LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D6]

 

ART AND IDEA

In februari 1970 sluiten de deuren van de Reform Galerij definitief. Ik ben al voorzien om een eigen kunstencentrum op te richten. Maar voor het zo ver is organiseer ik nog een tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

De kunstwereld beleefd in de jaren ‘60-'70 een van de opzienbarendste fases in haar bestaan. Ik besluit om mij aan te sluiten bij de nieuwe ontwikkelingen die kunst herleiden tot pure creativiteit. Ideeënkunst gekoppeld aan formalisme is het logisch uitgangspunt voor mijn eerste grote  tentoonstelling: 'Art and Idea', die ik van 24 oktober tot 15 november 1970 cureer in het Stedelijk Museum Oud-Hospitaal[1]. Ignatius De Vos, een klassiek beeldhouwer die met een open geest naar de kunstwereld kijkt, is er aangesteld als conservator. Hij komt meermaals met goede raad om het kunstenbeleid van de stad en de exposities in het museum vorm te geven. Mijn vriend Walter Schelfhout is er tewerkgesteld als toezichter.



Voor 'Art and Idea' maken wij een affiche met een speciaal daarvoor ontworpen zeefdruk van Walter  en een invitatiekaart voor de openingsreceptie. Maar ik verspreid ook, omdat ik niets met stijl en statussymbolen te maken wil hebben, een gestencild tentoonstellingskrantje met informatie over de kunstwerken die er staan opgesteld en de kunstenaars. Het wordt 'gratis' aan de bezoekers meegegeven. 
Van in den beginne neem ik mij voor om geen dure publicaties uit te geven, ik laat liever drieduizend gestencilde pamfletten verspreiden dan 300 chique invitaties drukken. In het krantje heb ik het over ‘conceptuele kunst’. Op de affiche en de uitnodiging verzwijg ik dit nieuwe begrip angstvallig omdat de vraag op dat ogenblik onmogelijk kan worden beantwoord welke kunstenaars ‘echt’ met conceptkunst bezig zijn. Heel wat kunstenaars claimen deze nieuwe benaming zonder te beseffen wat er inhoudelijk mee wordt bedoeld.

Uit de gestencilde tentoonstellingskrant:

Tentoonstellingskrant, detail
(archief RD)

“In de kunstwereld ontstaan regelmatig nieuwe ideeën, enerzijds wat men grosso modo ‘richtingen’ noemt zoals constructivisme, pop-art, land-art.... en anderzijds de ideeën waarmee de kunstenaar zijn werk opbouwt. Deze ideeën scheppen op zichzelf mogelijkheden tot het samenstellen van tentoonstellingen”.









Art and Idea, Werk van Marcel Verdrin (foto Archief RD)


Met 'Art and Idea' zet ik een stap als zelfstandig curator. Werner Kausch en Walter Schelfhout zijn logisch mijn vaste kunstenaars. Gilbert Decock en Marcel Verdrin overtuigen mij met hun minimale lijnen en vlakken. Ik beschik over een reeks werken op papier van de Amerikaanse minimalist Charles Hinman. Inspelend op het begrip ‘idea' stuurt Winfred Gaul drie ontwerpen voor kunstwerken die iedereen op maat en kleur kan uitvoeren. Gerhard Trommer werkt met verticaal en horizontale geordende vlakken. Klaus Groh[2] toont een fotomontage waarop te zien is hoe hij bodemgrond uit Duitsland overbrengt in Spaanse grond geïnspireerd door de drift van de Duitsers om overal voet aan de grond te krijgen en een schijnbaar eenvoudige suggestietekening dat wie van uit Aalst te voet vertrekt rond de aardbol logisch terugkeert op de plaats van vertrek. Zo kan je Aalst situeren als het middelpunt van de wereld. Ries Linnartz werkt voor deze tentoonstelling een project uit waarbij hij zijn grote geometrische metaalconstructies met buizen vervangt door in de natuur teruggevonden gelijkaardige toestanden met boomstronken en takken. Er komt een nieuwe sculptuur uit te voorschijn waarvan de vorm ontleend is aan het toeval van de vindplaats.

Art and Idea, Winfred Gaul instructies voor uitvoeren en 
monteren kunstwerk (archief RD)


Het museum krijg ik gratis ter beschikking, maar de drukwerken, voorafgaande atelierbezoeken en de transportkosten zijn voor mijn rekening. De communicatie verloopt in die tijd uitsluitend per brief. Veelvuldig telefoneren naar het buitenland is duur en ik kan mij dat op een bepaald moment niet meer veroorloven waardoor drie Nederlandse kunstenaars, ten gevolge van gemiste afspraken, niet tijdig met hun werken in Aalst geraken. Maar ik beschik gelukkig over copy-paste concepttekeningen van Gunther Üecker en de componist Friedhelm Döhl voor de klanksculptuur 'Sound-Scene' die ik als alternatief kan tonen. Er was mij een live uitvoering van dit werk voorgesteld maar dat is veel te duur voor mijn beperkt budget. Het wordt rond dezelfde periode uitgevoerd tijdens een festival in ‘The College of Art’ van Edinburgh, georganiseerd door de mij goedbekende Richard Demarco. Vandaag zou men dit kunnen capteren via internet, maar toen was daar geen sprake van. We moeten ons tevreden stellen bij het bekijken van de tekeningen en met de gedachte dat het project elders live word uitgevoerd.

De tentoonstelling krijgt een positieve commentaar van Adolf Merckx in Het Laatste Nieuws (HLN) die het artikel ook aangrijpt om te wijzen op de mogelijkheden voor tentoonstellingen hedendaagse kunst in het Oud-Hospitaal. Hij zal er zelf onder de naam ‘Glimpses op Art’ zijn collectie posters tentoonstellen die hij heeft meegebracht van een studiereis langs Amerikaanse musea.

 

NEW REFORM 

NON CONFORMISME EN ANARCHISME IN DE KUNSTWERELD

De ervaring met de Reform Galerij heeft mij geleerd om vooraf te beslissen geen rekening te moeten houden met overheidssubsidies of een inkomen uit de verkoop van kunstwerken. Integendeel, ik verzet mij tegen de commercialisering van de kunstwereld en dus start ik een ‘anti-galerie’ zonder winstoogmerk waar de nieuwste ontwikkelingen uit de kunstenaarspraktijken zullen worden getoond. Het geeft mij een zekere vrijheid van handelen.


Ruimte New Reform in de Schoolstraat (archief RD)


Vanaf 13 juni 1971 krijg ik de manshoge kelderverdieping van een groot herenhuis ter beschikking in de Schoolstraat 17 (nu Bert Van Hoorickstraat) eigendom van de stad, waarin ook jeugdclub Tanu is gevestigd. Ik start met de publicatie van een pamflet waarin ik de Belgische kunstgalerijen en musea verwijt dat ze verzuimen om het publiek voor te lichten over de evoluties in de kunstwereld. Ik wil mogelijkheden creëren voor kunstenaars om zich vrij van commerciële belangen te kunnen ontwikkelen en hen helpen om in het buitenland bekendheid te verwerven.

“Musea, galerijen, uitgevers en televisie schieten te kort in hun taak om kunst tot de bevolking te brengen maar nestelen zich in een elitair cocon”…. “New Reform is niet bedoeld om een winstgevend doel na te streven, maar wel om erkenning te verwerven voor actuele kunststromingen. Het wil een ideeëncentrum zijn dat binnen en buiten de muren werkzaam is en waar kunstenaars zich kunnen voorbereiden op de uitvoering van projecten”.

In het verloop van de tijd zal ik meerdere manifesten publiceren, vaak ook in samenwerking met andere auteurs/kunstenaars.

Gevel New Reform Schoolstraat. (archief RD)

Om de 'rode draad' met de voorgaande jaren niet te laten verloren gaan noem ik mijn galerie 'New Reform'. Ik gebruik in een eerste periode de naam ‘New Reform Gallery’ omdat ik er van overtuigd ben dat deze Engelstalig klinkende roepnaam een betere aanspreektitel is voor onze buitenlandse contacten. Maar al vrij snel zweer ik hem af omdat in het woord 'gallery' ook een commercieel aspect zit en ik van New Reform een centrum wil maken waar ikzelf en de kunstenaars kansen krijgen en grijpen om te experimenteren met nieuwe kunstvormen. En dus wordt het gewoon 'New Reform’:

Links werk van Werner Kausch, rechts Charles HInman
(archief New Reform)


De eerste tentoonstelling is een verlengstuk van 'Art and Idea'. In aanwezigheid van Louis Paul Boon opent de pas aangestelde liberale cultuurschepen Gaston van den Eede een tentoonstelling met zeefdrukken en gouaches van Waler Schelfhout, Gilbert Decock, Charles Hinman, Werner Kausch en de nieuwkomers Pat Vaccaro, Dirk Verhaegen , Erik De Smet  en Herman De Schutter. De laatste twee zijn jonge kunstenaars uit de streek die in New Reform hun eerste stappen zetten in de kunstwereld, voor ons belangrijk om de reacties te voelen bij de plaatselijke bevolking. (vervolgt)





[1]Het gebouw wordt pas vanaf 1969 officieel een museum nadat de verzamelingen van archeologische stukken en kunstvoorwerpen uit het bezit van de stad, die voorheen in het Belfort waren ondergebracht, er een plaats krijgen. 

[2] Klaus Groh verwierf bekendheid met zijn 'Agentschap voor Ideeënkunst' en zijn boek ‘If I had a Mind' (DuMont, Keulen). Het is een bestseller die uitgevers van kunstboeken op het spoor zet van de 'artist book' format.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...