LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D5]


1970 : POLITIEK INTERMEZZO

                            OPBOKSEN TEGEN DE GEVESTIGDE ORDE


Weekblad Voor Allen 
4 januari 1970
(archief Stad Aalst)
Ik ben als jongsocialist toegevoegd aan de partijbestuur van de BSP Aalst met het statuut van verkenner. Om effectief stemgerechtigd lid te worden moet je 18 jaar zijn. 

Einde 1969 richt ik samen met Johan Daem en Marie-Therese van Aerdebrugge de Actiegroep Rechtvaardige Maatschappij (ARM) op. Wij voeren klusjes uit en organiseren een kerstfeest voor kansarmen en hulpbehoevenden in het zaaltje van het stedelijk poppentheater in de Kattestraat waar ook de dienst Cultuur en de stedelijke bibliotheek zijn gevestigd[1]. Het sociale rechtvaardigheidsgevoel is mij met de paplepel doorgegeven. Ik stam langs moederskant uit één van de oudste socialistische families[2] en langs vaderskant spreken mijn grootouders, kleine zelfstandigen met een kruidenierswinkel en schoenherstelatelier, de taal van priester Daens. 



Wie zich aan de linkse zijde van het politiek spectrum bevindt moet opboksen tegen de censuur van de gevestigde orde. Met de Jongsocialisten beoefenen wij een vorm van zelfstudie om ons daartegen te "wapenen". Wij bestuderen de filosofische werken van Plato, Karel Marx, Friedrich Engels, Georg Hegel en vele anderen die een sociaal gestructureerde maatschappij vooropstellen. De lessen gaan door in de lokalen van het BSP secretariaat gevestigd in de Molenstraat 52. De boeken zijn te koop in de ondertussen ter ziele gegane progressieve boekhandel ‘De Kern’ in de Alfred Nichelstraat. In de andere boekhandel met standing, ‘Maria Theresia’ in De Kapellestraat 11, toen al deel uitmakend van de Standaard-groep, en nu onder de benaming Standaard Boekhandel gevestigd in de Nieuwstraat, is dit verboden lectuur zoals ook de boeken van Louis Paul Boon, Hugo Claus en andere Vlaamse auteurs met een antiklerikale reputatie. Opstandig als ik ben biedt ik mij daar aan om een van Boons boeken te kopen. Maria Theresia stond in Aalst bekend als de hofleverancier van het katholiek onderwijs.

Column Gazet van Aalst, detail (archief stad Aalst)

De Gazet van Aalst van 14 maart 1970 publiceert mijn column waarin ik de oprichting bepleit van een groot Aalsters shoppingcentrum aan de Siesegemkouter  (hoek Gentsesteenweg) met de bedoeling om de halsstarrige houding van de middenstand tegen de komst van warenhuizen in onze stad te doorbreken. GB (Siesegem), Sarma (ter hoogte huidig rond punt Terjoden) en Delhaize zijn kandidaat voor een vestiging in Aalst. Ik ga er van uit dat de concurrentie zal leiden tot een algemene prijsdaling in het belang van de bevolking. Het voorstel stuit op ‘hevig’ verzet bij het Middenstandsverbond, bij monde van haar voorzitter koffiebrander Paul Paepe. GB besluit na de weigering van de stad om het warenhuis te vestigen in Ninove (1972), de huidige Carrefour. De centrumstad Aalst verliest zo een aantrekkingspool.


GROENE LONG

Protestactie Zeeberg
Foto Willy Marckx (archief RD)

Pamflet oproep protestactie (archief RD)

Protestactie Zeebergbrug (archief Stad Aalst)


Op 27 juni organiseren de Jongsocialisten een milieubetoging tegen de luchtverontreiniging die veroorzaakt wordt door het asfaltbedrijf NV Betonwegenbouw aan de Zeebergbrug en Amylum, nu Tereos. Dit laatste valt niet in goede aarde bij de vakbonden en het stadsbestuur want het bedrijf is een van de grootste werkgevers in de stad. Op 5 september mobiliseren wij voor een ‘parkhappening’ met zuivere lucht als inzet. Het park moet de groene long van de stad worden. Er verzamelen zich 500, voornamelijk jonge sympathisanten op de wei voor het podium[3] waar onze plaatselijke popgroepen Just Born en Irish Coffee voor een Woodstock sfeertje zorgen. 

DE VERKIEZINGEN

 Op vraag  van Bert Van Hoorick stel ik mij kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober. Tijdens de verkiezingen wordt de leeftijdsgrens voor de kandidaten van 25 naar 21 jaar gebracht. De BSP wil uitpakken met de jongste kandidaat en dat komt hen goed uit want ik word op 21 september 21 jaar en de verkiezingen gaan door op 10 oktober. Er zijn veel meer kandidaten dan de 27 beschikbare plaatsen op de lijst. Bert Van Hoorick wil mij ergens vooraan op de lijst positioneren maar het lijstvormingscomité beslist daar anders over. Vooral de vakbond heeft een vinger in de pap. En dus vraag ik uiteindelijk om op de 21ste plaats te staan overeenstemmend met de datum van mijn verjaardag. Dat lijkt me nog leuk ook. 

In september, bij het neerleggen van de lijsten op de griffie, in volle verkiezingsperiode, blijkt dat ik mijn handtekening heb gezet op een voordrachtlijst van de Volksunie. Zij verzamelden bij de bevolking handtekeningen om een lijst te kunnen indienen en daar staat mijn naam bij. Jules Van Droogenbroek, vakbondssecretaris en lijstduwer, die als getuige voor de BSP de ingediende lijsten van de andere partijen 'controleleert' op onregelmatigheden, maakt er een groot spektakel van en denkt er zelfs aan mij ter plekke te vervangen door een reservekandidaat. Maar het is te laat om nog een geldige procedure in gang te zetten. Het feit is wekenlang het onderwerp van roddel aan de toog van het Volkshuis aan de Molendries en dat speelt niet in mijn voordeel. Bovendien vernoemt de Volksunie mijn naam nadrukkelijk in een van haar verkiezingspamfletten naast die van de BSP kopstukken. Het wakkert de roddel alleen maar aan.

Aankondiging Volksunie (archief RD)

Korte tijd voordien had ik, tijdens een vergadering van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (SVV) in het Volkshuis, advokaat Piet Van Eeckhout ingeleid die als jongsocialist kwam pleiten voor het wettelijk invoeren van abortus  Slechts enkele van de ca. 100 aanwezige vrouwen waren het voorstel genegen. Ook niet mijn beste zet om aan de verkiezingen te beginnen, bedacht ik achteraf. 

Ik heb geen enkele ervaring met verkiezingen. Tijdens de campagne wordt er opgeroepen om massaal een voorkeursyem uit te brengen op Bert Van Hoorick om zijn kandidatuur voor het burgemeesterschap kracht bij te zetten. De partij voert een schitterend georganiseerde campagne met als topper de uitgave van een grammofoonplaatje met het liedje ‘Men Ieneg Oilsjt’ van en gezongen door Odilon Mortier. Op de B-kant richt van Bert Van Hoorick zich met een speech tot de bevolking. De mensen verdringen zich aan de campagnebus waar het plaatje wordt uitgedeeld. Een collectors item ondertussen.

Ik ga er van uit dat de algemene propaganda van de partij zal volstaan om mijn kandidatuur bekend te maken. Maar veel kandidaten voeren ook een goed voorbereide persoonlijke propaganda. Mijn campagne beperkt zich tot het uitdelen van een zelfontworpen en gefotokopieerd verkiezingspamflet op 200 exemplaren dat ik, op aansturen van enkele kameraden, in de laatste dagen van de campagne in elkaar flans. Uiteindelijk blijkt dat bijna alle verkozen BSP-raadsleden werkzaam zijn in sectoren met een dienstverlenende functie zoals het ABVV en Bond Moyson. Na deze ervaring beslis ik om mij volledig in te zetten voor de kunst en mijn politieke activiteiten 'on hold' te zetten. Met “politiek is niet gemaakt voor kunst” verbijd ik de ontgoocheling. (vervolgt)



[1] Na heel wat tussentijdse engagementen in sociale organisaties neem ik in 1999 de fakkel weer op als medeoprichter en voorzitter van de vzw ‘Schulden op School’ die kansarmoede wil verbannen uit het onderwijs.

[2] Annette Snel, zus van mijn grootmoeder is de eerste vrouwelijke verkozene in de gemeenteraad van Aalst (12 juli 1921 tot 3 juni 1937), Henri Flips, broer van mijn grootvader is schepen van Burgerlijke Stand (21 nov. 1930 tot 10 feb. 1933). In 1933 legt hij zijn ambt neer om voltijds secretaris te worden van de 'Federatie van vakverenigingen' de textielvakbond van de socialisten.

[3] De lokale pers:  “Reeds vroeg in de morgen werden tenten opgeslagen en heerste er in het stadspark een ongewone belangstelling. Het begon echt op een mini Woodstock te gelijken. Op het podium speelden Irish Coffee en John Wooley and Just Born zich de ziel uit het lijf.”





LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D4]

VAN CARNABY STREET TOT C&A

PAN wordt uit het Keizershof verbannen en vindt enige tijd later onderdak in 'den Aaten Kalisj’ in het Keizerstraatje, een cafeetje voorheen uitgebaat door Johan Daem, broer van schrijfster Christine Daem. Er vlak naast ligt de Patat Bar waar ik enkele tijd in de weekends bijverdien als deejay. Begin 1967 haalde de Patat Bar de voorpagina's van de sensatiekranten Kwik en Zondagsblad als gevolg van een razzia van Rijkswacht en BOB die op zoek zijn naar minderjarigen en het ‘vermoedelijk’ gebruik van drugs. De foto’s van dartele meisjes en jongens die via een achterpoortje en de dakgoot, het lage café had slechts een zolderverdieping met groot raam, het establishment ontvluchten, staan breed uitgesmeerd op de eerste pagina's van deze sensatiekranten. 

Merkwaardig genoeg wordt ‘den Aaten Kalisj’, waar wel gesnoven wordt, met rust gelaten. Het heeft een beruchte geschiedenis. Eerst noemde het ‘Salt & Pepper’ uitgebaat door de uit het Gentse artiestenmilieu afkomstige bard Oswald Slosse en vervolgens ‘De Cornichon’ met als uitbater Adrien van der Biest. Het heeft zijn reputatie te danken aan de langharige jongeren die er in een met anarchisme gekruide sfeer samenkomen. 

In september 1970 vraagt PAN in een brief aan het stadsbestuur om het inmiddels leegstaande café 'den Aaten Kalish' te huren. De stad is er door onteigening eigenaar van geworden. De Patat Bar wordt het atelier van de schilder René Bekaert.  Het pittoreske Keizerstraatje staat immers ter discussie. Sommigen, onder wie Bert Van Hoorick, willen het behouden en er naar het voorbeeld van het hippe Londen een ‘Carnaby street’ van maken met boetieks en cafeetjes, anderen willen met een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nieuwbouw mogelijk maken. Daarin is ook het statige herenhuis van Baron Moyersoen in de Nieuwstraat opgenomen bekend om zijn bepleisterde witte gevel, typisch voor het Aalsterse straatbeeld. De Werkgroep Stadsherwaardering, een vereniging van Aalstenaren die strijden voor het behoud van het patrimonium, stelt voor om het herenhuis te beschermen of op zijn minst de typische witte gevel te bewaren als stadsgezicht. Ze voeren een jarenlange strijd en gaan zelfs over tot het kraken en bezetten (1979) van een aantal aanpalende huizen, die eveneens eigendom zijn geworden van de stad, om hun eisen kracht bij te zetten. Finaal zal er een C&A winkel verrijzen met in de achtertuin (De Ridderstraat)  'sociale woningbouw' als compromis. Het 'smalle straatje' wordt behouden. Het zijn de eerste beslissingen van een reeks afbraakwerken in het stadscentrum die het nieuwe stadsbestuur (CVP-PVV-VU) zal nemen.

Bezetting van het huis Moyersoen tijdens de 
zaterdagmarkt (foto De Voorpost)


DOCUMENTA

Ik zet ondertussen mijn exploratie van de kunstwereld verder. Celbeton, een baancafé in Dendermonde, is midden de zestiger jaren de ‘place to be’ voor ‘culturele ontspanning’. Ze organiseren er tentoonstellingen, concerten, filmvoorstellingen en literaire avonden. Een cultureel centrum avant-la-lettre. De bende rond Louis Paul Boon, kunstenaars en kunstliefhebbers van allerlei pluimage uit alle streken van Vlaanderen en Nederland zijn er regelmatig op de afspraak en lokken mij en Walter Schelfhout naar de avonden. Ik als fietser, hij met zijn bromfiets. Er heerst een sfeer van gemoedelijkheid en kameraadschap in de strijd voor erkenning van het kunstenaarschap. Initiatiefnemer en bezieler is Dendermondenaar Adolf Merckx, leraar aan het Koninklijk Atheneum van zijn stad en een gerespecteerd kunstcriticus voor het dagblad ‘Het Laatste Nieuws’ waar hij de opvolger is van de legendarische avant-gardist Jan Walravens. Adolf Merckx brengt in zijn wekelijkse kunstrubriek meerdere keren verslag uit over de kunstscène in Aalst en behoort later tot de kring van New Reform getrouwen.

Maar misschien wel de belangrijkste ervaring doe ik op in de Duitse garnizoensstad Kassel tijdens mijn legerdienst (1967-1968). Ik beweeg mij quasi onmiddellijk na mijn aankomst in de artistieke milieus van een stad met een rijk historisch verleden, musea en monumentale parken uit de tijd van de Pruisen. De kernstad is op het einde van de tweede wereldoorlog platgebombardeerd met als gevolg dat er een nieuw stedenbouwkundig model herrijst met een autovrij centrum en goed uitgerust openbaar vervoer. Een modelstad.

Ik ontmoet er Prof. Werner Kausch die aan de 'Staatliche Hochschule für Bildende Künst' kunstgeschiedenis doceert, er een actief professioneel leven op nahoudt en invloed heeft in de stedelijke instellingen. Hij brengt mij in contact met de organisatoren van de Documenta[1] en zo beleef ik de opbouw van Documenta 4 (1968) actief mee. Ik steek een handje toe als de Bulgaarse projectkunstenaar Javacheff Christo in het Karlsaue Park een 85 meter hoge worstvormige ballon installeert. Ik zal er een eeuwige vriendschap aan overhouden. In 1969 cureer ik in de galerie van boekhandel Lometsch een tentoonstelling met werk van Walter Schelfhout[2]

UItnodiging tentoonstelling Walter Schelfhout
(Archief RD)

Bij Studio Kausch (Archief RD)


















Voor de twee opeenvolgende Documenta's zal ik in Kassel terugkeren als curator van tentoonstellingen. In 1972 in de studiogalerie van Kausch voor 'Concept Art' en in 1976 met 'Performance art' in het Stadtarchiv. Ik zorg voor tentoonstellingen van Werner Kausch in Aalst (Belfortkelder, Vertikaal en de Reform Galerij) en in Gent (Galerie Contrast). De tentoonstelling in deze gerenommeerde Gentse galerie heeft plaats in mei-juni 1968. Een pikante anekdote: als ik er arriveer met de werken van Kausch zie ik rijkswachters schilderijen in een combi laden. Ik verneem van de galeriehouder dat de erotisch getinte schilderijen van Dees de Bruyne in beslag zijn genomen.

REFORM GALERIJ

In maart 1968 houdt ‘Vertikaal’ er mee op te bestaan. Walter Schelfhout, die er aan denkt van zijn kunstenaarschap te kunnen leven, en ik zijn dan al begonnen met het oprichten van de Reform Galerij. Ze ontstaat in de poort van de hoevewoning die Walter, zijn vrouw Lydie Bryland en hun kinderen betrekken aan de Oude Dendermondsesteenweg 392. Wij kalken de bakstenen muren kraakwit en mijn broer zorgt voor de installatie van de neutrale TL-verlichting. De opening heeft in september plaats.

Lydie en een van de kinseren aan de ingang 
van de Reform Galerij (foto Archief RD)


De naam van de galerij heb ik meegebracht uit Duitsland waar 'Reformwinkels' ontstaan die de trekkers zijn voor nieuwe samenlevingsvormen met maatschappelijke- en ecologische uitgangspunten. Beleving van cultuur en kunstpraktijken in het bijzonder worden naar voor geschoven als noodzakelijke elementen in de ervaring die het leven is. Wij willen de mensen op een andere manier leren kijken naar kunst en hen aanmoedigen om kunst te integreren in de huiselijke kring. Een nobel idee. Wij zijn enigszins tegendraads en zullen enkel abstracte kunst tonen. Als korte tijd later Walter Schelfhout wordt aangesteld als opzichter in het stedelijk museum van onze stad sluiten de deuren van de Reform Galerij vroeger dan verwacht.

KEULEN

Keulen is eind van de jaren ’60 voor mij het epicentrum van de hedendaagse kunst. Van galerie naar galerie en in de boekhandel Walther König ga ik op zoek naar de stand van de hedendaagse kunst in de wereld. De galerijen zijn uitgerust als een minimuseum met gepolijste betonvloeren en hagelwitte wanden. Hier is kunst pure business en dat wil ik niet.

Happening and Fluxus, Kölnischer Kunstverein 1970
 (foto Roger D'Hondt)


Een van de mensen die onder de vernieuwende kunstrichtingen van de avant-garde zijn schouders zet is Ingo Kümmel. Zijn galerie is bijzonder, ze lijkt meer op een kruidenierswinkeltje dan op een galerie. Hij verkoopt er Kümmel schnaps en kunst. Tijdens de vernissages is de gemoedelijkheid er troef en de alternatieve kunstwereld van Keulen en omstreken komt er op af. Kunstwerken worden er verhandeld aan Aldi-prijzen, met andere woorden: Kümmel wil de gevestigde galeries die aan gepeperde prijzen kunst verkopen de duivel aandoen met democratisch betaalbare kunst. Wij blijven tot zijn dood bevriend. Mijn  bezoeken aan Keulen leveren mij samenwerkingen op met de kunstenaars Horst Tress,  Dieter Reick, Otto Dressler, Martin Schwarz, Timm Ulrichs, Hingstmartin, Klaus Groh, Gerhard Trommer en Winfred Gaul. Opmerkelijk, de meeste kunstenaars vertrekken in hun oeuvre's vanuit een maatschappelijke context.

Jurgen Klauke,
polarroidfoto Ulay
(Coll RD)

Op een dag heb ik er een afspraak in de studio van Jürgen Klauke waar op dat ogenblik Uwe Laysiepen, die later met Marina Abramovic een performanceduo zal vormen, aan het werk is met het maken van een reeks polaroid's waarop Klauke poseert als travestie. Uwe Laysiepen doet er mij een mooie polaroid cadeau die ik zal gebruiken in enkele tentoonstellingen. Onder de indruk van deze techniek, waarmee je foto's binnen enkele minuten kan ontwikkelen en bekijken, koop ik mij ook een toestel. Polaroid's hebben als voordeel dat ze origineel zijn maar als nadeel (toen) dat je ze niet verder kan bewerken, multipliceren of hergebruiken én verloren gaan door blootstelling aan het daglicht. Van digitale fotografie is op dat ogenblik nog geen sprake. Veel van mijn foto’s zijn naar de vaantjes gegaan. (vervolgt)



[1] Vierjaarlijkse tentoonstelling van hedendaagse kunst in Kassel, Duitsland, nu 5 jaarlijks.

[2] Ze zal door de bemiddeling van Kausch een tijd later ook doorgaan in het vermaarde 'Kunstkabinet Am Steintor' in Hannover.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D3]

 

AALST DE CULTUURSTAD


Aalst is in de jaren '60 een bruisende cultuurstad. De vele initiatieven genieten de steun van schepen Bert Van Hoorick. In 1963 ontstaat met zijn medewerking toneelgroep Kern ’63 die, onder de leiding van Walter Boni, Frans Roggen en André Van Daele, probeert om met de beste acteurs uit de amateurgezelschappen van de stad een semiprofessioneel stadstheater te vormen. Het initiatief sneuvelt vijf jaar later als gevolg van de verzuiling en verstarring die veel amateurgezelschappen kenmerkt. Zij houden te zeer vast aan hun eigen repertoire en parochiale locaties.

In oktober 1966 neemt Willem Marnix De Vidts het initiatief voor een retrospectieve tentoonstelling in het Oud-Hospitaal van de in Aalst geboren postexpressionist Maurice Schelck, naar aanleiding van zijn 60ste verjaardag. Willem zal vervolgens met een aantal vrienden in Berlare het alternatief cultuurcafé Papadoc openen. Zijn vader is een bekend huisarts in de Vrijheidstraat die de exploten van zijn zoon financieel ondersteund. De naam van het cultuurcafé ‘Papa-Doc’ verwijst er naar. 

Koning Baudewijn met concervator Ignace De Vos
(Foto archief Catharina De Vos)

Het Oud-Hospitaal verwelkomt overzichtstentoonstellingen van Maurits Van Saene en Felix De Boeck, schilders met een reputatie in de beginjaren van de abstracte kunst. 

De klapper echter is de retrospectieve Valerius De Saedeleer naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag (oktober 1967). Het initiatief van de stad brengt duizenden mensen op het been en zet Aalst in Vlaanderen op de kaart als cultuurstad. De aanwezigheid van tal van prominenten uit de culturele en politieke wereld tijdens de opening en het bezoek van koning Boudewijn en zijn eega Fabiola maken er een blikvanger van in de media.


EXPERIMENTEEL WERKTHEATER PAN


In 1967 scheuren een aantal jonge acteurs zich af van de amateurgezelschappen en vormen een nieuw progressief gezelschap onder de naam ‘Experimenteel Werktheater PAN’. Voortrekker is Jo Corthals bijgestaan door zijn zus Hélène, Frans Redant student aan het RITCS, die later acteur, regisseur en dramaturg zal worden bij Het Trojaanse Paard, NTG (Nederlands Toneel Gent) en tenslotte directeur bij de KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg) in Antwerpen, en kostuumontwerper Tony Denayer. Om hun projecten te financieren openen ze in de weekends een bar op de zolderverdieping van danszaal De Madelon op de Grote Markt.

Jo en zijn zus Hélène Corthals in
de PAN bar (Archief RD)




De bar boven de zaal Madelon (Archief RD)

Academiestudenten en links progressieve jongeren hokken er samen in wat men een praatcafé ‘avant la lettre’ kan noemen. Ik kom er wekelijks, met als gevolg een jarenlange intense band met de PAN medewerkers. Voor de animatie worden er geregeld cultfilms vertoond en optredens verzorgd. Zo komen onder meer de nog jonge Roland (Van Campenhout) en zijn Bluesworkshop op 18 april 1969 het underground karakter van de Panbar luister bijzetten. 

Uitnodiging voor de tentoonstelling Karel Kieckens
 (foto archief Karel Kieckens)


Karel Kieckens, leraar aan de kunstacademie, hangt de PAN vol met transparant plastic gespannen op ultraviolette buizen waarop de bezoekers met fluoverf kunnen spuiten. De happening wordt aangekondigd als een “intensieve demokratiese stereognotiese sensasie, de kollektieve kreasie van een stereoplastiek”. Karel is een buitenbeentje voor de goegemeente. In hippe kledij geeft hij les en valt op met zijn antiautoritaire pedagogie. Zo geven zijn leerlingen zichzelf punten.

Betoging voor autovrije straten (Foto W. Marckx, archief RD)


Mei ’68 is ook in Aalst voelbaar met sit-ins en betogingen voor een beter leefmilieu, een progressief cultuurbeleid, autovrije straten en het behoud van het historisch erfgoed. Ze drukken ook onze solidariteit uit met de studenten die protesteren in Berlijn, Parijs en Leuven. De mars 'Leuven Vlaams’, die door Aalst trekt, houdt halt in de zaal De Rink in de Ridderstraat. De deelnemers halen er hun slaapzakken boven. Ik ben van jongs af aan betrokken partij in de pré revolutionaire periode van mei ’68.

In november 1968 zal PAN het toneelstuk 'Politie' van de gewraakte Tsjechische auteur Slawomir Mrozek opvoeren. Op de affiche en in de programmabrochure, ontworpen door academiestudent Jan De Nijs, nodigen de studentenleiders Rudi Dutschke (Berlijn), Cohen Bendit (Parijs), Paul Goossens (Leuven) als bekende personages, en ikzelf als lokaal activist, de mensen uit om naar de voorstellingen te komen.

De theatervoorstellingen van Pan zijn een uitdaging voor Aalst. Het plan van Jo Corthals is om ‘vernieuwend absurd theater’ te brengen maar dat kan niet altijd tot in de perfectie worden uitgevoerd bij gebrek aan financiële middelen. Zo is er onder meer een interpretatie van de urenlang durende opvoering 'Der Ring des Nibelungen’ een muziektheaterstuk van Richard Wagner bewerkt door Jo. In de kapel van het Oud-Hospitaal wordt tijdens een driedaags kunstgebeuren een 'Zwarte mis' geprogrammeerd en een tentoonstelling samengesteld door Karel Kieckens die wat langer duurt. Ondermeer de tekenaar Ever Meulen, Leo Copers en de Nieuwe Rocco Groep uit Gent maken er deel van uit. Karel Kieckens zal later toetreden tot de Maoisten en gaan werken als plaatslager in een fabriek: “ik dacht toen - verkeerdelijk bleek achteraf - dat er op wereldvlak een omwenteling naar het socialisme bezig was en wilde in staat zijn om met kunst daar aan bij te dragen”.

Programma brochure (archief RD)


KEIZERSHOF

Eind 1969 moet PAN, als gevolg van nieuwe uitbaters, De Madelon verlaten en vestigt het zich in de gebouwen van de aloude afspanning ‘het Keizershof’[1] in de Korte Nieuwstraat 5, nu KBC kantoren. Op de zolderverdieping is op 24 oktober 1969 het cabarettheater 'Santeboetiek' van start gegaan. Initiatiefnemers zijn Leen Persijn en Norbert De Jonge.

'Manifest' New Reform 1969 (archief New Reform)


De buurt is op dat ogenblik het uitgaanskwartier van de stad met jongerencafe’s en nachtbars. PAN betrekt er een gedeelte van de lokalen die toebehoorden aan het Arrondissementeel Secretariaat van de CVP (Christelijke Volkspartij) die naar de nieuwbouw van het Groen Kruis zijn verhuisd. Het is meer een tijdelijk onderkomen dan een vaste verblijfplaats. Ook ik maak gebruik van het pand als de feitelijke ‘eerste’ vestigingsplaats voor de New Reform Gallery. In de PAN-bar, gevestigd in het oude café van de afspanning, komen enkele kleinere tentoonstellingen tot stand met ondermeer affiches van Joseph Beuys. Als wij hoogte krijgen van de plannen om het Keizershof af te breken organiseren we sit-ins op de met kasseien geplaveide binnenplaats. Onze acties leveren geen resultaten op en het stadsbestuur besluit om dit historisch erfgoed door de privésector te laten verkavelen.

In het voorjaar (1970) organiseren Kultuuropbouw, zusterorganisatie van de Jongsocialisten, en PAN er een 'culturele week'. Ze bestaat uit een tentoonstelling met in Vlaanderen verboden en gecensureerde publicaties en een debatavond over ‘censuur’ met redacteurs en onderzoeksjournalisten van het weekblad Humo. Een vrijwilliger houdt de wacht bij de publicaties uit vrees dat ze door de gerechtelijke diensten in beslag zullen worden genomen. Wij werken een model uit om sommige stukken snel te laten verdwijnen als de BOB (Belgische Opsporingsbrigade) er binnenvalt. 

CENSUUR 

Artikel uit De Vooruit,
detail
Een ander event is de opvoering, in het cabarettheater, van ‘Staarten', een theaterstuk over de problematiek van de homoseksualiteit, geschreven door de Spaanse auteur José Ruibal. Jo Corthals en bronsgieter Bert Geysels zijn de acteurs. Het stuk is in het Spanje van Franco verboden en ook in België is het de eerste keer dat een theaterstuk met dit onderwerp wordt opgevoerd, zodat wij vrezen voor controversiële reacties. De cultuurweek krijgt bijzonder veel aandacht op de jongerenpagina ‘Tientime’ in het dagblad Vooruit dat een interview met mij publiceert. Daarin zeg ik dat Bert Van Hoorick op de laatste dag van de culturele week aan een “kritisch verhoor” zal worden onderworpen. De woordspeling is positief bedoeld maar de ‘progressief’ Van Hoorick is in zijn wiek geschoten omwille van de negatieve teneur die hij er meent uit af te leiden en nodigt mij uit op zijn schepenkabinet in de Kattestraat waar ik de levieten wordt gelezen. Hij weigert aan de culturele week deel te nemen.

De samenwerking van PAN met de Jongsocialisten stuit ook op hevige kritiek van de CVP, die samen met de BSP de stad bestuurt, in De Gazet Van Aalst. Zij beschouwen PAN als een mantelorganisatie van de BSP. PAN beantwoordt de kritiek met een 'recht van antwoord' in de Gazet Van Aalst van 12 september waarin ze schrijven dat 'links zijn' niet betekend dat men noodzakelijk lid is van de BSP. PAN is op dat ogenblik de spreekbuis van een paar honderd geëngageerde jongeren en dus niet te versmaden in het licht van de aankomende gemeenteraadsverkiezingen. 

Achteraf bekeken vrees ik dat Bert Van Hoorick in het schepencollege door de CVP is terechtgewezen voor de steun die hij door zijn aanwezigheid wou geven aan het project. Het zal hem echter geen windeieren leggen. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1970 wordt de BSP met een winst van 2 zetels zo sterk als de CVP ( 9 zetels) en Van Hoorick haalt de meeste voorkeurstemmen. De socialisten gaan de straat op om te vieren en scanderen zijn naam als toekomstig burgemeester. Hun enthousiasme staat echter machteloos tegen het verraad van de CVP dat dezelfde avond het voorakkoord verbreekt en scheep gaat met de liberalen en de Volksunie. Louis Paul Boon stapt uit protest uit de jury van de literaire prijs Dirk Martens. (vervolgt)




[1] Het Keizershof heeft een tot in de 18e eeuw teruggaand historisch verleden als afspanning voor de voorbijtrekkende ruiters en als overblijfsel van de omstreeks 1780 opgedoekte brouwerij 'Den Hoorén’.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D2]


 AALSTERSE PROVO'S EN BOM

VERTIKAAL

Walter Schelfhout, Dirk van der Elst en schrijver/dichter Cyriel Temmerman zijn van deze generatie de drie musketiers die ten strijde trekken tegen alles wat klassiek is. Cyriel Temmerman, die later in de plaatselijke pers de kroniekschrijver van het stadsleven zal worden en beroepshalve speechschrijver bij het stadsbestuur, houdt in de Stationsstraat 26 dagbladwinkel 'Lectura' open. Ik ga er regelmatig langs omdat men er in België verboden kranten en weekbladen kan kopen. Vooral de Nederlandstalige versie van Playboy en publicaties zoals Gandalf, Provo en Vrij Nederland zijn erg in trek. Vlaamse auteurs zoals Louis Paul Boon en Hugo Claus publiceren er in. Ook de gestencilde Vlaamse literaire tijdschriften MEP, Daele en Revo, die tot de categorie polemische provobladen behoren met een anarchistisch taalgebruik én het weekblad 'Links'[1] dat de linkse vleugel van de BSP (Belgische Socialistische Partij) een stem geeft kan je er kopen. De publicaties worden in het katholieke Vlaanderen van die tijd beschouwd als pervers en verboden voor minderjarige lezers. Cyriel Temmerman haalt ze stiekem van onder zijn toogbank.

Cyriel Temmerman en zijn vrouw Muscha aan de gevel
van Lectura (Archief RD)


De musketiers openen in een garage, met de omvang van één voertuig en deel uitmakend van de krantenwinkel, op 4 juni 1966 de avant-garde galerij ‘Vertikaal’. Ze is toegankelijk vanaf de straat met een kantelpoort. Er kunnen hooguit 8 à 10 kunstwerken worden tentoongesteld maar ze heeft het voordeel dat er geen drempel is: als de poort omhoog wordt geschoven is ze van op het voetpad vrij toegankelijk. Vrij in, vrij uit naar het voorbeeld van de  Parijse boulevard galeries.

Vertikaal heeft de bedoeling om "abstracte kunst in Aalst ingang te doen vinden". Walter Schelfhout, Dirk van der Elst en Guy Leclercq  zijn de eerste exposanten. Het is een periode waarin de kunst- en culturele wereld zich nadrukkelijk positioneert door zich kritisch op te stellen in de maatschappelijke debatten én breekt met de klassieke galeries waar een bepaalde 'elite' van kunstenaars en bezoekers welkom zijn. Er is bovendien een anarchistische stroming aanwezig in de cultuursector en dat maakt veel ongeziene creativiteit los.

Dirk vd Elst met naast hem rechts kunstcritikus Adolf Merckx
tijdens een vernissage in Vertikaal (Archief DvdE)

Walter Schelfhout start de galerij met een expo van schilderijen en tekeningen bestaande uit composities gevormd met de letter U. De U's staan verticaal en horizontaal, in veelvoud en in diverse groottes geschikt. Die worden, hoewel ze in feite als figuratief kunnen worden beschouwd, door de buitenwereld als abstract geïnterpreteerd want er is geen menselijke figuur is op te zien. Voor Walter zijn ze de eerste stap naar een radicaal constructivisme dat later kenmerkend zal zijn voor zijn oeuvre. De vormen worden alsmaar eenvoudiger, zo komen later schilderijen tot stand waarin slechts twee geometrische figuren en kleuren worden getoond. Een soberheid die aansluiting vindt bij de minimalistische kunststroming van die tijd. Dirk van der Elst is de tweede exposant. Zijn eerste schilderijen kunnen worden omschreven als lyrisch abstract, agrarische vormen die uitblinken in diep donkere kleuren. Het zal zijn metier blijven om met kleur een effect te creëren dat aansluit bij zijn extroverte persoonlijkheid.

Schilderij Walter Schelfhout (collectie Stad Aalst)


De kunstenaars die in ‘Vertikaal’ zullen exposeren hebben zich al in 1965, onder de impuls van Walter Schelfhout gegroepeerd als de 'Groep Takel'. Ze manifesteren zich als beschermelingen van de abstracte kunst met de bedoeling een dam op te werpen tegen de invloeden van de Amerikaanse Pop Art, een kunststroming die Europa overspoelt en de figuratieve kunst opnieuw op het voorplan brengt. Er sluiten zich een twintigtal Belgische kunstenaars bij aan en er worden gastkunstenaars aangetrokken uit de Verenigde Staten en West Duitsland. In september 1966 komt er een grote tentoonstelling tot stand in het pas gerestaureerde Oud-Hospitaal (nu 't Gasthuis). Naar aanleiding hiervan schrijf ik een van mijn eerste artikels in het ‘Vlaams Weekblad Voor Allen', een regionale krant uitgegeven door de socialisten. In februari 1968 cureer ik in ‘Vertikaal’ mijn allereerste tentoonstelling met grafisch werk van de Duitse kunstenaar Werner Kausch met wie ik tijdens mijn legerdienst (1967-1968) in de West-Duitse garnizoensstad Kassel bevriend ben geraakt. In maart opent Bert Van Hoorick een tentoonstelling met schilderijen van Werner Kausch in de Belfortkelder. 

(Archief RD)


 DE CULTURELE PUT

Gelijktijdig met de opening van ‘Vertikaal’ publiceren de musketiers het eerste nummer van het ‘literair, kunstkritisch en polemisch’ tijdschrift BOM. Het gestencilde blad vertoont heel wat gelijkenissen met de provoblaadjes en brengt inhoudelijk ook proza en cultuurkritiek. De filosofie achter het tijdschrift is om "antimilitaristisch te zijn, af te rekenen met politieke corruptie, kerkelijke dwang, morele en seksuele schijnheiligheid en het schuwen van elke vorm van luxe en snobisme". Zo kraakt René Vinck in het eerste nummer de op stapel staande bouw van het Cultureel Centrum in de Molenstraat af omdat hij vreest dat: “een partijlidkaart nodig zal zijn om er als kunstenaar aan de bak te komen!”. De bouw van het CC moet zich door jarenlange procedures en onvoorziene bouwkundige problemen slepen.

De volksmond heeft het over de ‘culturele put’ omdat massa’s beton worden gestort in de funderingen. Bij de graafwerken is gebleken dat er zich drijfzand in de ondergrond bevindt, daardoor geraken de ondergrondse verdiepingen nooit waterdicht. De voorziene overheidssubsidies komen bovendien, als gevolg van politieke vertragingsmanoeuvres, maar met mondjesmaat vrij. Hier had het eerste culturele centrum van Vlaanderen moeten staan, maar finaal loopt de afwerking jarenlang vertraging op. De plaatselijke middenstand organiseert in 1970, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, zelfs een eindejaarstombola met de vraag ‘Raad het juiste uur’, een sarcastische verwijzing naar de lange duur van de werken en het feit dat de bouwput en de houten omheining de winkelstraat ontsieren.

(Archief RD)



Van 27 tot 30 oktober 1971 word de omheining van de bouwwerf gebruikt voor een muurschildering. De kunstenaars Josè Goemaere, Guy Leclercq, Herman Van den Broecke  en Lionel Vinche zetten hiermee hun tentoonstelling, die doorgaat in het Oud-Hospitaal (20/11 tot 11/12), in de spreekwoordelijke verf. De schilderingen op de omheining zijn afbeeldingen met de politieke en sociale thema’s van het moment: oorlog en kapitalisme.


(Bom 2, Archief RD)

PORNOGRAFIE

BOM gaat tekeer tegen alles wat traditioneel en burgerlijk is. Er vormt zich een beperkte kern van medestanders die zich later in de verschillende domeinen van het stadsleven zullen manifesteren. In augustus 1966 publiceert BOM de bibliofiele uitgave 'Chaos' met 15 gedichten van Cyril Temmerman geïllustreerd met zeefdrukken van Walter Schelfhout. Cyril Temmerman schreef de gedichten tussen 1956 en 1966. Met titels als ‘Vietnam’, ‘Onmacht’, ‘Antithese’ en ‘Chaos’ zijn ze met hun provocerende meningen een weerspiegeling van de tijdsgeest. Het tweede BOM-nummer wordt, na een klacht van de pastoor van de H. Hartparochie door het parket van Dendermonde in beslag genomen omdat Walter in een kortverhaal de liefdesdaad met zijn eega beschrijft, wat als zuivere pornografie wordt bestempeld. Het tijdschrift haalt daarmee de krantenkoppen en gaat de geschiedenis in als het als eerste ‘literair blad’ dat in Vlaanderen in beslag wordt genomen. Finaal zullen van BOM vijf nummers worden gepubliceerd. (vervolgt)



[1] Links’ is een in Aalst ontstane politieke beweging binnen de Belgische Socialistische Partij (BSP) die onder de impuls van Marcel Deneckere (1923-1983), licentiaat Romaanse filologie en in 1958 kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Aalst, tot stand is gekomen.De beweging heeft jarenlang haar invloed gehad als drukkingsgroep binnen de BSP. Op 13 april 1984 onderneem ik samen met Herman De Geest, medestichter van ‘Links’, en volksvertegenwoordiger Jacques Timmermans een poging om de beweging nieuw leven in te blazen. De druk bijgewoonde vergadering, in het Volkshuis van Ninove met alle BSP-tenoren uit de Denderstreek, komt tot de vaststelling dat links behoudens het aanzwengelen van de 'politieke debatcultuur' ook moet opboksen tegen de invloed van de welvaartsstaat die de werknemers in haar greep heeft en de reactie verlamd. Een vervolgvergadering blijft uit.

 



LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...