LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D11]

DOCUMENTA , HET MEKKA VAN DE AVANT-GARDE

EN DREMPELS


Manifest Documenta 5 (archief New Reform)

In de zomer van 1972 zijn wij te gast in Kassel waar ik in de studiogalerie van Werner Kausch 'Concept-Art' cureer, een tentoonstelling met uitsluitend Belgische kunstenaars: Hugo Heyrman, Maurice Roquet, Jean-Marie Schwind, Herman De Schutter en het gezeefdrukte tijdschrift Artworker Star van Hugo Heyrman en Wout Vercammen. 


 Studio Kausch in Kassel 1972
(archief New Reform)



In dezelfde periode wordt in de stad Documenta 5 georganiseerd die wordt aangekondigd als een ‘peiling van de realiteit’. Ik stel vast dat ‘slechts’ twee Belgische kunstenaars, Marcel Broodthaers en Panamarenko, zijn geselecteerd op een totaal van 180 deelnemers. Het stuit mij tegen de borst omdat ik weet dat dit beperkt Belgisch gezelschap niet de weerspiegeling is van de realiteit. Ik besluit, samen met Werner Kausch, om een 'manifest' te publiceren waarin wij protesteren tegen deze beperkte selectie en verwijten de curatoren een gebrek aan kennis van de Belgische kunstscène. Zij beslissen, als reactie op het manifest, een flash interview met mij op te nemen dat dagelijks via het intern videocircuit van Documenta kan worden bekeken. Ook de lokale pers besteedt er aandacht aan.

Maurice Roquet 'Theatre Mental' 
installatie Studio Kausch 1972
(foto RD)

CONTRACT D'IDENTIFICATION

Ik vat het plan op om vanuit Kassel door te reizen naar Praag waar wij Petr Stembera en andere kunstenaars zullen ontmoeten.. Voor ’t eerst moet ik niet alleen op prospectie maar ben ik samen met Marie-Hélène (Van Audenhove), die later mijn echtgenote zal worden. Voor haar is het een echte vuurdoop. Aan de Tsjechische grenspost wisselen wij, zoals dat verplicht is voor toeristen, dollars uit in ruil voor Tjechische Kronen. Maar tijdens de controle van onze wagen ontdekken de douanes de catalogus, magazines, kranten en andere publicaties die ik heb aangekocht in de winkel van de Documenta. Men verbiedt ons om deze lectuur mee te nemen met de verzekering dat wij ze bij onze terugkeer kunnen ophalen in het douanekantoor. Wij verblijven in het huis van Petr Stembera en zijn vrouw. Hij heeft zijn twijfels over de teruggave en dus rijden wij enkele dagen later terug langs Oostenrijk, onze oorspronkelijk voorziene route. 

Ergens in Praag met op het dak van de wagen
New Reform Gallery.
(foto RD)

Maurice Roquet, die op de hoogte is van onze plannen, vraagt om in de straten van Praag zijn tekstpamflet(ten) 'Contract D'identification’ uit te delen. Ze zijn opgesteld in vier talen en handelden over de vrije overdracht van gegevens, het respect voor de realiteit van elke dag en het aanvaarden van de identiteit van anderen als de eigen identiteit. Wetende dat het moeilijk zal zijn om via de grenspost de documenten in Tsjechië binnen te smokkelen heeft hij ze via een relatie naar de Belgische ambassade in Praag gestuurd waar wij ze zullen ophalen. Bij de ambassade ondervind ik de grootste argwaan en tegenkanting om ze mee te nemen, zeker nadat men mij vraagt wat de bedoeling is. Na aandringen bij de ambassadeur zelf krijg ik de pamfletten mee. Als ik Stembera op de hoogte breng van ons voornemen vraagt hij me met aandrang om ze niet uit te delen tijdens ons verblijf bij hem thuis. De schrik voor de represailles die hij en zijn gezin kunnen ondervinden door onze actie zitten er diep in. De interventie door het Russisch leger tijdens de Praagse lente in 1968 zindert nog na. Wij verdelen een aantal pamfletten onder de kunstenaars die wij ontmoeten om ze in het circuit van gelijkgezinden te verspreiden. Op de laatste dag van ons verblijf steek ik er enkele in brievenbussen. Vervolgens maken wij ons uit de voeten. Zo ondervinden wij aan den lijve de illegaliteit waaronder de kunstenaars moeten werken, wraakroepend voor de artistieke talenten die er aanwezig zijn.

MINIROK

Maurice de Clercq, woonachtig in het naburige Oordegem, is een regelmatige bezoeker. Hij kan boeiend vertellen over zijn deelname aan de tentoonstelling van de G58 in het Hessenhuis te Antwerpen, kunstenaars die de abstracte kunst in Vlaanderen op de kaart hebben gezet. Zijn verhalen gaan ook over zijn omzwervingen in de avant-gardistische kunstwerelden van Parijs en Milaan en zijn vriendschapsbanden met Pierro Manzoni onder wiens invloed hij overschakelt op monochromen en assemblages. 

Maurice De Clercq, Monochroom
(reproductie, foto RD)

Merkwaardig is dat De Clercq er steeds in slaagt om tentoon te stellen in de avant-garde galerijen van zijn tijd. New Reform is zijn volgende lokaas. Ik sta voor een moeilijke keuze. Zijn oeuvre is geëvolueerd in een figuratieve richting die aansluit bij de pop-art en die op het einde van zijn leven zal uitmonden in hyperrealistische schilderijen. Hij beheerst ook deze technieken op topniveau en werkt steeds rond een thema. Uiteindelijk vinden wij een compromis. Hij zal een reeks tekeningen tentoonstellen geplukt uit interieuren van designmagazines waarin vrouwen defileren als 'Looking girls'. Vrouwen in decors die de lezer verleiden. Alle vrouwen die op de vernissage aanwezig willen zijn worden gevraagd gekleed te gaan in minirok zodat ze één worden met de vrouwen op de tekeningen. Een soort van symbiose performance. Louis Paul Boon verzorgt de openingsspeech met de voor hem typerende knipoog naar zijn eigen verzameling erotische foto's van filmsterren. New Reform is veel te klein voor de aanwezige massa. Gelukkig zijn er in die tijd nog geen verplichte veiligheidsvoorwaarden voor het organiseren van evenementen !  Voor mij is het uiteindelijk belangrijk dat velen voor de eerste keer de drempel van New Reform overschrijden.

Toespraak LP Boon
(archief New Reform)


DREMPELVREES

Aalstenaar Luc Van Stalle, opticien van beroep, is een van de vaste bezoekers. Wij gaan in op zijn voorstel om zich te kunnen manifesteren als kunstenaar. Het is voor hem een proefporject. Hij installeert in de traphal, die toegang geeft tot de galerijruimte, een web van elastische vangnetten. Bezoekers worden uitgenodigd om door het web te klauteren om alzo de kunstwereld te betreden. Zij die de drempelvrees van het web overwinnen ontdekken in de zalen onder meer een ‘ready-made' bestaande uit een sleutelgat gelast op een metalen staaf met voor het sleutelgat een metalen plaatje dat je opzij moet schuiven om door het sleutelgat te kunnen kijken. De nieuwsgierigheid van de mens is onbegrensd want, zelfs al kan je naast het object kijken, de meesten benutten het sleutelgat om in de lege ruimte er achter te kijken.

Prof. Frans Vyncke in het web van
Luc Van Stalle (foto RD, archief
New Reform)

Zowel Herman De Schutter als Luc Van Stalle zijn autodidact en voeren hun ideeën eenvoudig en zonder de complexen van een geschoold kunstenaar uit. Falen schrikt hen niet af. Adolf Merckx schrijft in HLN van juni 1972: "De verdienste van New Reform is er niet minder groot om, want het is alleen in zaaltjes van dit soort dat grote dingen nog kunnen gebeuren".

Adolf Merkx in hetzelfde artikel: “De meeste kunstliefhebbers zijn zodanig ingepalmd door de maatstaven van alle slag, hun geest is zodanig afgegrendeld door voorwaardelijke reflexen, dat het voor hen moeilijk geworden is om de dagelijkse werkelijkheid te zien als een eerste morgen. Neem bv. een aantal lege conservendozen, een paar vazen, plaats die gegroepeerd onder elkaar en noem het geheel stilleven. Of men schiet in een lach en men is op de goede weg, of men wimpelt het geval af met een meelijdend schouderklopje en men is rijp voor het vergeetboek der cultuur, of men schakelt in een fractie van een seconde op een nieuwe doodgewone golflengte en reikt de lachers de hand, de verstandhouding zal niet lang uitblijven. Alleen de lach en de verwondering werken bevrijdend”.

IN-OUT CENTER AMSTERDAM

Poster Equipo Movimiento
(aechief New Reform)

Het collectief 'In-Out Center'
[1] in Amsterdam verwerft bekendheid als een van de eerste 'artist-run-spaces' in Europa. Ze hebben hun reputatie te danken aan de multiculturele attitude en de experimentele draagkracht van de projecten. Ik nodig ik ze uit voor een presentatie. De delegatie die naar Aalst komt bestaat uit de Colombiaan Raoul Marroquin en de Surinamer Young Tchong die samen ‘Equipo Movimiento’ vormen en Michael Cardena eveneens Colombiaan. Ze zijn met een studiebeurs ingeschreven aan de Jan Van Eyck Academie in Maastricht. Hun artistieke praktijk ontstaat uit een reactie op de overconsumptie in de maatschappij. Tijdens de vernissage, op zondagochtend 17 november, voorzien wij een aantal film- en diaprojecties en live performances. Om alles in gereedheid te brengen vraag ik hen om tijdig aan de komen, liefst al de dag vooraf. Maar uiteindelijk arriveren ze na het aangekondigde beginuur. Bij hun aankomst in Aalst is hun wagen met Nederlandse nummerplaat aan de kant gezet voor een controle door de lokale politie. De drie, langharig en met gebronsde huid, zien er te verdacht uit om ze op een vredige zondagochtend door de stad te laten rijden en worden naar het politiekantoor geleid voor een verhoor. Ze spreken welliswaar een mondje Nederlands maar drukken zich overwegend uit in het Engels wat problemen oplevert tijdens het verhoor dat uiteindelijk twee uur in beslag neemt. Mobiele telefonie bestaat nog niet en de politie weigert om mij op de hoogte te brengen. Uiteindelijk worden ze vrijgelaten en komen ze ontdaan in New Reform aan. Wij beginnen met een gevoelige vertraging aan de installatie van de projectietoestellen en de ophanging van een reeks gezeefdrukte foto's en documenten.

Raoul Marroquin 'Body Monuments', performance
Bonnefantenmuseum Maastricht.
(archief New Reform)


‘Equipo Movimiento’ stelt een film voor van een live actie waarbij een aantal mensen postvatten in de lege nissen aan de buitenkant van het Bonnefantenmuseum[2] in Maastricht. Ze worden er met een kraanlift naartoe gebracht en nemen er de plaatsen in van de stenen beeldhouwwerken die er omwille van erosie uit zijn verwijderd. De actie 'Body Monuments', is een riskante onderneming maar levert een indrukwekkend beeld op van een oud statisch gebouw met levende figuren. Cardena toont een film waarin ijs en sneeuw van de Mont Blanc wegsmelten met als resultaat wateroverlast voor de rest van de wereld. Zijn projecten en performances die hij labelt met 'Cardena Warming up etc. etc. etc. Company’ houden een vroege waarschuwing in voor de milieuproblemen als gevolg van de opwarming van de aarde. Om de werkelijkheid na te bootsen besproeien wij de vloer van New Reform met water. Mont Blanc behoord inmiddels tot de klassiekers van de performance en installatiekunsten.  

(vervolgt)



[1] 1972-1974, Reguliersgracht 103.

[2] Oude locatie

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D10]

NIEUWE VORMEN VAN KUNST


Klaus Groh, blad uit scheurkalender maand juli 1971
(verz RD)

Wij zijn inmiddels 15 evenementen verder. Klaus Groh krijgt als eerste de volledige ruimte van New Reform ter beschikking voor 'Reality is against freedom'. Zijn graffiti (zie eerder) met een oproep om kreatief om te gaan met ervaringen en meningen staat centraal. Het lijkt wel een schoolbord met richtlijnen. Er zijn ook collages met kalenderbladen waarop handgeschreven instructies staan zoals: "u niet laten manipuleren" of "probeer uw eigen weg te vinden". Eenvoudig te begrijpen boodschappen met dieper liggende maatschappelijke betekenissen die aanzetten om te reageren tegen berusting in de maatschappij. Wij geven 'Reale Concepte’ uit, een kunstenaarsboek in een oplage van 150 gestencilde
[1] exemplaren met 'Ready mades’ en '15 thesen voor concept- en project art' die wij samen ter plekke hebben opgesteld.

Pagina1  '15 thesen voor concept- en project art',
 uitgave New Reform 1972 (detail)


Ik besef dat er een jarenlange inspanning zal nodig zijn om een redelijk deel van de publieke opinie te overtuigen dat we hier te maken hebben met de 'nieuwe' kunstvormen zoals beschreven in de 15 thesen. Vele ideeën zijn schijnbaar eenvoudig geformuleerd maar zijn er op gericht de vooroordelen die bestaan over kunst te doorbreken. Kunst is niet langer een voorrecht van de bourgeoisie maar wordt een participatieve vorm van kreativiteit waaraan iedereen kan deelnemen.

Aankondiging tentoonstelling Klaus Groh
(foto RD)



Opnames voor het BRT programma 
Zoeklicht van Regine Clauwaert
(foto RD)

JUNGLE ART JUNGLE

Poster 'Jungle art Jungle'
(archief NR)


Uitnodiging 'Jungle Art Jungle' 
(archief New Reform)
Adolf Merckx en Celbeton vatten eind 1971 de idee op om in maart van het daaropvolgend jaar de vijf Belgische avant-garde galerieën van dat ogenblik: Wide White Space en X-One uit Antwerpen, MTL Brussel, Yellow Now uit Luik en New Reform, samen te brengen in een vorm van 'alternatieve‘  kunstmarkt'. De tentoonstelling is niet opgevat als een commerciële beurs waar de galeries in hokjes zijn ingedeeld, maar als een omgeving waarin wij onze kunstenaars voorstellen. Er zijn kunstwerken en filmvoorstellingen van aan de galerie’s gerelateerde kunstenaars maar er is voornamelijk informatie over hun activiteiten, edities en publicaties. 



Dieter Reick voert op 17 maart in New Reform en op 18 maart tijdens ‘Jungle Art Jungle’ zijn performance 'Milk in Milk' op. Op een plastiek zeil vormt hij met melkblikken het woord melk, vervolgens maakt hij de blikken één voor één met een naald open en laat liters melk in het met blikken gevormde woord melk lopen zodat de betekenis van het woord zichtbaar wordt in een vloeibare vorm. Met deze performance wil hij de aandacht vestigen op de aan de gang zijnde ‘industrialisering’ van een natuurproduct binnen de Europese Gemeenschap.


Aankondiging Petr Stembera, foto RD

Gedreven door Klaus Groh’s boek schenk ik veel aandacht aan de ontwikkelingen van de kunstscene in het Oostblok. Fotografische registraties van happenings, performances en andere conceptuele werken geraken vlot doorheen de muur van censuur de grenzen over[2]. De kunstenaars staan te trappelen om aan bod te komen in de Westerse kunstcentra en worden daar ook gretig opgepikt. Wij bouwen een goede relatie op met Petr Stembera en bieden hem zijn eerste persoonlijke tentoonstelling in West-Europa aan.

 Petr Stembera 'Ascetical Pieces',
kunstenaarsboek uitgave New Reform 1972


Ze gaat samen met de publicatie van 'Ascetical Pieces' (1972), een kunstenaarsboek waarin hij de experimentele performances beschrijft die hij op illegale wijze in Praag uitvoert. Van sommige van deze performances bereiken ons foto's. Ze tonen hoe de kunstenaar zichzelf zweepslagen toedient of hoe hij als een hangmat – voeten en handen gebonden aan touwen - onder een dakgewelf hangt. Het zijn fysieke performances die aanknopen met de extremen in de body-art. Stembera is geïnteresseerd in het doorbreken van de lichamelijke weerstanden zoals die te zien zijn in middeleeuwse schilderijen. Zo vraagt hij aan kunstenaars en bevriende personen om hetzelfde te doen als de Heilige Hiëronymus die zichzelf stenigt in het gelijknamige schilderij uit 1525 van Lucas Cranach de Oude, en dit met een fotodocument te registreren. Alle werken samen geven een indrukwekkende eigentijdse interpretatie weer van het middeleeuws boetetafereel dat de steniging van Hiëronymus voor een crucifix uitbeeldt. Maar het tafereel zelf veroorzaakt bij de deelnemers aan het project ook het bewustzijn dat het schilderij, hoe mooi ook, slechts een afbeelding is van de ascetische boetedoening.


KUNST IN NIEUWERKERKEN

Mieko Shiomie 'Spatial Poem N.O. 4
(archief New Reform)

Met de hulp van Herman en Leona De Schutter, van in den beginne trouwe volgers, krijgt het idee vorm om uit te pakken met een tentoonstelling in Nieuwerkerken, een buurgemeente van Aalst. Bedoeling is om dicht bij de mensen te komen met hedendaagse kunst. We nemen van 26 mei tot 9 juni 1972 onze intrek in het dorpscafé van de populaire wielrenner Victor Neulandt waar wij kunstwerken, documenten, krantenknipsels en edities uit onze collectie tonen. De plaatselijke culturele kring maakt het initiatief 'Kunst in een dorp' van huis tot huis bekend met een publicatie waarin New Reform uitvoerig wordt voorgesteld. Op 3 juni worden de dorpsbewoners betrokken bij de uitvoering van 'Shadow Event’
[3], een street-art project van de Japanse Fluxus kunstenares Mieko Shiomi. Overal ter wereld en op hetzelfde tijdstip wil ze dat in straten en op pleinen schaduwen geschilderd worden. Op de dorpsplaats van Nieuwerkerken beantwoorden wij deze oproep met een aantal sympatisanten die voor één dag kunstenaar worden. De deelnemers tekenen op het asfalt met wasstift hun eigen schaduwen na. De fotografische registratie zal later deeluitmaken van een presentatie van Mieko Shiomi ‘s oeuvre in Japan.

Poster Herman De Schutter
(archief New Reform)
Herman De Schutter is een 'selfmade' kunstenaar die zich aangetrokken voelt tot de nieuwe kunstrichtingen. Kunst is voor hem een therapie om los te komen van alcohol en drugsproblemen. Hij heeft een moeilijke jeugd gekend in een klooster ver weg van het openbaar leven, wordt kleermaker en fabrieksarbeider,  hij worstelt met zichzelf en zoekt zijn geluk in de schilderkunst. In New Reform legt hij zijn problematische levenswandel vast in zijn project '097292' waarmee hij zich wil ontdoen van zijn verleden. Het cijfer verwijst naar zijn identificatienummer dat vermeld staat op zijn officiële documenten en briefwisseling met verchillende instanties. Door zijn problematiek als 'maatschappelijk onaangepast sujet' zijn dat er nogal wat. In een van de ruimtes hangt zijn in afkickcentra gedragen kledij overschilderd met zilververf, een andere richt hij in met blauw neonlicht, tafel en bandopnemer verwijzende naar de vele gesprekken die hij heeft moeten voeren in ruige omstandigheden. Bij het betreden van de galerij ligt er een voetveegmat met zijn identificatienummer. Verder zijn er spirituele schilderijen. Herman wil zijn menswaardigheid terugwinnen door zijn levensloop voor de buitenwereld te ontmaskeren en roddels te ontkrachten. Zijn werk vertoont gelijkenissen met wat men in de kunstwereld de 'individuele mythologische' strekking noemt. Hij zal zich enkele jaren later van het leven benemen.

JEAN-MARIE SCHWIND

De Gentse ‘appropriation’ artist Jean-Marie Schwind is een mysterie voor mij. Hoewel ik meerdere keren met hem optrek en wij elkaar bepaalde periodes bijna wekelijks ontmoeten, krijg ik geen vat op zijn geheimzinnig leven als kunstenaar en zoon van een bekend Gents architect. Hij roept meer vragen op dan dat hij antwoorden geeft. Jean-Marie Schwind eigent zich met opzet de oeuvres toe van de grondleggers van de hedendaagse kunst door ze te copieren. Typerend voor zijn handelswijze is zijn anoniem uitgevoerde actie/installatie 'Sealing of the New Reform Gallery' (2 februari 1973) waarvan ik maanden later de fotografische weergave ontdek in het tijdschrift van de galerie Permafo in Wroclaw. Daaruit blijkt dat hij de toegangsdeur van New Reform met tape heeft afgesloten en verzegeld. Ik was niet op de hoogte en heb nooit kunnen achterhalen welk kunstwerk of actie hij zich hiermee toe-eigende. 



Tijdschrift Galerie Perfmafo met onderaan
fotos ingreep J.M. Schwind
(archief New Reform)

Wij gaan samen regelmatig carambolebiljarten in het cafe van cinema Palace in de Schoolstraat schuin tegenover New Reform. De biljartpartijen zijn geen toeval, maar ingegeven omdat ze kennelijk ook een bezigheid waren van Pierro Manzoni. Jean-Marie Schwind existeerde in de leefwereld en de realisaties van andere kunstenaars die op een of andere wijze door opmerkelijke prestaties of exentrieke levensstijl bekendheid hadden verworven.

Als wij later in Kassel [4]  werken van hem tonen die als twee druppels water lijken op het oeuvre van Christo en Pierro Manzoni krijg ik de vraag of het echte of vervalste kunstwerken zijn waarop ik verwijs naar Jean-Marie Schwind zijn handtekening om mij uit een soms delicate discussie te wurmen. Ik toon ook noties uit zijn dagboek en de structuur van de door hem opgerichte 'Foundation' waarin de ‘appropriations’ zijn opgenomen. 

(wordt vervolgt)



[1] Het gebruik van stencil als drukprocedé is in die tijd het alternatief in literaire en kunstenaarskringen om vrijelijk te publiceren. Het is goedkoper dan het laten zetten en drukken van tekst en beeld bij een drukker, je beheerst zelf de inhoud en de lay-out, en tenslotte is er een grafische component aan verbonden door de combinatie van inkt met een doorgaans wit of gekleurd sponsig blad papier. De stencilmachines kan men zonder moeite op een keukentafel plaatsen. De eenvoudige toestellen worden handmatig bediend, de meer gesofistikeerde aangedreven door een licht elektrisch motortje. Men krijgt als zelfstandig uitgever en drukker een apart en zelfs exclusief gevoel bij als men naast de pers staat. Vaak zijn de publicaties ook ‘last minuut’ ingevingen. De stencils zijn niet oneindig te gebruiken zodat de oplages zich als vanzelf begrenzen tot hoogstens een paar honderd exemplaren. Als later de offset machines de stencils komen vervangen kopen wij er een met als enig doel de lay-out en inhoud van de publicaties zelf te kunnen beheren.

 

[2] Wij smokkelen zelfs werken voor een tentoonstelling in het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) in Antwerpen.

[3] Spatial Poem no. 4 , de actie werd later uitgevoerd dan de op de flyer vermelde datum

[4] Studio Kausch 1972

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D9]





KUNST = LEVEN

(Antoni Muntadas)



 







Begin 1972 cureer ik 'Concept Makers'. Ik schrijf in 'Reform Bericht':

"Hoe de tentoonstelling er zal uitzien weet ik op dit ogenblik niet. Dit is trouwens één van de verrassingen waarvoor men staat bij het samenstellen van een tentoonstelling over nieuwe kunst. Ik heb weliswaar afspraken gemaakt met de kunstenaars maar sommigen dienen projecten in die pas op het einde van de tentoonstellingsperiode tot finale realisatie zullen komen, anderen stellen interactieve werken voor die door de bezoekers live kunnen worden beleefd of uitgevoerd”.

Stephen Willats ' Social Resource Project for Tennis Clubs'
 (Reconstructie, foto RD, archief New Reform)


Dat vraagt om een andere uitwerking dan het traditionele ophangen van ingelijste werken aan de muren. Stephen Willats vraagt om een groot bord tegen de muur te plaatsen, dat op zijn aangeven in te delen en er stelselmatig de gegevens aan toe te voegen die hij in de loop van de tentoonstelling zal toesturen. Ze bevatten teksten, foto's, bandopnamen en registraties van telefoongesprekken voor het 'Social Resource Project for Tennis Clubs' dat hij in Nottingham realiseert. Willats noteert en analyseert zorgvuldig het sociale verenigingsleven in de besloten 'Tennis Clubs' als een soort van undercover reportage om ze vervolgens visueel toegankelijk te maken voor de buitenwereld.

Petr Stembera stuurt fiches met 'Metereological Informations'. Ze registreren de klimatologische verschillen tussen Praag en het hogergelegen stadje Poprad in een reeks van dagen. Achter de cijfers gaat de idee schuil dat de verschillen invloed uitoefenen op de fysieke eigenschappen van de mens in deze twee op 500 km van elkaar gelegen steden. Natuurlijke  body-art. Verder zijn er fotoreeksen van zijn persoonlijke interventies. Op een ervan is te zien hoe hij tot de uitputting zijn adem inhoudt.

Petr Stembera 
(verz. RD)



Jochen Gerz 'Documente aus den täglichen
 Leben, Listing, Briefe 1968-1969'.
(verz. RD)

Van Jochen Gerz tonen wij 'Documente aus den täglichen Leben, Listing, Briefe 1968-1969', de uitprint van een computerlijst op kettingpapier met de gedateerde opsomming van al zijn correspondentie gedurende het voorbije jaar.











Gabor Attailai, instructies voor
performance (verz. RD)
Gabor Attalai stuurt zwart-wit tekeningen en foto’s waarin hij, onder met motto ‘The Biggest Contrast in the World’, speelt met de confrontaties van zwart en wit. Wij voeren met zijn instructies op een ongewone plaats een performance uit. Bij mijn collega’s in het bedrijf waar ik werk[5] vind ik iemand die is opgeleid als haarkapper en een andere die wil meewerken aan het ‘kunstwerk’ door zijn hoofdhaar in fases te laten wegscheren. De kapper scheert met zijn tondeuse van het voor- naar het achterhoofd strepen door het haar. Vervolgens van linker naar rechter zijkant. Finaal wordt zijn hoofd kaalgeschoren. De actie verplicht mij om aan tientallen collega's, waarvan de meesten nooit eerder met kunst in contact zijn gekomen, en zeker niet met conceptuele kunst, uitleg te verschaffen over 'het kunstwerk'. Dichter kan je kunst niet tot bij de mensen brengen.  Het voelt aan alsof een belangrijk deel van mijn missie geslaagd is.



Maurice Roquet (foto RD, archie NR)


Maurice Roquet toont twee op raam gespannen schildersdoeken van A4-formaat, een is voorzien van een met de hand geschreven tekst en de andere bedrukt met het schrift van een typemachine. Beide beschrijven ze de samenstelling van een 'Stilleven' op doek. Verder toon ik een serie zwarte dozen (edities) en een deurbel op een houten paneel met als adreskaartje: 'Mental Theater'. De bezoekers kunnen de bel laten rinkelen maar ook twee vingers laten glijden over een stuk schuurpapier dat contrasteert met een wattendeken ernaast. 

KLaus Groh, Mail Art
(archief NR)
Klaus Groh vraagt mij om 'onze' briefwisseling van de afgelopen periode te tonen die hij als 'Mail Art' omschrijft. Zijn brieven zijn steeds opgefrist met postgraffiti, ludieke ideeën en verwijzingen naar de creatieve plannen die wij koesteren. 




Hugo Heyrman 'Mathematics in Nature' (foto RD)

Van 
Hugo Heyrman toon ik 'Mathematics in Nature' drie fotografisch geregistreerde landschappen waarboven een reeks wolken die in een geordende formatie lijken voorbij te drijven. Experimentele wetenschap en kunst manipuleren het gezichtsveld. 

Géza Perneczky 'art'  1971 
(archief NR)

Géza Perneczky toont een reeks fotowerken en kleine installaties waarin hij het begrip 'Yes-No' in alle mogelijke vormen onderzoekt. 'Ja en Nee' zijn de meest voorkomende woorden in de uitspraken en dialogen tussen mensen, ze zijn ook de meest concrete. De foto's tonen de door de kunstenaar in zijn studio uitgevoerde performances met deze woorden als leidraad. Een ander werk bestaat uit een toiletspiegeltje geplaatst op een hangtafeltje waarvoor hij een tennisbal plaatst met het woord 'art' uitgevoerd in spiegelschrift en dus leesbaar in de spiegel. Als de bezoekers in de spiegel kijken kunnen ze zich met het woord ‘identificeren'. Het verschijnt dan op hun voorhoofd, wang, neus of andere lichaamsdelen. 




Artikel in 'Het Laatste Nieuws' (archief NR)

Bruno Gasser verkoopt humus en graszaad in conservendozen en voegt er een gebruiksaanwijzing aan toe. Zijn later oeuvre bestaat uit schilderijen en objecten waarin gras in alle groeivormen en soorten aanwezig is. 




Boven originele uitnodiging  'Concept Makers', onder de bijdrage van Jacques Charlier.
(archief NR)


Jacques Charlier vraagt mij om aan mijn ‘invités’ een nieuwe identieke uitnodiging te sturen waarop hij de namen van de kunstenaars heeft vervangen oor deze van zijn collega's, de bedienden van de technische dienst bij de provincie Luik


ONVOORZIEN


Stefaan Steenhoudt alias Sinus Steff 'Paspoort'
(archief NR)

De tentoonstelling krijgt nog twee onverwachte deelnemers. Als de aanwezigen op de vernissage het gebouw hebben verlaten vind ik op de vloer in een van de lokalen vellen papier waarop een zekere Sinus Steff zijn projecten voorstelt. Het blijkt te gaan om werken van, een in Oostende wonende kunstenaar. Voor mij is hij een ontdekking die perfect past in mijn visie om de ordelijkheid in de kunstwereld te doorbreken. Ik vind ze bijzonder merkwaardig en laat ze de ganse duur van de tentoonstelling liggen waardoor hij in feite onaangekondigd deelneemt. Mijn interesse om samen te werken strand in vergeefse pogingen om hem in Oostende te ontmoeten. Jaren later verneem ik dat hij om het leven is gekomen door van de Europatoren te springen, een appartementsblok in aanbouw waar hij samen met anderen zeer tegen gekant was omwille van de esthetische schaalbreuk aan de kuslijn. Het “verhaal” doet de ronde dat hij op zijn borst een automatisch werkende fotocamera heeft gemonteerd om zijn val te registreren. Het is zijn laatste 'event'.


Timm Ulrichs, postkaart bijdrage 'Concept Makers'
(archief NR)
 
                                      

Onvoorzien is ook de deelname van Timm Ulrichs. Ik was met hem beginnen corresponderen en hij was op de hoogte van de expo maar had zich niet ingeschreven als deelnemer. Zijn bijdrage bestaat uit een postkaart met aan de ene zijde de data, titel en logistieke informatie van de tentoonstelling en aan de voorzijde het woord 'Konzept*' handgeschreven in hoofdletters met aansluitend een verklaring in hetzelfde schrift waaruit blijkt dat hij de typologie van het letterschrift zelf heeft ontworpen en laten uitvoeren bij een letterzetterij in Frankfurt a. M. De kaart kan dus tegelijk beschouwd worden als een module en een uitvoering ervan. Conceptueler kan het niet zijn. In zijn latere oeuvre zal Ulrichts de kijkers vaker op het verkeerde been zetten door ‘kunst relativerende denkprocessen' op gang te brengen.

NIEUWE WIND

Met vitriool in zijn pen schrijft de conservatieve kunstcriticus Jan D'Haese over de tentoonstelling in het weekblad ’t Palieterke van 17 februari: “In de grond is de gewone kunstliefhebber dwaas en dom; achterlijk geboren en getogen, zoekt hij nog steeds conservatieve kunstwerken aan te kopen als daar zijn schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken en andere ouderwetse flauwe kul”. Deze frase uit zijn artikel illustreert het breekpunt. Deze tentoonstelling heeft in geen enkel opzicht nog linken met burgerlijke kunst maar alles met pure verbeelding en werkelijkheid. De vaststelling van Adolf Merckx in HLN: "De New Reform Gallery heeft zich kordaat in de nieuwe wind gezet" is uitdagend en tegelijk riskant. Er duiken meerdere valkuilen op omdat wij regelrecht ingaan tegen de gevestigde waarden en tradities van de galerieën als plek waar kunst verhandeld wordt. 

(vervolgt)



[5] Regie van Telegrafie en Telefonie (RTT)












LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...