LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D14]

LUIS IN DE PELS VAN DE KUNST(MARKT)WERELD 

New Reform in de Schoolstraat anno 1973
(foto RD, archief New Reform)


EINDE SCHOOLSTRAAT

Als wij op het punt staan om de deuren in de Schoolstraat te sluiten nodig ik Luc Steels uit om een afscheidsmanifestatie te bedenken en professor Frans Vyncke voor een (slot)toespraak.

Luc voert tijdens de finissage op 16 juni 1973 de performance 'Eventstructures' uit. Hij is de eerste Belgische kunstenaar die live een performance uitvoert in New Reform. De aanwezigen krijgen bij het binnenkomen elk een kaartje(s) toegestopt waarop een aantal simpele instructies staan vermeld zoals: "Omvat iedereen die U tegenkomt bij de armen, zeg daarbij enkele vrolijkheden zoals: Hoera, uw aanwezigheid is voor mij een blijde verrassing" of "Schud de hand en stel uzelf voor, dit wil zeggen vernoem uw naam en zeg daarna aangenaam" of "Wilt U zo vriendelijk zijn om uw kaartje te ruilen tegen een ander kaartje en zo altijd maar voort". De performance lijkt heel simpel bedacht maar draait uit op een beleving om de mensen in beweging te krijgen, de onderlinge communicatie te activeren. Een van de opdrachten nodigt de aanwezigen uit om zich op de maagdelijk witte muren uit te leven met graffiti. 

Steels toont nog in primeur een (kunst)werk waarin hij, met behulp van de ontluikende artificiële intelligentie, waarvan hijzelf later als professor (VUB en Boston, VS) een van de sleutelfiguren zal worden, het oeuvre analyseert van de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth, een van de pioniers van de conceptkunst in zijn meest zuivere en theoretische betekenis. 

Graffiti in New Reform (detail)
(foto polaroid RD, archief New Reform)

DE VASTE KERN

Tegen het einde van de eerste periode is er een kern van New Reform getrouwen ontstaan. Een van hen is professor Frans Vyncke die Slavische talen doceert aan de Rijksuniversiteit in Gent maar ook een bijzondere belangstelling toont voor de nieuwste ontwikkelingen in de kunstwereld. Ik vraag hem of hij een synthese wil schrijven over de verlopen periode. Hij aanvaardt de opdracht en komt tot het besluit : 

Het is verbazend wat de energie en de inspanningen van één enkel individu vermogen te bereiken. Terwijl de grote massa veeleer de dingen passief ondergaat, is het meestal aan een gering aantal enkelingen te danken dat er leven in de brouwerij komt. Een dergelijke dynamische jonge man is Roger D’Hondt. Gelijk een ander heeft hij zijn dagelijkse beslommeringen om zijn boterham te verdienen, maar op zekere dag haalt hij het in zijn hoofd om zich in te zetten voor de verspreiding van de hedendaagse kunst te Aalst, en de poppen gaan aan het dansen. Met een paar vrienden richt hij in 1967 de kunstgalerij Reform op. Er worden enkele tentoonstellingen ingericht, maar de galerij sluit in 1969  haar deuren. Het is een eerste poging geweest, maar Roger D'Hondt is er de man niet naar om bij de pakken te blijven zitten. Hij heeft ervaring opgedaan, hij weet wat hij wil en hij probeert het nu op zijn eentje. Hij roept de New Reform Gallery in het leven en pakt de zaken nauwgezet en realistisch aan. Hij heeft begrepen dat het nutteloos is om nog maar een kunstgalerij toe te voegen aan de vele reeds bestaan instellingen van dien aard. Hij wil iets anders brengen, iets dat praktisch niet voorkomt in ons land en toch nodig is. Hij wil een soort centrum, dat niet zozeer op de klassieke verkoop van esthetische koopwaar is afgestemd, maar dat elke vorm van avant-garde kunst bij het publiek bekend maakt. Verkoop is dus niet de hoofdzaak, maar distributie, informatie en documentatie van en over de laatste nieuwe tendensen. Roger D'Hondt wil zich daarbij niet tot Aalst beperken, maar over onze grenzen heen zien: buitenlanders naar Aalst halen, en omgekeerd jonge Belgische kunstenaars in het buitenland voorstellen. En zo zien we hoe zijn activiteiten geleidelijk toenemen en zijn gezichtsveld zich langzamerhand uitbreidt. Aanvankelijk beschikt hij niet over een eigen gebouw en concentreert hij zich op het organiseren van manifestaties en tentoonstellingen overal waar de mogelijkheid hem geboden wordt. In oktober 1970 verwezenlijkt hij een eerste belangrijke expositie in het Stedelijk Museum te Aalst onder bet motto ‘Art and Idea'. Om zoveel mogelijk informatie te verstrekken verspreidt hij een door hem opgesteld en gestencild blad en schrijft in de plaatselijke pers. Weldra wordt een nieuwe stap voorwaarts gezet. In juni 1971 kan hij zijn eigen galerij openstellen in de Schoolstraat. Nu kan hij zich ten volle ontplooien. Hij start met een tentoonstelling ‘Zeefdrukken’ van verschillende kunstenaars uit binnen- en buitenland. Weldra echter concentreert hij zich uitsluitend op de allernieuwste strekkingen, nl. de concept, idea- en project- art. In dit opzet is de New Reform Gallery een van de eersten in België geweest. Bovendien wordt ze een anti-galerij, zoals Roger D'Hondt het zelf omschrijft, een galerij dus die hoofdzakelijk informatief ingesteld is, en alleen verkoopt om de onkosten te dekken. Ondertussen heeft Roger allerlei kontakten gelegd met het buitenland. Bekende artiesten uit andere landen komen in de New Reform Gallery exposeren/of handelingen uitvoeren. Werner Kausch uit Kassel maakt in augustus 1971 afdrukken van riooldeksels in de straten van Aalst. Horst Tress, Klaus Groh, Petr Stembera e.a. exposeren in de gallery. Omgekeerd trekt Roger naar het buitenland om er werk van eigen bodem te presenteren: hij neemt deel als een van de weinige Belgische galerijen deel aan de alternatieve Kunstmessen van Keulen en Berlijn in oktober 1971. Tot op heden werden door hem in die zin een hele reeks manifestaties ingericht: debatten, filmvoorstellingen, happenings, performances, individuele en collectieve tentoonstellingen. De meest recente ontwikkelingen op het gebied van de kunst worden op de voet gevolgd. In de voorbije maanden bracht de gallery bijv. visuele poëzie, ready-made poetry van Klaus Groh, creatieve postkaarten. Hoofdbedoeling was steeds een zo groot mogelijke kring van belangstellenden bewust maken van het actuele kunstgebeuren. Thans is aan deze periode een einde gekomen. New Reform verlaat de Schoolstraat en zal eerlang elders gevestigd worden. Dat betekent meteen dat een nieuwe fase aangebroken is in de activiteiten van Roger. Wij zijn ervan overtuigd dat Roger D'Hondt in zijn opzet zal slagen, omdat hij blijk geeft van inzicht, werkkracht en doorzettingsvermogen. 

De uitbouw waarnaar Prof. Frans Vyncke verwijst is gebaseerd op het enthousiasme van een aantal trouwe bezoekers die ons willen ondersteunen in tal van taken zoals vertalingen, lezingen organiseren, redactioneel of typewerk uitvoeren. In 1973 richten wij samen de ‘Werkgroep Informatie Actuele Kunst’ (WIAK) op. Tot de stichtende leden behoren Lieve De Pelsmaeker, Frans Vyncke, leraar en kunstenaar Felix Everaert, Willy Van Cannegem en Patrick Kindermans, allen uit Aalst en omgeving. In de herfst wordt gestart met een vorm van ‘alternatief kunstonderwijs' in de vergaderzaal van ‘Taverne Dirk Martens’. Wij zijn van oordeel dat de opleidingen kunstgeschiedenis in de academies niet verder reiken dan het begin van de 19de eeuw. Frans Vyncke start de lessen met een enquête waarin hij polst naar de kennis van de hedendaagse kunst bij de 25 volwassen cursisten onder wie tal van bekende fuguren uit de kunst en literaire wereld en een exposé met de veelzeggende titel: ‘Van Duchamp tot heden’. Ze moeten op een vel papier de namen van kunstenaars plaatsen bij bepaalde kunststromingen en daaruit blijkt dat dit niet vanzelfsprekend is. Wiak zal forumgesprekken organiseren met kunstenaars, critici en beleidsverantwoordelijken zoals Phil Mertens, conservator van het museum voor Schone Kunsten in Brussel, Karel Geirlandt. Directeur van het Paleis voor Schone Kunsten, filosofe Paula Burghgraeve over kunst en programmatie, de Nederlandse stedenbouwkundige en schrijver Jan Biezen en kunstenaar Paul Van Gysegem. 

De meest confronterende voordracht gaat op 13 januari 1974 door met Paul De Vree over ‘De Nieuwe Vlaamse school’. Als ik Paul De Vree uitnodig vraagt hij me of ik Louis Paul Boon wil vragen om aanwezig te zijn. Beiden leven in onvrede omwille van de vermeende collaboratie van De Vree tijdens de Tweede Wereldoorlog. Boon weigert in eerste instantie om aan het gesprek in Café Dirk Martens deel te nemen maar tot eenieders verbazing daagt hij die dag op en komt het tot een gesprek tussen beiden. Finaal blijkt dat het geschil is bijgelegd. Voor De Vree een belangrijk moment, zo vertrouwd hij me toe. 

New Reform in de Korrekelder Brugge, op de voorgrond
Poesia Visiva van Alain Arias Misson, links graffiti
Klaus Groh (foto RD, archief New Reform) 
  
KORREKELDER BRUGGE

Een van onze volgers is de Brugse kunstcriticus Jaak Fontier die zich voornamelijk aan de kant van de vernieuwing schaart. Hij nodigt ons uit om in de foyer van het Brugse theater Korrekelder een tentoonstelling te bouwen met conceptuele kunst. Wij tonen er in september werken van Klaus Groh, Petr Stembera, Löbach Hinweiser, Géza Perneczky, Hugo Heyrman, Jiri Valoch, Endré Tôt, Ries Linnartz maar ook nieuw werk van Yoshio Nakajma, die samen met Panamarenko en Heyrman aan de wieg stond van de happenings in Antwerpen, de Franse Fluxus kunstenaar Ben Vautier, Paul De Vree en Alain Arrias-Misson. De tentoonstelling biedt een overzicht van de diverse artistieke mogelijkheden die zich als conceptueel aandienen. 

1974 : JAN VAN EYCK ACADEMIE

Cover New Reform Nieuws nr. 19
(archief New Reform)

Soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Ik versier de cover van NRN met een zelfontworpen collage gevormd uit een persartikel over de 'Eat-Art' galerie in Düsseldorf, een project van de Roemeense kunstenaar Daniel Spoerri, en een opmerkelijke uitspraak van de Spaanse Tour de France winnaar Luis Ocana: "Gans de winter schilderde ik om mijn zenuwen te kalmeren”. Ik plaats er een figuurtje bij dat zijn wijsvinger omhoog houdt en waarvan het hoofd vervangen is door een verlichte geest in de vorm van een bollamp. Drie elementen die naar elkaar verwijzen als componenten voor een kunstpraxis die niet altijd ingewikkeld hoeft uitgelegd te worden en door iedereen kan beoefend worden. 






Op 25 maart 1974 zijn wij te gast in de Jan Van Eyck Academie in Maastricht waar onder het impuls van Raoul Marroquin en het kunsttijdschrift ‘Fandangos’ een bijdrage wordt geleverd om 'open ateliers' te initiëren als kunstopleiding. Wij organiseren er een informele ‘One day Show’ met de ons vertrouwde kunstenaars en nieuwe werken van de Canadees Jacques Palumbo, de Oostenrijkse Friederike Pezold, de Argentijn Edgardo Antonio Vigo en het ‘enfant-terrible’ Mark Verreckt die ondertussen bekendheid verwerft als schrijver, kunstcriticus en performer. De academie experimenteert met de ‘open ateliers’ en wordt een trendsetter in de wereld van de kunstacademies. De Belgische instituten en academies blijven aan hun historisch keurslijf vastplakken door een subsidiereglement dat eindtermen oplegt, regels die door de kunstenaars worden verlaten van zodra ze in de praktijk staan. Met de oprichting in 1995 van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) wordt ook in Vlaanderen deze nieuwe vorm van kunstopleiding ingevoerd. Maar het zal niet blijven duren.

DE BEWAKERS VAN HET DIPLOMA

5 jaar later, op 21 maart 1979, neem ik in de Zwarte Zaal van de KASK te Gent deel aan een panelgesprek met kunstenaar Jan Vercruysse, docent kunstgeschiedenis Wim Van Mulders, kunstcriticus Roger H. Marijnissen en de latere directeur Chantal Desmet tijdens een colloquium over ‘de toekomst van het kunstonderwijs’. Voor een volle aula leerkrachten en studenten kan ik met moeite enkele leraren, die tezelfdertijd ook kunstenaars zijn (!), overtuigen om de bestaande ‘bedrijfscultuur’ van de academies te verbannen uit de opleiding als zijnde 'noodzakelijk' om het kunstenaarschap te claimen. De meesten reageren op de uitdagingen als leden van de ambtenarij, terwijl ik van de kunstenaars wat meer anarchisme verwacht om de aloude stellingen neer te halen. Vanuit hun standpunt is het verzet begrijpelijk want velen hebben een baan in het kunstonderwijs en dus ook een diploma nodig om zich van een inkomen te verzekeren naast hun praktijk als kunstenaar. Ze vrezen voor hun job. Maar het vasthouden aan tradities, zoals Roger H. Marijnissen bepleit, heeft tot gevolg dat de tijdsgebonden evoluties in de kunstwereld zich buiten de Vlaamse academies afspelen. 

TRIËNNALE BRUGGE

Wij worden door de curatoren Willy van den Bussche (en Dirk De Vos, directeuren van respectievelijk het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst in West-Vlaanderen en Groeningemuseum in Brugge, uitgenodigd om deel te nemen aan de 3de Triënnale in de beurshallen in Brugge. De tentoonstelling heeft als doel “een actuele weergave te zijn van de stand van zaken van de hedendaagse kunst in België”. Naast 44 kunstenaars is er ook een afdeling voorzien waar enkele losse progressieve initiatieven, waaronder New Reform, de kans krijgen om zich voor te stellen. De curatoren verantwoorden deze doelstelling in een brief:

“Een tentoonstelling is als publieke manifestatie zinloos indien ze niet informatief begeleid is. Het is een moeilijke opgave om met de beschikbaremiddelen een tijdelijk documentatiecentrum voor het internationaal publiek dat Brugge in deze periode bezoekt, in het leven te roepen. Wij zouden het op prijs stellen dat uw galerij door middel van zijn publicaties en zijn informatief materiaal op dit documentatiecentrum zou vertegenwoordigd zijn”. 

Wij krijgen een wand toegewezen en besluiten om ‘in de geest van Fluxus’ de wand vol te spijkeren met onze publicaties, pamfletten, uitnodigingen, affiches en met de door kunstenaars (onder andere Ben Vautier en Wolf Vostell) onder de vorm van faxen en drukwerken, ingezonden projectvoorstellen.

Een week na de opening krijgen we een nieuwe brief van de curatoren: 

“Naar aanleiding van de talrijke blijken van misnoegdheid, zowel wat de andere galerijen betreft als de kunstenaars vertegenwoordigd in het blok gelegen achter uw opschrift, zien wij ons verplicht uw informatiestand te verwijderen. Indien u het wenst zijn wij echter bereid uw informatiestand op bescheidener wijze op te nemen in onze informatiestand”. 

Niet alle kunstenaars en ondermeer Ercola zijn het eens met deze beslissing maar het voorstel om uit te wijken naar een "bescheidener" ruimte kan ons niet verzoenen met onze doelstellingen en dus halen wij alles weg. 

(vervolgt)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...