LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D20]

 

PERFORMANCE EN INSTALLATIEKUNST

1978

De belangstelling voor performance als medium groeit ook in België maar de kunstenaars vinden dat ze weinig kansen krijgen in de musea en culturele instellingen. De traditionele galerijen schrikken er hoe dan ook voor terug. Wij besluiten om in 1978 uitsluitend projecten te realiseren met Belgische kunstenaars met de basiseigenschappen: concept, performance en installatiekunst. Performances bieden aan kunstenaars bijzondere creatieve mogelijkheden: ze zijn doelgericht, confronteren en spelen in op de concrete aanwezigheid van kunst in het dagelijkse leven.

HUGO ROELANDT / CREATIE VAN EEN STUK

Hugo Roelandt tijdens performance (foto RD, archief New Reform)


Hugo Roelandt bijt de spits af met de performance ‘Kreatie van een stuk’. De muren, plafond, vloeren en de ramen van New Reform worden bekleed en verduisterd met zwarte plastiek. Liggend op de vloer nemen de rockmuzikanten Peter Bronder (guitar), Johan Bronder (bass) en Herwig Bomon (percussie) plaats. Zij spelen een eigen muziekstuk en worden met drie ultra fijne lichtstralen belicht. Als de aanwezigen voor een lichtbundel gaan staan wordt het licht op één, soms op alle drie de muzikanten tegelijk, afgesneden. Dat is het sein om het muziekstuk uit te voeren. Het gevolg is dat de ene muzikant sneller zijn stuk afwerkt dan de andere. Het publiek bepaalt immers zelf de harmonie van de uitvoering. Er worden drie sessies van telkens 7 minuten gespeeld. In de laatste sessie kleeft Hugo, tussen de interventies van het publiek door, de drie muzikanten vast met tape waardoor hen de verdere uitvoering van hun stuk wordt bemoeilijkt en finaal zelfs onmogelijk gemaakt. Na de optredens blijft de nagelaten toestand bestaan als installatie gedurende de daaropvolgende drie weken.

MAIO WASSENBERG / OPERATIE VAN EEN TAFEL

Performance Maio Wassenberg (foto RD, archief New Reform)  


Afbeeldingen van stigmata (littekens) op mensen, dieren en planten komen vaak voor in de schilderkunst. Het meest bekende is het chirurgisch stigma als gevolg van een operatie, het kenmerkt ons levenslang. Voor Maio Wassenberg is onderzoek naar vormen van ‘stigmatisering’ een motief voor zijn praktijk als kunstenaar. Zelf een operatie uitvoeren is het opzet van zijn performance. Om ze deskundig uit te voeren gaat hij in de leer bij een bevriende chirurg die hem toont hoe hij met een bistourimesje kan snijden en met knopen de wonden kan dichten. New Reform wordt omgevormd tot een operatiekwartier. Vooraleer aan de operatie te beginnen nemen wij, terwijl de bezoekers het operatiekwartier betreden, plaats aan de tavel om ‘een avondmaal’ te nuttigen. Wij treden in de plaats van het object dat, zoals de mens zou doen, bevreesd nadenkt over de goede afloop van de operatie en zich nog eens laat gaan aan de geneugten van het leven. Vervolgens haalt Maio Wassenberg, uitgerust als chirurg, onder fel licht het gezwel uit de tafel en naait hij de wonde dicht met als resultaat het voorspelde litteken, het stigma.

LUC STEELS / COMPUTERFLES

'Computerfile' Luc Steels (archief New Reform)

In verstuur als bijlage van NRN n°36 een computerprogramma dat Luc Steels heeft uitgewerkt. Het bevat de instructies om op een homecomputer een kunstwerk te instaleren (1974), ttz de installatie is het kunstwerk zelve. Het gebruik van computers, tekstverwerkers en telecommunicatiemedia zijn op dat ogenblik nog marginale werkmethodes voor kunstenaars. Velen horen het in Keulen donderen bij deze technieken. In een interview met ‘Knack Magazine’ zegt Steels dat hij werkt “op het raakvlak van wetenschap, technologie en kunst”. Hij construeert installaties die de muzikale kwaliteiten van materialen exploreren via fysische krachten zoals elektromagnetisme en op basis van de technieken van de artificiële intelligentie.

BAUDOUIN OOSTERLYNCK / HET MYSTERIE

Baudouin Oosterlinck 'Ceci n’est pas une performance' (foto RD, archief New Reformà’ 


Baudouin Oosterlynck voert op woensdag 3 mei de installatie/performance 'Ceci n’est pas une performance’ uit. Kunstwerken uit zijn privé collectie worden opgehangen en afgedekt met paarse doeken zoals dat gebeurt met beelden in de kerken tijdens de ‘heilige week’. De aanwezigen krijgen de kunstwerken niet te zien of ze moeten achter de doeken gaan gluren. Ook de ramen aan de buitenkant van ons huis worden afgedekt zodat de ruimte hetzelfde lot ondergaat als de kunstwerken. Als het buiten begint te schemeren en de ruimte wordt gehuld in duisternis start Baudouin Oosterlynck een mystiek cerebrale oefening met muziek. De manifestatie is ook bedoeld als persiflage op de itel die Rene Magritte gaf aan zijn werk 'Ceci nest pas une pipe’ waarmee hij aangeeft dat zijn schilderij slechts een voorstelling is van een pijp. Alle opgehangen werken worden met 'Ceci n’est pas une performance’ ondertiteld. Kunst blijft hoe dan ook een mysterie, als kunst onthuld wordt verliest ze haar betekenis.

ALESSANDRO / DE ZITHOEK

Alessandro 'Zithoek' (foto RD, archief New Reform)

Alessandro Filippini is samen met Sergio Domian en Mario Ferrucci oprichter en uitgever is van het tijdschrift ‘Schéde’. Het blad publiceert anonieme bijdragen van kunstenaars die zich op die manier onttrekken aan het productiesysteem van de kunstmarkt. Voor zijn installatie/performance verplaatst hij de zithoek van zijn woonkamer naar New Reform. Tijdens de opening nodigt hij de aanwezigen uit om een voor een naast hem plaats te nemen in de zithoek. Voor zij die hem van haar nog pluim kennen voelt het vreemd aan om naast de onbekende man plaats te nemen in de aanwezigheid van publiek. Bovendien daagt hij de deelnemers uit om ongewone zithoudingen aan te nemen of om grimassen te trekken. Het zogenaamde ‘vreemdgaan’ van de mens leidt tot absurde situaties die door Alessandro worden uitgespeeld als een kenmerk van onwezenlijk gedrag.

GODFRIED WILLEM RAES / AKOESTISCHE SIGNAALGEVERS

Godfried Willem Raes 'Bellenorgel'
(foto RD, archief New Reform)


Componist en instrumentenmaker Godfried Willem Raes’ installeert een ‘environmentaal klankenproject’ en een ‘Bellenorgel’ dat werkt als een geluidssculptuur maar dat ook kan functioneren als visueel object. Het is uitgerust met akoestische signaalgevers, dat zijn elektrische of mechanische klokken, deurbellen, zoemers, ding-dongs, telefoonbellen, alarmbellen, claxons, toeters, wekkers, sirenes, bip-bips, metronooms, kleppers, testsignalen e.a. geluid verwekkende toestellen die onze aandacht aanscherpen. De signaalgevers leidden elk hun eigen bestaan. Dit laat zich het duidelijkst illustreren aan de hand van de deurbel. Een bel heeft een maatschappelijke functie maar wordt in de muziekcultuur zelden als instrument aangewend. De bezoekers stellen ze in werking door op een belknop te duwen zodat ze net als bij het maatschappelijk gebruik (deurbel) een doel hebben. Er hangen en staan bellen aan de muren en op de venstertabletten. Ze zijn vergezeld van indicaties zoals: informatie, drank, alarm... Wanneer de bezoekers een verzoek doen moeten zij de desbetreffende bel doen rinkelen. In principe moet ik op de beltoon met het juiste antwoord kunnen reageren.

DANIEL DEWAELE / GAAN NAAR ..VOORTBEWEGEN TUSSEN

Daniel Dewaele 'Gaan naar ... 
(foto RD, archief New Reform)


Daniel Dewaele installeert drie metalen steunen die door een koord worden verbonden.. Ze markeren een afgebakende zone waarin de bezoekers zich kunnen begeven. Aan het einde van de zone worden ze geconfronteerd met het tekstpaneel: 'Gaan naar - voortbewegen tussen - ophouden aan - terugkeren van' en twee foto’s van een afgebakende werfzone voor voetgangers op het openbaar domein. Met deze installatie refereert Dewaele aan de analoge gedragspatronen die tijdens werken op straat mensen verplichten om een ommetje te maken, maar die binnen de context van een kunstgebeuren een totaal andere dimensie krijgen. De mensen worden gevraagd om zich in de voetgangerszone te begeven.

JONAS WILLE / GREEN FOR EVER

Jonas Wille Green for Ever' (foto RD, archief New Reform)

Jonas Wille maakt deel uit van een generatie kunstenaars die het uitzichtloze en verouderd systeem van kunstlegitimering willen wijzigen. Zijn kunstprojecten hebben tot doel om de mensen te wijzen op “maatschappelijke misleidingen”. De installatie/performance 'Green For Ever' in New Reform is een nieuwe militante noodkreet, een dringend alarm voor het leefmilieu tout court maar ze verwijst ook naar een uitspraak van de Duitse Bondskanselier Helmut Schmidt die zei: "Ik ben geen groentje", wat als een uitspraak met een politieke betekenis moet worden begrepen omdat hij zich met deze slagzin verdedigde tegen kritiek. De dualiteit die verscholen zit in begrippen als deze interesseren Jonas die zich afvraagt hoe ver slagzin en daad uit elkaar kunnen liggen. Een onderzoek naar vormen van tweeslachtigheid is de leidraad van een één uur durende performance. New Reform en een deel van de straat worden getransformeerd tot één grote installatie die het profiel aanneemt van een openbaar laboratorium. Verschillende vormen van dualiteiten worden op kunstmatige wijze verduidelijkt. Zo installeert hij groene spots om de witte ruimte te vergroenen.

WILLIAM SWEETLOVE / KUNST VERSUS EEUWIGHEIDSGEDACHTE

William Sweetlove 'Kultuurfosiel' (foto RD, archief New Reform)


De performance/installatie 'Aktie Kultuur Fossiel' is de start van een langdurig project waarmee William Sweetlove  onderzoek wil doen naar de pseudolevensvatbaarheid van een kunstwerk. Ze bestaat uit drie fases. In een eerste moet ik vier door hem geprefabriceerde kisten met aarde vullen. We verkiezen dit te doen met de grond van een openbaar plantsoen. Sweetlove legt de werkzaamheden vast in een fotoreeks. In zijn atelier plaatst hij de foto’s van de actie bovenop de met aarde gevulde kisten en giet er een laag polyester over. Polyester doet op dat ogenblik zijn intrede in de kunstwereld als een nieuw industrieel duurzaam product. In de tweede fase komen de vier kisten terug naar ons en ontstaat er een nieuwe actie (2/11) tijdens dewelke één van de kisten in hetzelfde plantsoen 1 meter diep wordt begraven. De overige kisten worden opgesteld in New Reform vergezeld van spaden, schop en pikhouweel dat door de medewerkers is gebruikt om te graven. Aan de basis van dit werk ligt semiwetenschappelijk onderzoek naar de eeuwigheidgedachte versus een evolutieve toestand. De intentie is om het ‘kunstwerk’ gedurende 10 jaar te laten rusten in de grond, doorgaans ook de periode die nodig is om een menselijk lichaam met kist te laten ontbinden. Precies 10 jaar later wordt het ‘fossiel’ op een deskundige wijze door een archeoloog van de Universiteit Gent in aanwezigheid van publiek ontgraven. De delen die in polyester zijn gegoten zijn gaaf gebleven en hebben duidelijk het proces van de natuurlijke ontbinding doorstaan. De houten kist is aan verrotting onderhevig. Conclusie is dat polyester een product is dat de natuurwetten trotseert. Het kan de overlevingskansen van kunst vergroten. Sweetlove zal zijn oeuvre rond het thema ‘overleving’ opbouwen.

LEEN LYBEER / LIVE OBJECT

Leen Lybeer 'Live Object' (foto RD, archief New Reform)


Leen Lybeer is een van de zeldzame vrouwelijke kunstenaars in België die werkt met installaties en performances die een connectie hebben met land art. Voor haar performance 'Live Object' moet je New Reform betreden langs de twee deuropeningen. Op de vloer liggen netjes in een tegelvorm gegoten ophopingen van zavel die een normale toegang onmogelijk maken. De aanwezigen moeten zich met een brede pas en zonder schade aan te richten in de ruime begeven. Dezelfde tegel bevindt zich ook centraal in de ruimte die van de buitenwereld is afgesloten door het dichtmaken van de vensters. Het gevoel van de besloten kamer bedaard de sfeer.  Op manshoogte hangen boven de zandophopingen drie plastic zakken met water. Na een poos komt Lybeer in de kamer en doorprikt met een naald de zakken waarvan de straal loodrecht en haarscherp doorsijpelt naar het grondoppervlak. Op de centrale plaats gaat ze blootsvoets op het zand staan met het hoofd naar het plafond gericht en laat de straal op haar hoofd neerkomen. Het water zoekt zich langs haar lichaam een weg naar het zand . Het geluid van het neerkomende water wordt via een micro naar een versterker doorgegeven en is bedoeld om de alledaagse verstarring in het leven te doorbreken. De performance is een fysieke en mentale uitdaging. De aanwezigen blijven stoïcijns toekijken en gaan niet in op de mogelijkheid om op de twee andere plekken plaats te nemen en hetzelfde te doen als de kunstenaar. Na vijfenveertig minuten stopt de waterval en loopt de performance ten einde. ‘Live object’ heeft te maken met één van de levensnoodzakelijke natuurlijke behoeften van de mens: water. Zonder water is er geen leven mogelijk.

1979

VINCENT HALFLANTS / 28 ZELPORTRETTEN X ..

Vincent Halflants '28 zelfportretten' (foto RD, archief New Reform

Voor Vincent Halflants is de eer weggelegd om het tijdperk New Reform af te sluiten. Hij voert de installatie '28 Zelfportretten, zoveel keren uit tot de muren van New Reform kunnen behangen worden’. De volledige ruimte wordt tijdens zijn performance vol gespijkerd met fotokopieën van zijn origineel getekende zelfportret. Als hij na enkele uren werken tot de vaststelling komt dat er onvoldoende kopieën voorhanden zijn begint hij het portret met de hand verder te tekenen op het plafond tot de vermoeidheid toeslaat. Vincent is de oprichter van twee paramedische ateliers in de klinieken van Diest en Tienen waar hij werkt met mensen met een mentale en fysieke problematiek. Zijn oeuvre kan in verband gebracht worden met deze omgangsvormen. (vervolgt)


LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D19]

 

1977-78 worden bijzonder hectisch. Ik ga in ‘overdrive’ met: performances en installaties in New Reform, als curator van het ‘Performance Art Festival’ in Brussel, van ‘Kunstformatief’ in Aalst en neem deel aan de werkgroep die de opening van de Nieuwe Workshop in Brussel voorbereidt.


IN SITU INSTALLATIE


Poster, tekening installatie
Keiji Uematsu
(archief New Reform)

De Japanse kunstenaar Keiji Uematsu, die in Düsseldorf woont, maakt technisch complexe maar bijzonder krachtige aan de beschikbare ruimte dimensionaal aangepaste installaties. Hij is gewoon om te werken in grote monumentale zalen van musea 
[1] en op openbare plekken. New Reform is voor hem een minimaal kleine ruimte. Hij werkt het project 'Situation Interval' uit (mei), een installatie die de Japanse mentaliteit en vastberadenheid uitstraalt. Tussen vloer en plafond klemt hij vier houten balken met een omvang van 15 x 15 cm en 3 meter lengte. Onderaan steunen ze op oliepompen die de balken tegen het plafond aanspannen. De loodrechte opstelling is op diverse plaatsen onderbroken door er tussen geklemde keien die men aantreft in de Rijn,




QUESTIONS

UItdelen van pamfletten op de Grote Maektn (foto RD, archief New Reform)


Amerigo Marras, Bruce Eves, Diane Boadway en Suber Corley van het ‘Centre for Experimental Art and Communication’ (CEAC) in Toronto zijn op tour in Europa. Zij plannen een reeks performances[2] met als hoogtepunt een deelname aan de ‘Free University’ van Joseph Beuys tijdens Documenta 6. Ik onderhoud al geruime tijd contacten met de in Sicilië geboren Amerigo Marras die ook bekend staat als een vooraanstaande homoactivist en dat leidt hen ook naar Aalst. Onderzoek naar de gedragingen van mensen en hun reacties op onverwachte gebeurtenissen zijn het doel van de CEAC performances. Wij drukken gestencilde, tweetalige pamfletten ‘Vragen / Questions’ die op 14 mei in de centrumstraten van Aalst worden uitgedeeld:

"Opereert repressie van uit het parlement en het ouderlijke gezag? Zal er in de toekomst een gedrag zijn zonder opinie? Is het normaal zijn bevorderend voor deze tijd of zijn gecentraliseerde meningen abnormaal omdat de dominerende groepen ze hebben verworpen en het gedrag wordt opgevat als een individuele status?”.

CEAC in New Reform met Tordoir Narciss en mezelf
rechts op de foto (foto MH, archief New Reform)

Het uitdelen van de pamfletten wordt gevolgd door een discussieavond in het CSV waar wij tot de conclusie komen dat: “gedragingen van personen en groepen onderhevig zijn aan externe factoren zoals de invloed van de media, de reclamewereld en de politiek en dat het ongepast is om te beweren dat personen en groepen alleen verantwoordelijk zijn voor bepaalde als excessen beschreven toestanden”.

MARINA ABRAMOVIC


Met Marina Abramovic in Bologna
(foto Guy Solly, archief New Reform)

In de lente valt er een uitnodiging in de brievenbus om deel te nemen aan een colloquium over ‘performance art’ in Bologna. Van Wies Smals verneem ik dat ook Marina Abramovic en Ulay er zullen zijn. De Appel is de beheerder van hun brievenbus. Eerdere pogingen om hen te ontmoeten zijn op een sisser uitgelopen. In Bologna lukt het mij wel om met hen in gesprek te gaan. Ik vraag ze of wij kunnen samenwerken in Kassel waar ik in juli 'Performance Art' cureer of later in Brussel tijdens het ‘Performance Art Festival’. Ze zijn enthousiast maar het lukt ons op dat ogenblik niet om concreet tot een afspraak te komen. Bovendien zijn ze al gevraagd om tijdens Documenta6 te performen en voor de rest is de planning onvoorspelbaar. Marina Abramovic en Ulay zullen deelnemen aan het Performance Art Festival in Brussel maar niet live optreden.

Op de stoep voor ons hotel: links Edit DeAk mede oprichter Art Rite en Printed Matter, 
ikzelf, ober hotel, performance kunstenaars Vincent Trasov bekend als  Mr. Peanut,
 Albert Mayer geluidskunstenaar en Keiji Uematsu.
(foto hotelmedewerker, archief New Reform)


DOCUMENTA 6

Poster 'Performance Art' Kassel
(archief New Reform)

In juli krijgen wij, simultaan met Documenta 6, het Stadtarchiv van Kassel ter beschikking voor de inrichting van ‘Performance Art’ waar wij projectvoorstellen, installaties en live performances zullen tonen van Hugo Roelandt, Narciss Tordoir, Jan Janssen, Luc Steels, Paul Geladi, Antonio Muntadas, Jean Topazini, Albert Mayer, Reindeer Werk en Anna Banana. Ter voorbereiding van Kassel cureer ik in het RHOK te Etterbeek ‘Ontwerpen voor Uitvoering’, een verwijzing naar het feit dat installaties en performances ook inhoudelijk voorbereid worden door de kunstenaars.

Reindeer Werk[3] voert een performance op waarbij ze voor een conventioneel publiek een ongewone houding aannemen door zich ritueel - in overeenstemming met het functioneren van motorisch en geestelijk gehandicapte mensen - over de vloer te kronkelen. Het vertalen van het downsyndroom, een bekend genetisch probleem, in een live uitvoering van een performance, zorgt voor opschudding. Reindeer Werk klaagt met de performance het maatschappelijk vraagstuk aan van mensen die worden weggehouden van het openbaar leven en confronteerd ‘normale mensen’ met van uit hun standpunt abnormale waarden. Een deel van het publiek ervaart dit als een groteske belediging, hoewel het onderwerp analoog is met de werkelijk bestaande maatschappelijke toestand.

Performance Reindeer Werk (archief New Reform)



Hugo Roelandt brengt met zijn groep de tweede versie van ‘De vier seizoenen’. Maar in de derde versie, enkele weken later op de UIA campus, komt het tot een breuk. Hij eist zodanig veel van zijn medewerkers dat de groep op basis van inhoudelijke meningsverschillen uit elkaar spat. Hugo, die altijd in een geest van collectiviteit met zijn groepsleden samenwerkt, heeft hier voor het eerst de leiding niet meer in eigen handen.
Hugo Roelandt, Performance Kassel (foto RD, archief New Reform)


In Kassel doet Hugo een solo performance. Met op de achtergrond de meningsverschillen gaat hij met zijn onafscheidelijke bottines in een kartonnen doos staan die hij volgiet met opstijvend plaaster, gooit een militair camouflagenet over zijn lichaam en snoert zich met de hulp van enkele aanwezigen vast met een touw tot hij niet meer in staat is om nog zelfstandig te bewegen. Hij geeft, in de aanwezigheid van zijn voormalige medewerkers, visueel gestalte aan de onmacht die zich van hem heeft meester gemaakt. Hij is met een spreekwoordelijk ‘blok aan het been’ aan handen en voeten gebonden.

FLUXUS  WEST: KEN FRIEDMAN 

Ken Friedman
(foto RD, archief New Reform)



Na de zomer starten wij een nieuwe tentoonstelling van Ken Friedman. Ze bevat tekeningen in Chinese inkt waarin hij de kunstwereld, van Marcel Duchamp tot Nam June Paik, fileert en collages die zijn samengesteld uit scheurbladen van magazines, toegangskaarten van musea, betaaltickets uit winkels, metro en restaurants. Een vorm van ‘every day live’ composities die de kunstenaar extra in de verf zet door ze te overschilderen met fluorescerende kleuren.







CONCEPTUELE WALTER SCHELFHOUT


Walter Schelfhout met das en ik met geruit hemd,
+ tekening.
(foto MH, archief New Reform)


Wij sluiten het jaar af met Walter Schelfhout van wie tekeningen uit de periode 1960-1965 worden getoond, naar mijn aanvoelen de meest conceptuele fase uit zijn oeuvre. In de tekenkunst kan men met een zuivere lijn en een snedige accentuering van een profielpen een wit blad als het ware in twee klieven. Walter tekent vanuit de pols op het gevaar af dat de voorziene rechte lijn een kromme wordt. Behoudens zijn minimale lijntekeningen zijn er ook tekeningen met een woud aan lijnen. Als je in het bos het kreupelhout observeert en in je atelier de essentie ervan uittekent dan kan je tot een abstracte voorstelling komen. Hoewel Walter deelneemt aan verschillende nationale en internationale expos heeft zijn oeuvre nooit de erkenning gekregen die het verdient. Hij is geen kunstenaar die op zoek gaat naar succes en laat zich niet vermarkten door een galeriemanager. Zo blijven veel goede kunstenaars onder de spreekwoordelijke radar van de erkenning.

EEN MUSEUM VOOR AALST

In de loop van 1977 ben ik actief beginnen meewerken met ‘De Rank’, die in Aalst het Vermeylenfonds vertegenwoordigt, een culturele vereniging die deel uitmaakt van de socialistische zuil en die, net zoals het Willemsfonds (liberale zuil) en het Davidsfonds (katholieke zuil), een groot impact heeft op de ontvoogdingsstrijd in Vlaanderen. Kort na mijn aantreden richt ik, met de steun van dr. Emiel Goossens, een 'werkgroep kunst' op die de volgende jaren, in wisselende samenstellingen[4], de hedendaagse kunst in de stad zal aansturen.

Het is ook de periode dat Dr. Marc Galle zich in Aalst vestigt om er de leiding te nemen van de SP (Socialistische Partij). Zijn interesse voor cultuur, letteren en kunst in het bijzonder geeft De Rank een boost. Wij willen de hedendaagse kunst in de stad in de kijker zetten[5]. Op vrijdag 3 maart openen wij in het Museum Oud-Hospitaal ‘Kunstformatief Aalst 78’.


Cover catalogus

Wij nodigen 12 in Aalst wonende of met de stad verwante kunstenaars uit die elk 5 werken aanleveren: Luc Hoenraet, Luc Claus, Rene Vinck, Lieve De Pelsmaeker, Anne-Marie Van Hoorick, Paul Van den Abeele, Paul Gees, Hugo Roelandt, Maurice De Clerq, Wilhelm Mechnig, Jan Sanders en Walter Schelfhout.  De tentoonstelling heeft in ons opzet een ‘informatief’ karakter’ maar groeit uit tot een momentopname van de Aalsterse kunstscene die aanknoopt met nationale en zelfs internationale trends in de kunstwereld.  Wij willen kunst zo toegankelijk mogelijk voorstellen aan brede lagen van de bevolking, reiken informatie aan over de diverse strekkingen in de kunstwereld en illustreren ze met de werken van de geselecteerde kunstenaars. De catalogus met een verklarende nota van de stijlbegrippen, foto’s en korte biografie van de kunstenaars, wordt op de drukpersen van de stad geprint en 'gratis' uitgedeeld.



Persartikel Kunstformatief
(foto vanaf links Bert Van Hoorick, Gilbert Bourlon,
Eddie Monsoeir en Dr; Goossens)

Hugo Roelandt herhaalde zijn performance
tijdens Kunstformatief.
(foto RD, archief New Reform)


Tijdens vernissage lanceer ik een voorstel om in Aalst een ‘museum voor hedendaagse kunst’ op te richten. Wij weten dat er in Gent en in Antwerpen verenigingen zijn die ijveren voor de oprichting van musea en stellen ons zelf tot doel deze rol in onze stad op te nemen. Als ik een aantal maanden later door het stadsbestuur wordt ontvangen als laureaat van de Schuman Prijs[6] overhandig ik hen een nieuw in detail uitgewerkte versie van mijn voorstel met voorbeelden van musea die op quasi identieke wijze zijn ontstaan. Het voorstel wordt goed onthaald in de pers en dat zet de vraag naar een museum kracht bij maar het stadsbestuur is van oordeel dat dit een taak is voor de ‘hoofdstad’ Brussel ! (vervolgt)



[1] Moderna Museet Stockholm (1976) en de Stadtische Kunsthalle Dusseldorf (1977)

[2] ACME Londen, De Appel, New Reform, Salvatore Ala Milaan, Art Sociologique, Sztuki Warschau

[3] Tom Puckey & Dirk Larssen of onder hun pseudoniem bekend als M. Yeck, N. Krid

[4] De werkgroep bestaat uit prof. Frans Vyncke, Hugo De Moor, Lieve De Pelsmaeker, Leo Geudens, Maurice De Clerq, Paul Gees, Guido Muylaert, Emiel en ikzelf.

[5] Op het einde van de jaren zestig stelde ik Bert Van Hoorick voor om een tentoonstelling te organiseren die wij de naam ‘Kunst in Blue Jeans’ geven. Het idee is om jongeren met betaalbare kunst(edities) over de spreekwoordelijke drempel te krijgen voor hedendaagse kunst, maar door politieke dwarsliggerij in de culturele raad en het stadsbestuur komt er niets van in huis. 

[6] Met een budget, dat ik raam op 10 miljoen BEF (ca. € 250.000), verspreid over een periode van tien jaar, kan er volgens mij een aanvang worden gemaakt met het oprichten en functioneel maken van een museum. Ik stel voor om het onder te brengen in een van de leegstaande fabrieksgebouwen (SULBB of Diddens-Van Asten) die de stad rijk is, waardoor ze gelijktijdig ook haar materieel erfgoed, dat symbool staat voor de 19de eeuwse textielnijverheid, veilig stelt.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...