst de typische witte gevel te bewaren als stadsgezicht. Ze voeren een jarenlange strijd en gaan zelfs over tot het kraken en bezetten (1979) van een aantal aanpalende huizen, die eveneens eigendom zijn geworden van de stad, om hun eisen kracht bij te zetten. Finaal zal er een C&A winkel verrijzen met in de achtertuin (De Ridderstraat)  'sociale woningbouw' als compromis. Het 'smalle straatje' wordt behouden. Het zijn de eerste beslissingen van een reeks afbraakwerken in het stadscentrum die het nieuwe stadsbestuur (CVP-PVV-VU) zal nemen.

Bezetting van het huis Moyersoen tijdens de 
zaterdagmarkt (foto De Voorpost)


DOCUMENTA

Ik zet ondertussen mijn exploratie van de kunstwereld verder. Celbeton, een baancafé in Dendermonde, is midden de zestiger jaren de ‘place to be’ voor ‘culturele ontspanning’. Ze organiseren er tentoonstellingen, concerten, filmvoorstellingen en literaire avonden. Een cultureel centrum avant-la-lettre. De bende rond Louis Paul Boon, kunstenaars en kunstliefhebbers van allerlei pluimage uit alle streken van Vlaanderen en Nederland zijn er regelmatig op de afspraak en lokken mij en Walter Schelfhout naar de avonden. Ik als fietser, hij met zijn bromfiets. Er heerst een sfeer van gemoedelijkheid en kameraadschap in de strijd voor erkenning van het kunstenaarschap. Initiatiefnemer en bezieler is Dendermondenaar Adolf Merckx, leraar aan het Koninklijk Atheneum van zijn stad en een gerespecteerd kunstcriticus voor het dagblad ‘Het Laatste Nieuws’ waar hij de opvolger is van de legendarische avant-gardist Jan Walravens. Adolf Merckx brengt in zijn wekelijkse kunstrubriek meerdere keren verslag uit over de kunstscène in Aalst en behoort later tot de kring van New Reform getrouwen.

Maar misschien wel de belangrijkste ervaring doe ik op in de Duitse garnizoensstad Kassel tijdens mijn legerdienst (1967-1968). Ik beweeg mij quasi onmiddellijk na mijn aankomst in de artistieke milieus van een stad met een rijk historisch verleden, musea en monumentale parken uit de tijd van de Pruisen. De kernstad is op het einde van de tweede wereldoorlog platgebombardeerd met als gevolg dat er een nieuw stedenbouwkundig model herrijst met een autovrij centrum en goed uitgerust openbaar vervoer. Een modelstad.

Ik ontmoet er Prof. Werner Kausch die aan de 'Staatliche Hochschule für Bildende Künst' kunstgeschiedenis doceert, er een actief professioneel leven op nahoudt en invloed heeft in de stedelijke instellingen. Hij brengt mij in contact met de organisatoren van de Documenta[1] en zo beleef ik de opbouw van Documenta 4 (1968) actief mee. Ik steek een handje toe als de Bulgaarse projectkunstenaar Javacheff Christo in het Karlsaue Park een 85 meter hoge worstvormige ballon installeert. Ik zal er een eeuwige vriendschap aan overhouden. In 1969 cureer ik in de galerie van boekhandel Lometsch een tentoonstelling met werk van Walter Schelfhout[2]

UItnodiging tentoonstelling Walter Schelfhout
(Archief RD)

Bij Studio Kausch (Archief RD)


















Voor de twee opeenvolgende Documenta's zal ik in Kassel terugkeren als curator van tentoonstellingen. In 1972 in de studiogalerie van Kausch voor 'Concept Art' en in 1976 met 'Performance art' in het Stadtarchiv. Ik zorg voor tentoonstellingen van Werner Kausch in Aalst (Belfortkelder, Vertikaal en de Reform Galerij) en in Gent (Galerie Contrast). De tentoonstelling in deze gerenommeerde Gentse galerie heeft plaats in mei-juni 1968. Een pikante anekdote: als ik er arriveer met de werken van Kausch zie ik rijkswachters schilderijen in een combi laden. Ik verneem van de galeriehouder dat de erotisch getinte schilderijen van Dees de Bruyne in beslag zijn genomen.

REFORM GALERIJ

In maart 1968 houdt ‘Vertikaal’ er mee op te bestaan. Walter Schelfhout, die er aan denkt van zijn kunstenaarschap te kunnen leven, en ik zijn dan al begonnen met het oprichten van de Reform Galerij. Ze ontstaat in de poort van de hoevewoning die Walter, zijn vrouw Lydie Bryland en hun kinderen betrekken aan de Oude Dendermondsesteenweg 392. Wij kalken de bakstenen muren kraakwit en mijn broer zorgt voor de installatie van de neutrale TL-verlichting. De opening heeft in september plaats.

Lydie en een van de kinseren aan de ingang 
van de Reform Galerij (foto Archief RD)


De naam van de galerij heb ik meegebracht uit Duitsland waar 'Reformwinkels' ontstaan die de trekkers zijn voor nieuwe samenlevingsvormen met maatschappelijke- en ecologische uitgangspunten. Beleving van cultuur en kunstpraktijken in het bijzonder worden naar voor geschoven als noodzakelijke elementen in de ervaring die het leven is. Wij willen de mensen op een andere manier leren kijken naar kunst en hen aanmoedigen om kunst te integreren in de huiselijke kring. Een nobel idee. Wij zijn enigszins tegendraads en zullen enkel abstracte kunst tonen. Als korte tijd later Walter Schelfhout wordt aangesteld als opzichter in het stedelijk museum van onze stad sluiten de deuren van de Reform Galerij vroeger dan verwacht.

KEULEN

Keulen is eind van de jaren ’60 voor mij het epicentrum van de hedendaagse kunst. Van galerie naar galerie en in de boekhandel Walther König ga ik op zoek naar de stand van de hedendaagse kunst in de wereld. De galerijen zijn uitgerust als een minimuseum met gepolijste betonvloeren en hagelwitte wanden. Hier is kunst pure business en dat wil ik niet.

Happening and Fluxus, Kölnischer Kunstverein 1970
 (foto Roger D'Hondt)


Een van de mensen die onder de vernieuwende kunstrichtingen van de avant-garde zijn schouders zet is Ingo Kümmel. Zijn galerie is bijzonder, ze lijkt meer op een kruidenierswinkeltje dan op een galerie. Hij verkoopt er Kümmel schnaps en kunst. Tijdens de vernissages is de gemoedelijkheid er troef en de alternatieve kunstwereld van Keulen en omstreken komt er op af. Kunstwerken worden er verhandeld aan Aldi-prijzen, met andere woorden: Kümmel wil de gevestigde galeries die aan gepeperde prijzen kunst verkopen de duivel aandoen met democratisch betaalbare kunst. Wij blijven tot zijn dood bevriend. Mijn  bezoeken aan Keulen leveren mij samenwerkingen op met de kunstenaars Horst Tress,  Dieter Reick, Otto Dressler, Martin Schwarz, Timm Ulrichs, Hingstmartin, Klaus Groh, Gerhard Trommer en Winfred Gaul. Opmerkelijk, de meeste kunstenaars vertrekken in hun oeuvre's vanuit een maatschappelijke context.

Jurgen Klauke,
polarroidfoto Ulay
(Coll RD)

Op een dag heb ik er een afspraak in de studio van Jürgen Klauke waar op dat ogenblik Uwe Laysiepen, die later met Marina Abramovic een performanceduo zal vormen, aan het werk is met het maken van een reeks polaroid's waarop Klauke poseert als travestie. Uwe Laysiepen doet er mij een mooie polaroid cadeau die ik zal gebruiken in enkele tentoonstellingen. Onder de indruk van deze techniek, waarmee je foto's binnen enkele minuten kan ontwikkelen en bekijken, koop ik mij ook een toestel. Polaroid's hebben als voordeel dat ze origineel zijn maar als nadeel (toen) dat je ze niet verder kan bewerken, multipliceren of hergebruiken én verloren gaan door blootstelling aan het daglicht. Van digitale fotografie is op dat ogenblik nog geen sprake. Veel van mijn foto’s zijn naar de vaantjes gegaan. (vervolgt)



[1] Vierjaarlijkse tentoonstelling van hedendaagse kunst in Kassel, Duitsland, nu 5 jaarlijks.

[2] Ze zal door de bemiddeling van Kausch een tijd later ook doorgaan in het vermaarde 'Kunstkabinet Am Steintor' in Hannover.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...