LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D8]

IEDEREEN KUNSTENAAR



1971. De maatschappijkritisch ingestelde kunstenaars Horst Tress, Steffen Missmahl, Dieter Reick en Bernd Lôbach Hinweiser die milieuverontreiniging, militarisme, consumptiegedrag en sexappeal als onderwerpen opvoeren weten mij te overtuigen voor een tentoonstelling. Tress vestigt met prenten en diaprojecties de aandacht op de interventies van de stad Keulen om iedereen met iedereen te verbinden via straling en hekelt de milieuvervuilende aspecten ervan. Hier en daar is een letter of een wetenschappelijke code opgenomen in de tekening die verwijst naar de gevaren van elektromagnetische golven of landschappelijke ingrepen. 


Horst Tress (archief New Reform)


Heden maken actiegroepen gebruik van de nieuwe digitale mogelijkheden die zich aanbieden op sociale media om hun standpunten begrijpelijk voor te stellen. 

Dieter Reick tekent met witte kalkverf een silhouet rond kadavers van dieren die langs de wegen als slachtoffer van het verkeer worden aangetroffen, precies zoals men dat ook met mensen doet. Hoewel hun gewetensvolle maatschappelijke visie in zeer lokale omstandigheden tot stand is gekomen, ben ik van oordeel dat de uitgangspunten universeel zijn en overal van toepassing. Kunstenaars zijn in staat om meer kracht te leggen in beelden dan maatschappijcritici in woorden. 

Mijn geloof in de filosofische gedachte van Joseph Beuys dat "Jeder Mensch ein Künstler is” (dat ieder mens een kunstenaar is)[2] is er alleen maar door versterkt. Ik heb uit de woorden van Beuys begrepen dat kunst niet uitsluitend het terrein kan zijn van academisch gevormde kunstenaars die mooie beelden op doek of papier afleveren, maar dat kunst ook politiek en actiegericht moet zijn om de gemeenschap van haar nuttigheid te overtuigen. Ik schrijf daarover later een uitgebreid artikel in het Vlaams weekblad Voor Allen[3]

Artikel Vlaams Weekblad 'Voor Allen' (archief RD)

Op 25 oktober werk ik mee aan een project van ‘industrieel designer’ en kunstenaar Bernd Löbach die in verschillende Europese galerijen een ‘Tafeltennisactie voor bewuste beleving’ (‘Multisensorische ereigenisse’) organiseert. Tafeltennis is in dit geval voor hem een ontmoetingsplek voor interdisciplinaire samenwerking waarbij de deelnemers, wetende dat het om een initiatief van een kunstenaar gaat, zich bewust inleven in de creatieve industrie dat het spel uiteindelijk is. 

Bernd Lôbach Hinweiser, collage wereldleiders bestuderen 
tank aan ingang Auschwitz (archief New Reform)

Löbach ziet zichzelf als een ‘bewustmakende’ kunstenaar. In 1972 geven wij een editie uit met drie kasseistenen en een ‘ponskaart’. De stenen verwijzen naar de aanleg van de eerste verharde Romeinse wegen waarlangs bodes zicht verplaatsen om snel gegevens in briefvorm over te brengen, de ponskaart verwijst naar de eerste vormen van elektronische overdracht van informatie. De editie toont aan hoeveel eeuwen er nodig zijn geweest om het transport van informatie te automatiseren. Wij zijn er ons op dat ogenblik niet van bewust hoe snel de volgende stappen zullen worden gezet door de invoering van het internet.

Sculptuur Lieve
De Pelsmaeker
(verz. RD)

Van bij de start van New Reform is Lieve De Pelsmaeker uit Erembodegem een van onze actieve volgers. Zij behoort tot de belangrijkste keramisten van haar tijd. Eerst maakt ze sculpturen met de structuur van boomschors, maar in het begin van de jaren '70 begint ze zich te manifesteren met driedimensionale werken. Later voegt zij er industrieel porselein aan toe en gaat een samenwerking aan met experimenteel musicus Godfried Willem Raes. In de sculpturen worden lichtgevoelige celletjes geplaatst die reageren op duisternis en licht als mensen zich in de omgeving van de beelden verplaatsen. De stap die ze als ‘keramiste’ zet is een reuzensprong in haar vakgebied. Haar beslissingen lokken twijfelachtige commentaren uit die ze moet verwerken als persoonlijke aanvallen, het oeroude ambacht van figuren en pottenbakkers wankelt. Wij ondersteunen haar met de publicatie van een catalogus[4] gedrukt op onze tweedehandse offsetpers. Ik schrijf over haar tentoonstellingen in de regionale pers, neem enkele van haar werken mee naar de 'Kunst und Informationsmesse' in Keulen en wij experimenteren er een weekend mee in New Reform.

DRUKWERK ALS KUNSTWERK

Drukwerk komt als een visueel baken voor kunstverspreiding meer en meer in de belangstelling. Op 2 november komt Klaus Groh, op de terugweg van de Biënnale van Parijs, zijn boek ‘Aktuelle Kunst in Osteuropa’[1] , dat een beeld ophangt van de kunstscene achter het 'IJzeren Gordijn', voorstellen. Het boek is een openbaring want van de actuele kunst in Oost-Europa is er maar weinig bekend. Vele kunstenaars uit het Oostblok sturen speciaal voor dit boek nieuw ontworpen projecten ter illustratie naar Klaus waardoor het boek tegelijk als een naslagwerk en als een 'artistbook' kan worden voorgesteld. Hij maakt van zijn tijd in Aalst gebruik om een kunstwerk te maken onder de vorm van een graffiti tekening. Op een wit bord legt hij uit hoe kunst eenvoudig bij iedereen kan onstaan mits de nodige verbeelding los te laten op de buitenwereld. Kunstenaar zijn kan je niet studeren.  Het zal maandenlang als instructietekening in New Reform getoond worden.

Graffiti van Klaus Groh (foto RD)




[1] DuMont, Keulen 1971

[2] Joseph Beuys: Jedes Mensch ein Künstler, Frankfurt/M 1975 Verlag Ullstein & Gesprekken tijdens Documenta5  opgetekend door Clara Bodenmann-Ritter.

[3] Fragment:   ‘…..Beuys relativiteitstheorie slaat terug op het politieke verval waaronder de democratie leidt. Het staaft zijn mening dat de wijsheid en de creativiteit van de volkerenmassa verder reikt dan de compromissen die de vertegenwoordigers van het volk, ambtenaren volgens hem, uitwerken. Het is hem erom te doen om de ‘massa’ bewust te maken van haar potentiële creatieve waarde. Volgens Beuys is deze in de voorbije jaren verloren gegaan door het gebrek aan inzicht, eerlijkheid en oprechtheid van de vertegenwoordigers van het volk. Daarom heeft Beuys in 1971 zijn 'organisatie voor directe democratie’ (via referenda) opgericht. Een permanent bureau werd geïnstalleerd in de Andreasstrasse 25 te Dusseldorf. Men beschikt er over twee uitstalramen via dewelke hij zijn zienswijze op de dagelijkse maatschappelijke toestanden kenbaar maakt en men kan er vrijuit gaan discussiëren met Beuys zelf of een andere vertegenwoordiger. Deze opdracht interesseert Beuys steeds meer. Beuys bevestigd zijn tijdens de documenta 5 in Kassel (1972) uiteengezette theorie dat kunst de enige mogelijkheid is om de situatie in deze wereld te veranderen. Hij bedoelt daarmede de mechanismen van de dominanten van deze maatschappijvormen, bijv. de politiek van boven naar onder, de institutionalisering van het onderwijs, de functieverwaarlozing van de vrouw, de normen toevertrouwd aan de economische structuren, het privaatkapitalisme en staatskapitalisme, zin van de arbeid, het kristendom, manipulatie ... ‘.

[4]  Lieve De Pelsmaeker 'Objecten', New Reform 1974


 

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D7]

 

DE GEEST VAN DE CONCEPTUELE KUNST



In juli 1971 rolt het eerste nummer van het tijdschrift 'Reform Bericht' uit de stencilmachine. Finaal zullen er 34 edities gepubliceerd worden van elkaar verschillend qua vorm en inhoud. Op de cover van het eerste nummer vraag ik aandacht voor een lezing in de 'School of Visual Arts' (New York, 1967) door de marxistische filosoof Herbert Marcuse[1]. Hij verklaarde daar: "Niet om politieke kunst, politiek als kunst, maar om kunst als de architectuur van een vrije samenleving gaat het". In Marcuse’s visie heeft kunst een maatschappelijke taak maar hij zweert ze af als politiek drukkingsmiddel.

De relatie 'kunst - politiek - maatschappij' komt later in New Reform veelvuldig aan bod. Vooral Duitse kunstenaars onderstrepen het belang van maatschappijkritiek. Onder de invloed van Joseph Beuys, Wolf Vostell en Klaus Staeck komt een beweging op gang die zich losmaakt van de traditionele standaarden in de kunstwereld door politieke standpunten over de samenleving als leidraad te nemen voor hun oeuvre. In de Verenigde Staten is er de ‘conceptuele beweging’ van kunstenaars die voorstellen voor kunstwerken formuleren op basis van theoretische en analytische modellen waardoor ze tot de essentie worden herleid. Toeschouwers worden vrij gelaten om zich in te beelden welke betekenis ze aan kunst wensen te geven. De dematerialisatie van het kunstwerk is een feit. De beweging brengt een ferme discussie op gang met het tot dan toe heersende materialisme in de kunstwereld maar zal finaal ook bezwijken voor de macht van de kunstmarkt en mainstream worden. Ik vat de twee tendensen samen in de tentoonstelling 'Informatie Concept Art' waarin ik een beeld ophang van de verschillende stromingen in de conceptuele kunst. 

Pamflet 'Informatie Concept-art'
(archief RD)

Adolf Merckx, die als geen andere de experimenten van New Reform op de voet volgt schrijft in Het Laatste Nieuws:

"Gedurende eeuwen heeft de kunstminnaar in de waan geleefd dat kunst in ieder geval een middel was om aan de werkelijkheid te ontsnappen. De werkelijkheid werd getranscendeerd, vervormd, geïdealiseerd. De kunstzinnige mens van heden is er toe gekomen zich eens flink in de ogen te wrijven om na een nuchter ontwaken tot de vaststelling te komen dat de echte werkelijkheid een nieuwe start mogelijk maakte. De kunst trad in het spoor van de wetenschap en stelde de bewustwording van het banale, dagelijkse milieu op de voorgrond. Waar men vroeger de noodzaak ondervond om aan het ruwe materiaal, de grondstof, het gevonden voorwerp een meer edele vorm of bestemming te geven, doet zich thans de behoefte gevoelen om de dingen te aanvaarden zoals ze zich voordoen, om in de naakte werkelijkheid kenmerken, eigenschappen en mogelijkheden te ontdekken die vroeger gewoon over het hoofd gezien of afgewezen werden"[2].

De samenstelling van ‘Concept Art’ komt tot stand op basis van de door kunstenaars aangereikte informatie. Het is in mijn ogen niet meer noodzakelijk om de zogenaamde ‘unieke’ kunstwerken te tonen, ik focus op de inhoudelijke aspecten. Ik selecteer de Duitsers Jochen Gerz, Erwin Wortelkamp, Horst Tress, Otto Dressler, Klaus Groh, Hingstmartin, Bernd Löbach, Gottfried Jäger, Hans Werner Kalkmann, Albrecht D., Klaus Staeck en Wolf Vostell, de Amerikaan Douglas Huebler, de in New York wonende Japanner Yutakio Matsuzawa en uit het Oostblok de Tsjech Petr Stembera.

Jochen Gerz 'Voorwaarden voor de 
visuele poezie' (archief RD)
Jochen Gerz is één van de kunstenaars voor wie ik meer dan normale bewondering heb. Ik zoek hem op in zijn studioappartement in de Rue Buffon in Parijs, enkele stappen verwijderd van de op dat ogenblik fel besproken Sorbonne-universiteit. De wijk straalt de revolutionaire sfeer van mei ’68 uit met zijn talrijke graffiti die verwijzen naar de manifestaties die er hebben plaatsgevonden. Gerz speelt daar op in met tekstaffiches die hij aanplakt op de muren van de universiteit. Ik ben gecharmeerd door zijn project ‘Die Beschreibung des Papiers’ een kunstwerk dat als boek wordt uitgegeven[3]. Er zit magie verscholen in de titel en de uitgave als ‘artist book’ belichaamt op een correcte wijze wat bedoeld wordt met het ‘democratiseren en dematerialiseren’ van het kunstwerk. Geen exclusieve voor privéverzamelaars maar voor iedereen beschikbaar via de boek-druk-kunst. Waar kan hij dit beter tonen dan in Aalst de stad van Dirk Martens (1446-1534) een van de eerste (boek)drukkers in de Nederlanden. Ik publiceer vers van de pers de Nederlandstalige vertaling van zijn essay ‘Bedingungen der visuellen poesie’ (‘Voorwaarden voor de visuele poëzie’), Parijs 1971,  


DE EERSTE PERFORMANCE



De performance verliep van den hoek Kapellestraat/Molenstraat
tot aan het postgebouw van de Hopmarkt (archief NR)


Een print van de gietijzeren afdruksels
(archief NR)


Werner Kausch zal een performance doen in de straten van Aalst.  Afkomstig uit het Ruhrgebied ontleend hij zijn oeuvre aan de industriële vormgeving. De gietijzeren deksels van de Aalsterse firma Vulcain die in de bestrating worden gelegd op plaatsen waar zich ondergrondse knooppunten van riolen, waterleidingen, telefoonkabels en roosters voor kelders bevinden, zijn in augustus 1971 het voorwerp voor de 'actie'. De deksels hebben per soort een specifieke textuur, soms geometrisch, soms gotisch. Kausch wil met zijn actie aantonen hoe mooi deze industriële vormgeving is. Hij reinigt de deksels en smeert ze in met zwarte verf, legt er een wit tekenblad op en een houten plaat. De voorbijgangers worden gevraagd om op de plaat te gaan staan van waaronder na enige tijd het blad wordt gehaald met de gespiegelde afdruk van het deksel. Zo worden ze deelnemer aan de creatie van een “kunstwerk” dat ze mee naar huis kunnen nemen. Een aantal bekende Aalstenaars neemt er aan deel terwijl ik via een megafoon het publiek toespreek over het doel van de performance en hen overtuig van de ‘artistieke meerwaarde’.

NETWERKEN

Netwerken is nu een modebegrip maar in de jaren ’70 een quasi natuurlijke samenscholing van gelijkgezinden. Op 30 oktober roept Celbeton een vuilnisbelt in de Maaistraat te Dendermonde uit tot kunstzone: ‘Dump in activity / vuilnisbelt in werking'. Een initiatief van kunstcriticus Adolf Merckx die, bewust of onbewust, optreedt als conceptueel kunstenaar. Het in brand steken van vuilnisbelten is in die tijd een gangbare praktijk! De drietalige uitnodiging is opgesteld als een rouwbrief met foto’s van het brandende belt en het wrak van een uitgebrande auto er bovenop. Het project roept vragen op over milieubeheer, esthetica en kunst omdat het uitgaat van de kunstkroeg Celbeton. Met ‘dump-art’ werpt Celbeton een ‘steen’ in de poel van de kunstwereld waar de bourgeoisie dominant en waardebepalend aanwezig is. Het is een manier om ze een geweten te schoppen en de draagkracht van het begrip kunst te verruimen. 

Klaus Groh, collage 'dump-art' (verz. RD)

De oproep van Celbeton aan kunstenaars om te reflecteren op de actie wordt van uit New Reform beantwoord door Klaus Groh met twee collages waarop het belt met zwarte plastiek is afdekt en Hans Werner Kalkman die straatnaamborden stuurt met opschriften die verwijzen naar de problematiek van de milieuverontreiniging.

Achter mijn kraam op de poezêmarkt in Wetteren (foto Ludo Van Geert, verz. New Reform)

Roland Jooris en Galerie Drieghe vragen mij om deel te nemen aan de 3de Poëziemarkt in Wetteren[4] .  Dichters, schrijvers en uitgevers staan er achter marktkraampjes met de nodige luister hun publicaties te verkopen. Ik installeer mij met conceptuele kunst en experimentele poëzie. Van Otto Dressler stel ik een stoel voor met een gummi zitkussen dat de vormen heeft van het gelaat van Beethoven. Honderden mensen gaan er op zitten en reageren van gechoqueerd tot geamuseerd.

Ingo Kümmel, die ondertussen stichtend voorzitter is geworden van de 'Vereniging van Progressieve Galeristen', vraagt ons om deel te nemen aan de 'Kunst und Informationsmesse' in Keulen (5-10 oktober 1971). Naast een rits experimentele galerieën uit Duitsland nemen buitenlandse gast galerieën deel die een plaats krijgen in verschillende gebouwen rondom de Neumarkt. Wij krijgen krijgen een plaats in het Belgisch consulaat dat beschikt over een ruime zaal. Een van onze buren is de Londense gallery Annely Juda Fine Art. In samenwerking met de galerie Spectrum uit Antwerpen organiseer ik in oktober van dat jaar een tentoonstelling met drie van haar kunstenaars die de analytische schilderkunst beoefenen: Alen Green,, Peter Kalkhof en Antanas Brazdys. 

Beurscatalogus (verz. New Reform)

Omdat de beurs een democratisch karakter nastreeft selecteer ik overwegend edities van jonge Belgische kunstenaars[5]. Hugo Heyrman en Wout Vercammen, die in Antwerpen 'Artworker Star tijdschrift voor concepten’ uitgeven, zijn de blikvangers in mijn stand.





Deelnemen aan de beurs is in menig opzicht een experiment voor mij. Er zijn vooral het transport, de verblijfskosten, huur en inrichting van de ruimte. Een eerste obstakel is de overschrijding van de grenspost met mijn ‘Renault 4’ in Aachen. Ik heb brute pech. De douaniers stellen vast dat ik “schilderijen” vervoer die ik niet heb aangegeven. Ik moet ter plekke alle werken registreren en een taks betalen op de uitvoer, een uitgave waarop ik niet ben voorzien. Er bestaan nog geen betaalkaarten en dus tast ik diep in mijn portemonnee. Het budget waarop ik rekende voor mijn deelname aan de kunstmarkt krijgt meteen een ferme deuk. De kunstmarkt levert geen verkoop op, behalve één schilderijtje van Gilbert Swimberghe dat door de Belgische cultureel attaché De Buck wordt aangekocht voor de collectie van het consulaat. De administratieve afhandeling en de betaling zullen maanden aanslepen. Het positieve zijn de massa contacten die ik heb met kunstenaars, critici, organisatoren en duizenden bezoekers. In de opvolgende weken vallen steeds meer voorstellen van kunstenaars in mijn brievenbus met de vraag om samen te werken. Mijn netwerk in binnen- en buitenland breidt fors uit. Wij zijn bovendien, samen met de Wide White Space Gallery uit Antwerpen, een van de eerste Belgische galeriëen die deelneemt aan een buitenlandse kunstbeurs. Een primeur! (vervolgt)



[1] Marcuse is met zijn filosofische theorieën een van de voornaamste aanstichters van mei'68

[2] ‘In de ogen wrijven', Het Laatste Nieuws, augustus 1971

[3] Luchterhand Verlag, Darmstadt 1973

[4] Felix Beernaertsplein

[5] Vincent van de Meersch, Helene Keil, Hugo Duchateau,  Jan Withofs  die samen de Research Group vormen,  Jos Jans, Luc Hoenraet, Hugo Van den Bossche, Erik De Smet , objecten en schilderijen van Cesar Bailleux, Cel Overberghe, Gilbert Swimberghe, Werner Kausch, Raf Verjans, Lieve De Pelsmaeker en de Duitse Aen t. Sauerborn.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D6]

 

ART AND IDEA

In februari 1970 sluiten de deuren van de Reform Galerij definitief. Ik ben al voorzien om een eigen kunstencentrum op te richten. Maar voor het zo ver is organiseer ik nog een tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

De kunstwereld beleefd in de jaren ‘60-'70 een van de opzienbarendste fases in haar bestaan. Ik besluit om mij aan te sluiten bij de nieuwe ontwikkelingen die kunst herleiden tot pure creativiteit. Ideeënkunst gekoppeld aan formalisme is het logisch uitgangspunt voor mijn eerste grote  tentoonstelling: 'Art and Idea', die ik van 24 oktober tot 15 november 1970 cureer in het Stedelijk Museum Oud-Hospitaal[1]. Ignatius De Vos, een klassiek beeldhouwer die met een open geest naar de kunstwereld kijkt, is er aangesteld als conservator. Hij komt meermaals met goede raad om het kunstenbeleid van de stad en de exposities in het museum vorm te geven. Mijn vriend Walter Schelfhout is er tewerkgesteld als toezichter.



Voor 'Art and Idea' maken wij een affiche met een speciaal daarvoor ontworpen zeefdruk van Walter  en een invitatiekaart voor de openingsreceptie. Maar ik verspreid ook, omdat ik niets met stijl en statussymbolen te maken wil hebben, een gestencild tentoonstellingskrantje met informatie over de kunstwerken die er staan opgesteld en de kunstenaars. Het wordt 'gratis' aan de bezoekers meegegeven. 
Van in den beginne neem ik mij voor om geen dure publicaties uit te geven, ik laat liever drieduizend gestencilde pamfletten verspreiden dan 300 chique invitaties drukken. In het krantje heb ik het over ‘conceptuele kunst’. Op de affiche en de uitnodiging verzwijg ik dit nieuwe begrip angstvallig omdat de vraag op dat ogenblik onmogelijk kan worden beantwoord welke kunstenaars ‘echt’ met conceptkunst bezig zijn. Heel wat kunstenaars claimen deze nieuwe benaming zonder te beseffen wat er inhoudelijk mee wordt bedoeld.

Uit de gestencilde tentoonstellingskrant:

Tentoonstellingskrant, detail
(archief RD)

“In de kunstwereld ontstaan regelmatig nieuwe ideeën, enerzijds wat men grosso modo ‘richtingen’ noemt zoals constructivisme, pop-art, land-art.... en anderzijds de ideeën waarmee de kunstenaar zijn werk opbouwt. Deze ideeën scheppen op zichzelf mogelijkheden tot het samenstellen van tentoonstellingen”.









Art and Idea, Werk van Marcel Verdrin (foto Archief RD)


Met 'Art and Idea' zet ik een stap als zelfstandig curator. Werner Kausch en Walter Schelfhout zijn logisch mijn vaste kunstenaars. Gilbert Decock en Marcel Verdrin overtuigen mij met hun minimale lijnen en vlakken. Ik beschik over een reeks werken op papier van de Amerikaanse minimalist Charles Hinman. Inspelend op het begrip ‘idea' stuurt Winfred Gaul drie ontwerpen voor kunstwerken die iedereen op maat en kleur kan uitvoeren. Gerhard Trommer werkt met verticaal en horizontale geordende vlakken. Klaus Groh[2] toont een fotomontage waarop te zien is hoe hij bodemgrond uit Duitsland overbrengt in Spaanse grond geïnspireerd door de drift van de Duitsers om overal voet aan de grond te krijgen en een schijnbaar eenvoudige suggestietekening dat wie van uit Aalst te voet vertrekt rond de aardbol logisch terugkeert op de plaats van vertrek. Zo kan je Aalst situeren als het middelpunt van de wereld. Ries Linnartz werkt voor deze tentoonstelling een project uit waarbij hij zijn grote geometrische metaalconstructies met buizen vervangt door in de natuur teruggevonden gelijkaardige toestanden met boomstronken en takken. Er komt een nieuwe sculptuur uit te voorschijn waarvan de vorm ontleend is aan het toeval van de vindplaats.

Art and Idea, Winfred Gaul instructies voor uitvoeren en 
monteren kunstwerk (archief RD)


Het museum krijg ik gratis ter beschikking, maar de drukwerken, voorafgaande atelierbezoeken en de transportkosten zijn voor mijn rekening. De communicatie verloopt in die tijd uitsluitend per brief. Veelvuldig telefoneren naar het buitenland is duur en ik kan mij dat op een bepaald moment niet meer veroorloven waardoor drie Nederlandse kunstenaars, ten gevolge van gemiste afspraken, niet tijdig met hun werken in Aalst geraken. Maar ik beschik gelukkig over copy-paste concepttekeningen van Gunther Üecker en de componist Friedhelm Döhl voor de klanksculptuur 'Sound-Scene' die ik als alternatief kan tonen. Er was mij een live uitvoering van dit werk voorgesteld maar dat is veel te duur voor mijn beperkt budget. Het wordt rond dezelfde periode uitgevoerd tijdens een festival in ‘The College of Art’ van Edinburgh, georganiseerd door de mij goedbekende Richard Demarco. Vandaag zou men dit kunnen capteren via internet, maar toen was daar geen sprake van. We moeten ons tevreden stellen bij het bekijken van de tekeningen en met de gedachte dat het project elders live word uitgevoerd.

De tentoonstelling krijgt een positieve commentaar van Adolf Merckx in Het Laatste Nieuws (HLN) die het artikel ook aangrijpt om te wijzen op de mogelijkheden voor tentoonstellingen hedendaagse kunst in het Oud-Hospitaal. Hij zal er zelf onder de naam ‘Glimpses op Art’ zijn collectie posters tentoonstellen die hij heeft meegebracht van een studiereis langs Amerikaanse musea.

 

NEW REFORM 

NON CONFORMISME EN ANARCHISME IN DE KUNSTWERELD

De ervaring met de Reform Galerij heeft mij geleerd om vooraf te beslissen geen rekening te moeten houden met overheidssubsidies of een inkomen uit de verkoop van kunstwerken. Integendeel, ik verzet mij tegen de commercialisering van de kunstwereld en dus start ik een ‘anti-galerie’ zonder winstoogmerk waar de nieuwste ontwikkelingen uit de kunstenaarspraktijken zullen worden getoond. Het geeft mij een zekere vrijheid van handelen.


Ruimte New Reform in de Schoolstraat (archief RD)


Vanaf 13 juni 1971 krijg ik de manshoge kelderverdieping van een groot herenhuis ter beschikking in de Schoolstraat 17 (nu Bert Van Hoorickstraat) eigendom van de stad, waarin ook jeugdclub Tanu is gevestigd. Ik start met de publicatie van een pamflet waarin ik de Belgische kunstgalerijen en musea verwijt dat ze verzuimen om het publiek voor te lichten over de evoluties in de kunstwereld. Ik wil mogelijkheden creëren voor kunstenaars om zich vrij van commerciële belangen te kunnen ontwikkelen en hen helpen om in het buitenland bekendheid te verwerven.

“Musea, galerijen, uitgevers en televisie schieten te kort in hun taak om kunst tot de bevolking te brengen maar nestelen zich in een elitair cocon”…. “New Reform is niet bedoeld om een winstgevend doel na te streven, maar wel om erkenning te verwerven voor actuele kunststromingen. Het wil een ideeëncentrum zijn dat binnen en buiten de muren werkzaam is en waar kunstenaars zich kunnen voorbereiden op de uitvoering van projecten”.

In het verloop van de tijd zal ik meerdere manifesten publiceren, vaak ook in samenwerking met andere auteurs/kunstenaars.

Gevel New Reform Schoolstraat. (archief RD)

Om de 'rode draad' met de voorgaande jaren niet te laten verloren gaan noem ik mijn galerie 'New Reform'. Ik gebruik in een eerste periode de naam ‘New Reform Gallery’ omdat ik er van overtuigd ben dat deze Engelstalig klinkende roepnaam een betere aanspreektitel is voor onze buitenlandse contacten. Maar al vrij snel zweer ik hem af omdat in het woord 'gallery' ook een commercieel aspect zit en ik van New Reform een centrum wil maken waar ikzelf en de kunstenaars kansen krijgen en grijpen om te experimenteren met nieuwe kunstvormen. En dus wordt het gewoon 'New Reform’:

Links werk van Werner Kausch, rechts Charles HInman
(archief New Reform)


De eerste tentoonstelling is een verlengstuk van 'Art and Idea'. In aanwezigheid van Louis Paul Boon opent de pas aangestelde liberale cultuurschepen Gaston van den Eede een tentoonstelling met zeefdrukken en gouaches van Waler Schelfhout, Gilbert Decock, Charles Hinman, Werner Kausch en de nieuwkomers Pat Vaccaro, Dirk Verhaegen , Erik De Smet  en Herman De Schutter. De laatste twee zijn jonge kunstenaars uit de streek die in New Reform hun eerste stappen zetten in de kunstwereld, voor ons belangrijk om de reacties te voelen bij de plaatselijke bevolking. (vervolgt)





[1]Het gebouw wordt pas vanaf 1969 officieel een museum nadat de verzamelingen van archeologische stukken en kunstvoorwerpen uit het bezit van de stad, die voorheen in het Belfort waren ondergebracht, er een plaats krijgen. 

[2] Klaus Groh verwierf bekendheid met zijn 'Agentschap voor Ideeënkunst' en zijn boek ‘If I had a Mind' (DuMont, Keulen). Het is een bestseller die uitgevers van kunstboeken op het spoor zet van de 'artist book' format.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D5]


1970 : POLITIEK INTERMEZZO

                            OPBOKSEN TEGEN DE GEVESTIGDE ORDE


Weekblad Voor Allen 
4 januari 1970
(archief Stad Aalst)
Ik ben als jongsocialist toegevoegd aan de partijbestuur van de BSP Aalst met het statuut van verkenner. Om effectief stemgerechtigd lid te worden moet je 18 jaar zijn. 

Einde 1969 richt ik samen met Johan Daem en Marie-Therese van Aerdebrugge de Actiegroep Rechtvaardige Maatschappij (ARM) op. Wij voeren klusjes uit en organiseren een kerstfeest voor kansarmen en hulpbehoevenden in het zaaltje van het stedelijk poppentheater in de Kattestraat waar ook de dienst Cultuur en de stedelijke bibliotheek zijn gevestigd[1]. Het sociale rechtvaardigheidsgevoel is mij met de paplepel doorgegeven. Ik stam langs moederskant uit één van de oudste socialistische families[2] en langs vaderskant spreken mijn grootouders, kleine zelfstandigen met een kruidenierswinkel en schoenherstelatelier, de taal van priester Daens. 



Wie zich aan de linkse zijde van het politiek spectrum bevindt moet opboksen tegen de censuur van de gevestigde orde. Met de Jongsocialisten beoefenen wij een vorm van zelfstudie om ons daartegen te "wapenen". Wij bestuderen de filosofische werken van Plato, Karel Marx, Friedrich Engels, Georg Hegel en vele anderen die een sociaal gestructureerde maatschappij vooropstellen. De lessen gaan door in de lokalen van het BSP secretariaat gevestigd in de Molenstraat 52. De boeken zijn te koop in de ondertussen ter ziele gegane progressieve boekhandel ‘De Kern’ in de Alfred Nichelstraat. In de andere boekhandel met standing, ‘Maria Theresia’ in De Kapellestraat 11, toen al deel uitmakend van de Standaard-groep, en nu onder de benaming Standaard Boekhandel gevestigd in de Nieuwstraat, is dit verboden lectuur zoals ook de boeken van Louis Paul Boon, Hugo Claus en andere Vlaamse auteurs met een antiklerikale reputatie. Opstandig als ik ben biedt ik mij daar aan om een van Boons boeken te kopen. Maria Theresia stond in Aalst bekend als de hofleverancier van het katholiek onderwijs.

Column Gazet van Aalst, detail (archief stad Aalst)

De Gazet van Aalst van 14 maart 1970 publiceert mijn column waarin ik de oprichting bepleit van een groot Aalsters shoppingcentrum aan de Siesegemkouter  (hoek Gentsesteenweg) met de bedoeling om de halsstarrige houding van de middenstand tegen de komst van warenhuizen in onze stad te doorbreken. GB (Siesegem), Sarma (ter hoogte huidig rond punt Terjoden) en Delhaize zijn kandidaat voor een vestiging in Aalst. Ik ga er van uit dat de concurrentie zal leiden tot een algemene prijsdaling in het belang van de bevolking. Het voorstel stuit op ‘hevig’ verzet bij het Middenstandsverbond, bij monde van haar voorzitter koffiebrander Paul Paepe. GB besluit na de weigering van de stad om het warenhuis te vestigen in Ninove (1972), de huidige Carrefour. De centrumstad Aalst verliest zo een aantrekkingspool.


GROENE LONG

Protestactie Zeeberg
Foto Willy Marckx (archief RD)

Pamflet oproep protestactie (archief RD)

Protestactie Zeebergbrug (archief Stad Aalst)


Op 27 juni organiseren de Jongsocialisten een milieubetoging tegen de luchtverontreiniging die veroorzaakt wordt door het asfaltbedrijf NV Betonwegenbouw aan de Zeebergbrug en Amylum, nu Tereos. Dit laatste valt niet in goede aarde bij de vakbonden en het stadsbestuur want het bedrijf is een van de grootste werkgevers in de stad. Op 5 september mobiliseren wij voor een ‘parkhappening’ met zuivere lucht als inzet. Het park moet de groene long van de stad worden. Er verzamelen zich 500, voornamelijk jonge sympathisanten op de wei voor het podium[3] waar onze plaatselijke popgroepen Just Born en Irish Coffee voor een Woodstock sfeertje zorgen. 

DE VERKIEZINGEN

 Op vraag  van Bert Van Hoorick stel ik mij kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober. Tijdens de verkiezingen wordt de leeftijdsgrens voor de kandidaten van 25 naar 21 jaar gebracht. De BSP wil uitpakken met de jongste kandidaat en dat komt hen goed uit want ik word op 21 september 21 jaar en de verkiezingen gaan door op 10 oktober. Er zijn veel meer kandidaten dan de 27 beschikbare plaatsen op de lijst. Bert Van Hoorick wil mij ergens vooraan op de lijst positioneren maar het lijstvormingscomité beslist daar anders over. Vooral de vakbond heeft een vinger in de pap. En dus vraag ik uiteindelijk om op de 21ste plaats te staan overeenstemmend met de datum van mijn verjaardag. Dat lijkt me nog leuk ook. 

In september, bij het neerleggen van de lijsten op de griffie, in volle verkiezingsperiode, blijkt dat ik mijn handtekening heb gezet op een voordrachtlijst van de Volksunie. Zij verzamelden bij de bevolking handtekeningen om een lijst te kunnen indienen en daar staat mijn naam bij. Jules Van Droogenbroek, vakbondssecretaris en lijstduwer, die als getuige voor de BSP de ingediende lijsten van de andere partijen 'controleleert' op onregelmatigheden, maakt er een groot spektakel van en denkt er zelfs aan mij ter plekke te vervangen door een reservekandidaat. Maar het is te laat om nog een geldige procedure in gang te zetten. Het feit is wekenlang het onderwerp van roddel aan de toog van het Volkshuis aan de Molendries en dat speelt niet in mijn voordeel. Bovendien vernoemt de Volksunie mijn naam nadrukkelijk in een van haar verkiezingspamfletten naast die van de BSP kopstukken. Het wakkert de roddel alleen maar aan.

Aankondiging Volksunie (archief RD)

Korte tijd voordien had ik, tijdens een vergadering van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (SVV) in het Volkshuis, advokaat Piet Van Eeckhout ingeleid die als jongsocialist kwam pleiten voor het wettelijk invoeren van abortus  Slechts enkele van de ca. 100 aanwezige vrouwen waren het voorstel genegen. Ook niet mijn beste zet om aan de verkiezingen te beginnen, bedacht ik achteraf. 

Ik heb geen enkele ervaring met verkiezingen. Tijdens de campagne wordt er opgeroepen om massaal een voorkeursyem uit te brengen op Bert Van Hoorick om zijn kandidatuur voor het burgemeesterschap kracht bij te zetten. De partij voert een schitterend georganiseerde campagne met als topper de uitgave van een grammofoonplaatje met het liedje ‘Men Ieneg Oilsjt’ van en gezongen door Odilon Mortier. Op de B-kant richt van Bert Van Hoorick zich met een speech tot de bevolking. De mensen verdringen zich aan de campagnebus waar het plaatje wordt uitgedeeld. Een collectors item ondertussen.

Ik ga er van uit dat de algemene propaganda van de partij zal volstaan om mijn kandidatuur bekend te maken. Maar veel kandidaten voeren ook een goed voorbereide persoonlijke propaganda. Mijn campagne beperkt zich tot het uitdelen van een zelfontworpen en gefotokopieerd verkiezingspamflet op 200 exemplaren dat ik, op aansturen van enkele kameraden, in de laatste dagen van de campagne in elkaar flans. Uiteindelijk blijkt dat bijna alle verkozen BSP-raadsleden werkzaam zijn in sectoren met een dienstverlenende functie zoals het ABVV en Bond Moyson. Na deze ervaring beslis ik om mij volledig in te zetten voor de kunst en mijn politieke activiteiten 'on hold' te zetten. Met “politiek is niet gemaakt voor kunst” verbijd ik de ontgoocheling. (vervolgt)



[1] Na heel wat tussentijdse engagementen in sociale organisaties neem ik in 1999 de fakkel weer op als medeoprichter en voorzitter van de vzw ‘Schulden op School’ die kansarmoede wil verbannen uit het onderwijs.

[2] Annette Snel, zus van mijn grootmoeder is de eerste vrouwelijke verkozene in de gemeenteraad van Aalst (12 juli 1921 tot 3 juni 1937), Henri Flips, broer van mijn grootvader is schepen van Burgerlijke Stand (21 nov. 1930 tot 10 feb. 1933). In 1933 legt hij zijn ambt neer om voltijds secretaris te worden van de 'Federatie van vakverenigingen' de textielvakbond van de socialisten.

[3] De lokale pers:  “Reeds vroeg in de morgen werden tenten opgeslagen en heerste er in het stadspark een ongewone belangstelling. Het begon echt op een mini Woodstock te gelijken. Op het podium speelden Irish Coffee en John Wooley and Just Born zich de ziel uit het lijf.”





LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...