VAN CARNABY STREET TOT C&A
PAN wordt uit het Keizershof verbannen en vindt enige tijd later onderdak in 'den Aaten Kalisj’ in het Keizerstraatje, een cafeetje voorheen uitgebaat door Johan Daem, broer van schrijfster Christine Daem. Er vlak naast ligt de Patat Bar waar ik enkele tijd in de weekends bijverdien als deejay. Begin 1967 haalde de Patat Bar de voorpagina's van de sensatiekranten Kwik en Zondagsblad als gevolg van een razzia van Rijkswacht en BOB die op zoek zijn naar minderjarigen en het ‘vermoedelijk’ gebruik van drugs. De foto’s van dartele meisjes en jongens die via een achterpoortje en de dakgoot, het lage café had slechts een zolderverdieping met groot raam, het establishment ontvluchten, staan breed uitgesmeerd op de eerste pagina's van deze sensatiekranten.
Merkwaardig genoeg wordt ‘den Aaten Kalisj’, waar wel gesnoven wordt, met rust gelaten. Het heeft een beruchte geschiedenis. Eerst noemde het ‘Salt & Pepper’ uitgebaat door de uit het Gentse artiestenmilieu afkomstige bard Oswald Slosse en vervolgens ‘De Cornichon’ met als uitbater Adrien van der Biest. Het heeft zijn reputatie te danken aan de langharige jongeren die er in een met anarchisme gekruide sfeer samenkomen.
In september 1970 vraagt PAN in een brief aan het stadsbestuur om
het inmiddels leegstaande café 'den Aaten Kalish' te huren. De stad is er door onteigening eigenaar van
geworden. De Patat Bar wordt het atelier van de schilder René Bekaert. Het pittoreske Keizerstraatje staat immers ter discussie. Sommigen,
onder wie Bert Van Hoorick, willen het behouden en er naar het voorbeeld van
het hippe Londen een ‘Carnaby street’ van maken met boetieks en cafeetjes,
anderen willen met een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nieuwbouw mogelijk
maken. Daarin is ook het statige herenhuis van Baron Moyersoen in de
Nieuwstraat opgenomen bekend om zijn bepleisterde witte gevel, typisch voor het
Aalsterse straatbeeld. De Werkgroep Stadsherwaardering, een vereniging van
Aalstenaren die strijden voor het behoud van het patrimonium, stelt voor om het
herenhuis te beschermen of op zijn minst de typische witte gevel
te bewaren als stadsgezicht. Ze voeren een jarenlange strijd en gaan zelfs over tot het kraken en bezetten
(1979) van een aantal aanpalende huizen, die eveneens eigendom zijn geworden
van de stad, om hun eisen kracht bij te zetten. Finaal zal er een C&A
winkel verrijzen met in de achtertuin (De Ridderstraat) 'sociale woningbouw' als compromis. Het
'smalle straatje' wordt behouden. Het zijn de eerste beslissingen van een reeks
afbraakwerken in het stadscentrum die het nieuwe stadsbestuur (CVP-PVV-VU) zal
nemen.
![]() |
| Bezetting van het huis Moyersoen tijdens de zaterdagmarkt (foto De Voorpost) |
DOCUMENTA
Ik zet ondertussen mijn exploratie van de
kunstwereld verder. Celbeton, een baancafé in Dendermonde, is midden de zestiger jaren de
‘place to be’ voor ‘culturele ontspanning’. Ze organiseren er
tentoonstellingen, concerten, filmvoorstellingen en literaire avonden. Een
cultureel centrum avant-la-lettre. De bende rond Louis Paul Boon, kunstenaars
en kunstliefhebbers van allerlei pluimage uit alle streken van Vlaanderen en
Nederland zijn er regelmatig op de afspraak en lokken mij en Walter Schelfhout naar
de avonden. Ik als fietser, hij met zijn bromfiets. Er heerst een sfeer van
gemoedelijkheid en kameraadschap in de strijd voor erkenning van het
kunstenaarschap. Initiatiefnemer en bezieler is Dendermondenaar Adolf Merckx,
leraar aan het Koninklijk Atheneum van zijn stad en een gerespecteerd
kunstcriticus voor het dagblad ‘Het Laatste Nieuws’ waar hij de opvolger is van
de legendarische avant-gardist Jan Walravens. Adolf Merckx brengt in zijn
wekelijkse kunstrubriek meerdere keren verslag uit over de kunstscène in Aalst
en behoort later tot de kring van New Reform getrouwen.
Maar misschien wel de belangrijkste ervaring
doe ik op in de Duitse garnizoensstad Kassel tijdens mijn legerdienst
(1967-1968). Ik beweeg mij quasi onmiddellijk na mijn aankomst in de artistieke
milieus van een stad met een rijk historisch verleden, musea en monumentale
parken uit de tijd van de Pruisen. De kernstad is op het einde van de tweede
wereldoorlog platgebombardeerd met als gevolg dat er een nieuw stedenbouwkundig
model herrijst met een autovrij centrum en goed uitgerust openbaar vervoer. Een
modelstad.
Ik ontmoet er Prof. Werner Kausch die aan de 'Staatliche Hochschule für Bildende Künst' kunstgeschiedenis doceert, er een actief professioneel leven op nahoudt en invloed heeft in de stedelijke instellingen. Hij brengt mij in contact met de organisatoren van de Documenta[1] en zo beleef ik de opbouw van Documenta 4 (1968) actief mee. Ik steek een handje toe als de Bulgaarse projectkunstenaar Javacheff Christo in het Karlsaue Park een 85 meter hoge worstvormige ballon installeert. Ik zal er een eeuwige vriendschap aan overhouden. In 1969 cureer ik in de galerie van boekhandel Lometsch een tentoonstelling met werk van Walter Schelfhout[2].
| UItnodiging tentoonstelling Walter Schelfhout (Archief RD) |
REFORM GALERIJ
In maart 1968 houdt ‘Vertikaal’ er mee op te
bestaan. Walter Schelfhout, die er aan denkt van zijn kunstenaarschap te kunnen
leven, en ik zijn dan al begonnen met het oprichten van de Reform Galerij. Ze
ontstaat in de poort van de hoevewoning die Walter, zijn vrouw Lydie Bryland en
hun kinderen betrekken aan de Oude Dendermondsesteenweg 392. Wij kalken de
bakstenen muren kraakwit en mijn broer zorgt voor de installatie van de
neutrale TL-verlichting. De opening heeft in september plaats.
![]() |
| Lydie en een van de kinseren aan de ingang van de Reform Galerij (foto Archief RD) |
De naam van
de galerij heb ik meegebracht uit Duitsland waar 'Reformwinkels' ontstaan die
de trekkers zijn voor nieuwe samenlevingsvormen met maatschappelijke- en
ecologische uitgangspunten. Beleving van cultuur en kunstpraktijken in het
bijzonder worden naar voor geschoven als noodzakelijke elementen in de ervaring
die het leven is. Wij willen de mensen op een andere manier leren kijken naar
kunst en hen aanmoedigen om kunst te integreren in de huiselijke kring. Een
nobel idee. Wij zijn enigszins tegendraads en zullen enkel abstracte kunst
tonen. Als korte tijd later Walter Schelfhout wordt aangesteld als opzichter in
het stedelijk museum van onze stad sluiten de deuren van de Reform Galerij
vroeger dan verwacht.
KEULEN
Keulen is eind van de jaren ’60 voor mij het
epicentrum van de hedendaagse kunst. Van galerie naar galerie en in de
boekhandel Walther König ga ik op zoek naar de stand van de hedendaagse kunst
in de wereld. De galerijen zijn uitgerust als een minimuseum met gepolijste
betonvloeren en hagelwitte wanden. Hier is kunst pure business en dat wil ik
niet.
![]() |
| Happening and Fluxus, Kölnischer Kunstverein 1970 (foto Roger D'Hondt) |
Een van de mensen die onder de vernieuwende
kunstrichtingen van de avant-garde zijn schouders zet is Ingo Kümmel. Zijn
galerie is bijzonder, ze lijkt meer
op een kruidenierswinkeltje dan op een galerie. Hij verkoopt er Kümmel schnaps
en kunst. Tijdens de vernissages is de gemoedelijkheid er troef en de
alternatieve kunstwereld van Keulen en omstreken komt er op af. Kunstwerken
worden er verhandeld aan Aldi-prijzen, met andere woorden: Kümmel wil de
gevestigde galeries die aan gepeperde prijzen kunst verkopen de duivel aandoen
met democratisch betaalbare kunst. Wij blijven tot zijn dood bevriend. Mijn
bezoeken aan Keulen leveren mij samenwerkingen op met de kunstenaars Horst Tress, Dieter Reick, Otto Dressler, Martin Schwarz, Timm
Ulrichs, Hingstmartin, Klaus Groh, Gerhard Trommer en Winfred Gaul. Opmerkelijk, de meeste kunstenaars vertrekken in hun oeuvre's vanuit een maatschappelijke context.
![]() |
| Jurgen Klauke, polarroidfoto Ulay (Coll RD) |
Op een dag heb ik er een afspraak in de studio van Jürgen Klauke waar op dat ogenblik Uwe Laysiepen, die later met Marina Abramovic een performanceduo zal vormen, aan het werk is met het maken van een reeks polaroid's waarop Klauke poseert als travestie. Uwe Laysiepen doet er mij een mooie polaroid cadeau die ik zal gebruiken in enkele tentoonstellingen. Onder de indruk van deze techniek, waarmee je foto's binnen enkele minuten kan ontwikkelen en bekijken, koop ik mij ook een toestel. Polaroid's hebben als voordeel dat ze origineel zijn maar als nadeel (toen) dat je ze niet verder kan bewerken, multipliceren of hergebruiken én verloren gaan door blootstelling aan het daglicht. Van digitale fotografie is op dat ogenblik nog geen sprake. Veel van mijn foto’s zijn naar de vaantjes gegaan. (vervolgt)





Geen opmerkingen:
Een reactie posten