AALSTERSE PROVO'S EN BOM
VERTIKAAL
Walter Schelfhout, Dirk van der Elst en
schrijver/dichter Cyriel Temmerman zijn van deze generatie de drie musketiers die
ten strijde trekken tegen alles wat klassiek is. Cyriel Temmerman, die later in
de plaatselijke pers de kroniekschrijver van het stadsleven zal worden en
beroepshalve speechschrijver bij het stadsbestuur, houdt in de Stationsstraat
26 dagbladwinkel 'Lectura' open. Ik ga er regelmatig langs omdat men er in
België verboden kranten en weekbladen
kan kopen. Vooral de Nederlandstalige versie van Playboy en publicaties zoals
Gandalf, Provo en Vrij Nederland zijn erg in trek. Vlaamse auteurs zoals Louis
Paul Boon en Hugo Claus publiceren er in. Ook de gestencilde Vlaamse literaire
tijdschriften MEP, Daele en Revo, die tot de categorie polemische provobladen
behoren met een anarchistisch taalgebruik én het weekblad 'Links'[1] dat de linkse vleugel van de BSP (Belgische Socialistische Partij) een stem
geeft kan je er kopen. De publicaties worden in het katholieke Vlaanderen van
die tijd beschouwd als pervers en verboden voor minderjarige lezers. Cyriel Temmerman
haalt ze stiekem van onder zijn toogbank.
| Cyriel Temmerman en zijn vrouw Muscha aan de gevel van Lectura (Archief RD) |
De musketiers openen in een garage, met de omvang van één voertuig en deel uitmakend van de krantenwinkel, op 4 juni 1966 de avant-garde galerij ‘Vertikaal’. Ze is toegankelijk vanaf de straat met een kantelpoort. Er kunnen hooguit 8 à 10 kunstwerken worden tentoongesteld maar ze heeft het voordeel dat er geen drempel is: als de poort omhoog wordt geschoven is ze van op het voetpad vrij toegankelijk. Vrij in, vrij uit naar het voorbeeld van de Parijse boulevard galeries.
Vertikaal heeft de bedoeling om "abstracte kunst in Aalst ingang te doen vinden". Walter Schelfhout, Dirk van der Elst en Guy Leclercq zijn de eerste exposanten. Het is een periode waarin de kunst- en culturele wereld zich nadrukkelijk positioneert door zich kritisch op te stellen in de maatschappelijke debatten én breekt met de klassieke galeries waar een bepaalde 'elite' van kunstenaars en bezoekers welkom zijn. Er is bovendien een anarchistische stroming aanwezig in de cultuursector en dat maakt veel ongeziene creativiteit los.
| Dirk vd Elst met naast hem rechts kunstcritikus Adolf Merckx tijdens een vernissage in Vertikaal (Archief DvdE) |
Walter Schelfhout start de galerij met een expo van schilderijen en tekeningen bestaande uit composities gevormd met de letter U. De U's staan verticaal en horizontaal, in veelvoud en in diverse groottes geschikt. Die worden, hoewel ze in feite als figuratief kunnen worden beschouwd, door de buitenwereld als abstract geïnterpreteerd want er is geen menselijke figuur is op te zien. Voor Walter zijn ze de eerste stap naar een radicaal constructivisme dat later kenmerkend zal zijn voor zijn oeuvre. De vormen worden alsmaar eenvoudiger, zo komen later schilderijen tot stand waarin slechts twee geometrische figuren en kleuren worden getoond. Een soberheid die aansluiting vindt bij de minimalistische kunststroming van die tijd. Dirk van der Elst is de tweede exposant. Zijn eerste schilderijen kunnen worden omschreven als lyrisch abstract, agrarische vormen die uitblinken in diep donkere kleuren. Het zal zijn metier blijven om met kleur een effect te creëren dat aansluit bij zijn extroverte persoonlijkheid.
![]() |
| Schilderij Walter Schelfhout (collectie Stad Aalst) |
De kunstenaars die in ‘Vertikaal’ zullen
exposeren hebben zich al in 1965, onder de impuls van Walter Schelfhout gegroepeerd
als de 'Groep Takel'. Ze manifesteren zich als beschermelingen van de abstracte
kunst met de bedoeling een dam op te werpen tegen de invloeden van de
Amerikaanse Pop Art, een kunststroming die Europa overspoelt en de figuratieve
kunst opnieuw op het voorplan brengt. Er sluiten zich een twintigtal Belgische
kunstenaars bij aan en er worden gastkunstenaars aangetrokken uit de Verenigde
Staten en West Duitsland. In september 1966 komt er een grote tentoonstelling
tot stand in het pas gerestaureerde Oud-Hospitaal (nu 't Gasthuis). Naar
aanleiding hiervan schrijf ik een van mijn eerste artikels in het ‘Vlaams
Weekblad Voor Allen', een regionale krant uitgegeven door de socialisten. In
februari 1968 cureer ik in ‘Vertikaal’ mijn allereerste tentoonstelling met
grafisch werk van de Duitse kunstenaar Werner Kausch met wie ik tijdens mijn
legerdienst (1967-1968) in de West-Duitse garnizoensstad Kassel
bevriend ben geraakt. In maart opent Bert Van Hoorick een tentoonstelling met
schilderijen van Werner Kausch in de Belfortkelder.
![]() |
| (Archief RD) |
Gelijktijdig met de opening van ‘Vertikaal’
publiceren de musketiers het eerste nummer van het ‘literair, kunstkritisch en
polemisch’ tijdschrift BOM. Het gestencilde
blad vertoont heel wat gelijkenissen met de provoblaadjes en brengt inhoudelijk
ook proza en cultuurkritiek. De filosofie achter het tijdschrift is om
"antimilitaristisch te zijn, af te rekenen met politieke corruptie,
kerkelijke dwang, morele en seksuele schijnheiligheid en het schuwen van elke
vorm van luxe en snobisme". Zo kraakt René Vinck in het eerste nummer de op
stapel staande bouw van het Cultureel Centrum in de Molenstraat
af omdat hij vreest dat: “een partijlidkaart nodig zal zijn om er als
kunstenaar aan de bak te komen!”. De bouw van het CC moet zich door jarenlange
procedures en onvoorziene bouwkundige problemen slepen.
De volksmond heeft het over de ‘culturele put’
omdat massa’s beton worden gestort in de funderingen. Bij de graafwerken is
gebleken dat er zich drijfzand in de ondergrond bevindt, daardoor geraken de
ondergrondse verdiepingen nooit waterdicht. De voorziene overheidssubsidies
komen bovendien, als gevolg van politieke vertragingsmanoeuvres, maar met
mondjesmaat vrij. Hier had het eerste culturele centrum van Vlaanderen moeten
staan, maar finaal loopt de afwerking jarenlang vertraging op. De plaatselijke middenstand
organiseert in 1970, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, zelfs een
eindejaarstombola met de vraag ‘Raad het juiste uur’, een sarcastische
verwijzing naar de lange duur van de werken en het feit dat de bouwput en de
houten omheining de winkelstraat ontsieren.
Van 27 tot 30 oktober 1971 word de omheining van de bouwwerf gebruikt voor een muurschildering. De kunstenaars Josè Goemaere, Guy Leclercq,
Herman Van den Broecke en Lionel Vinche
zetten hiermee hun tentoonstelling, die doorgaat in het Oud-Hospitaal (20/11 tot
11/12), in de spreekwoordelijke verf. De schilderingen op de omheining zijn
afbeeldingen met de politieke en sociale thema’s van het moment: oorlog en
kapitalisme.
| (Bom 2, Archief RD) |
[1] Links’ is een in
Aalst ontstane politieke beweging binnen de Belgische Socialistische Partij
(BSP) die onder de impuls van Marcel Deneckere (1923-1983), licentiaat Romaanse
filologie en in 1958 kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Aalst, tot
stand is gekomen.De beweging heeft jarenlang haar invloed gehad als
drukkingsgroep binnen de BSP. Op 13 april 1984 onderneem ik samen met Herman De
Geest, medestichter van ‘Links’, en
volksvertegenwoordiger Jacques Timmermans een poging om de beweging nieuw leven
in te blazen. De druk bijgewoonde vergadering, in het Volkshuis van Ninove met
alle BSP-tenoren uit de Denderstreek, komt tot de vaststelling dat links
behoudens het aanzwengelen van de 'politieke debatcultuur' ook moet opboksen
tegen de invloed van de welvaartsstaat die de werknemers in haar greep heeft en
de reactie verlamd. Een vervolgvergadering blijft uit.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten