LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D9]





KUNST = LEVEN

(Antoni Muntadas)



 







Begin 1972 cureer ik 'Concept Makers'. Ik schrijf in 'Reform Bericht':

"Hoe de tentoonstelling er zal uitzien weet ik op dit ogenblik niet. Dit is trouwens één van de verrassingen waarvoor men staat bij het samenstellen van een tentoonstelling over nieuwe kunst. Ik heb weliswaar afspraken gemaakt met de kunstenaars maar sommigen dienen projecten in die pas op het einde van de tentoonstellingsperiode tot finale realisatie zullen komen, anderen stellen interactieve werken voor die door de bezoekers live kunnen worden beleefd of uitgevoerd”.

Stephen Willats ' Social Resource Project for Tennis Clubs'
 (Reconstructie, foto RD, archief New Reform)


Dat vraagt om een andere uitwerking dan het traditionele ophangen van ingelijste werken aan de muren. Stephen Willats vraagt om een groot bord tegen de muur te plaatsen, dat op zijn aangeven in te delen en er stelselmatig de gegevens aan toe te voegen die hij in de loop van de tentoonstelling zal toesturen. Ze bevatten teksten, foto's, bandopnamen en registraties van telefoongesprekken voor het 'Social Resource Project for Tennis Clubs' dat hij in Nottingham realiseert. Willats noteert en analyseert zorgvuldig het sociale verenigingsleven in de besloten 'Tennis Clubs' als een soort van undercover reportage om ze vervolgens visueel toegankelijk te maken voor de buitenwereld.

Petr Stembera stuurt fiches met 'Metereological Informations'. Ze registreren de klimatologische verschillen tussen Praag en het hogergelegen stadje Poprad in een reeks van dagen. Achter de cijfers gaat de idee schuil dat de verschillen invloed uitoefenen op de fysieke eigenschappen van de mens in deze twee op 500 km van elkaar gelegen steden. Natuurlijke  body-art. Verder zijn er fotoreeksen van zijn persoonlijke interventies. Op een ervan is te zien hoe hij tot de uitputting zijn adem inhoudt.

Petr Stembera 
(verz. RD)



Jochen Gerz 'Documente aus den täglichen
 Leben, Listing, Briefe 1968-1969'.
(verz. RD)

Van Jochen Gerz tonen wij 'Documente aus den täglichen Leben, Listing, Briefe 1968-1969', de uitprint van een computerlijst op kettingpapier met de gedateerde opsomming van al zijn correspondentie gedurende het voorbije jaar.











Gabor Attailai, instructies voor
performance (verz. RD)
Gabor Attalai stuurt zwart-wit tekeningen en foto’s waarin hij, onder met motto ‘The Biggest Contrast in the World’, speelt met de confrontaties van zwart en wit. Wij voeren met zijn instructies op een ongewone plaats een performance uit. Bij mijn collega’s in het bedrijf waar ik werk[5] vind ik iemand die is opgeleid als haarkapper en een andere die wil meewerken aan het ‘kunstwerk’ door zijn hoofdhaar in fases te laten wegscheren. De kapper scheert met zijn tondeuse van het voor- naar het achterhoofd strepen door het haar. Vervolgens van linker naar rechter zijkant. Finaal wordt zijn hoofd kaalgeschoren. De actie verplicht mij om aan tientallen collega's, waarvan de meesten nooit eerder met kunst in contact zijn gekomen, en zeker niet met conceptuele kunst, uitleg te verschaffen over 'het kunstwerk'. Dichter kan je kunst niet tot bij de mensen brengen.  Het voelt aan alsof een belangrijk deel van mijn missie geslaagd is.



Maurice Roquet (foto RD, archie NR)


Maurice Roquet toont twee op raam gespannen schildersdoeken van A4-formaat, een is voorzien van een met de hand geschreven tekst en de andere bedrukt met het schrift van een typemachine. Beide beschrijven ze de samenstelling van een 'Stilleven' op doek. Verder toon ik een serie zwarte dozen (edities) en een deurbel op een houten paneel met als adreskaartje: 'Mental Theater'. De bezoekers kunnen de bel laten rinkelen maar ook twee vingers laten glijden over een stuk schuurpapier dat contrasteert met een wattendeken ernaast. 

KLaus Groh, Mail Art
(archief NR)
Klaus Groh vraagt mij om 'onze' briefwisseling van de afgelopen periode te tonen die hij als 'Mail Art' omschrijft. Zijn brieven zijn steeds opgefrist met postgraffiti, ludieke ideeën en verwijzingen naar de creatieve plannen die wij koesteren. 




Hugo Heyrman 'Mathematics in Nature' (foto RD)

Van 
Hugo Heyrman toon ik 'Mathematics in Nature' drie fotografisch geregistreerde landschappen waarboven een reeks wolken die in een geordende formatie lijken voorbij te drijven. Experimentele wetenschap en kunst manipuleren het gezichtsveld. 

Géza Perneczky 'art'  1971 
(archief NR)

Géza Perneczky toont een reeks fotowerken en kleine installaties waarin hij het begrip 'Yes-No' in alle mogelijke vormen onderzoekt. 'Ja en Nee' zijn de meest voorkomende woorden in de uitspraken en dialogen tussen mensen, ze zijn ook de meest concrete. De foto's tonen de door de kunstenaar in zijn studio uitgevoerde performances met deze woorden als leidraad. Een ander werk bestaat uit een toiletspiegeltje geplaatst op een hangtafeltje waarvoor hij een tennisbal plaatst met het woord 'art' uitgevoerd in spiegelschrift en dus leesbaar in de spiegel. Als de bezoekers in de spiegel kijken kunnen ze zich met het woord ‘identificeren'. Het verschijnt dan op hun voorhoofd, wang, neus of andere lichaamsdelen. 




Artikel in 'Het Laatste Nieuws' (archief NR)

Bruno Gasser verkoopt humus en graszaad in conservendozen en voegt er een gebruiksaanwijzing aan toe. Zijn later oeuvre bestaat uit schilderijen en objecten waarin gras in alle groeivormen en soorten aanwezig is. 




Boven originele uitnodiging  'Concept Makers', onder de bijdrage van Jacques Charlier.
(archief NR)


Jacques Charlier vraagt mij om aan mijn ‘invités’ een nieuwe identieke uitnodiging te sturen waarop hij de namen van de kunstenaars heeft vervangen oor deze van zijn collega's, de bedienden van de technische dienst bij de provincie Luik


ONVOORZIEN


Stefaan Steenhoudt alias Sinus Steff 'Paspoort'
(archief NR)

De tentoonstelling krijgt nog twee onverwachte deelnemers. Als de aanwezigen op de vernissage het gebouw hebben verlaten vind ik op de vloer in een van de lokalen vellen papier waarop een zekere Sinus Steff zijn projecten voorstelt. Het blijkt te gaan om werken van, een in Oostende wonende kunstenaar. Voor mij is hij een ontdekking die perfect past in mijn visie om de ordelijkheid in de kunstwereld te doorbreken. Ik vind ze bijzonder merkwaardig en laat ze de ganse duur van de tentoonstelling liggen waardoor hij in feite onaangekondigd deelneemt. Mijn interesse om samen te werken strand in vergeefse pogingen om hem in Oostende te ontmoeten. Jaren later verneem ik dat hij om het leven is gekomen door van de Europatoren te springen, een appartementsblok in aanbouw waar hij samen met anderen zeer tegen gekant was omwille van de esthetische schaalbreuk aan de kuslijn. Het “verhaal” doet de ronde dat hij op zijn borst een automatisch werkende fotocamera heeft gemonteerd om zijn val te registreren. Het is zijn laatste 'event'.


Timm Ulrichs, postkaart bijdrage 'Concept Makers'
(archief NR)
 
                                      

Onvoorzien is ook de deelname van Timm Ulrichs. Ik was met hem beginnen corresponderen en hij was op de hoogte van de expo maar had zich niet ingeschreven als deelnemer. Zijn bijdrage bestaat uit een postkaart met aan de ene zijde de data, titel en logistieke informatie van de tentoonstelling en aan de voorzijde het woord 'Konzept*' handgeschreven in hoofdletters met aansluitend een verklaring in hetzelfde schrift waaruit blijkt dat hij de typologie van het letterschrift zelf heeft ontworpen en laten uitvoeren bij een letterzetterij in Frankfurt a. M. De kaart kan dus tegelijk beschouwd worden als een module en een uitvoering ervan. Conceptueler kan het niet zijn. In zijn latere oeuvre zal Ulrichts de kijkers vaker op het verkeerde been zetten door ‘kunst relativerende denkprocessen' op gang te brengen.

NIEUWE WIND

Met vitriool in zijn pen schrijft de conservatieve kunstcriticus Jan D'Haese over de tentoonstelling in het weekblad ’t Palieterke van 17 februari: “In de grond is de gewone kunstliefhebber dwaas en dom; achterlijk geboren en getogen, zoekt hij nog steeds conservatieve kunstwerken aan te kopen als daar zijn schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken en andere ouderwetse flauwe kul”. Deze frase uit zijn artikel illustreert het breekpunt. Deze tentoonstelling heeft in geen enkel opzicht nog linken met burgerlijke kunst maar alles met pure verbeelding en werkelijkheid. De vaststelling van Adolf Merckx in HLN: "De New Reform Gallery heeft zich kordaat in de nieuwe wind gezet" is uitdagend en tegelijk riskant. Er duiken meerdere valkuilen op omdat wij regelrecht ingaan tegen de gevestigde waarden en tradities van de galerieën als plek waar kunst verhandeld wordt. 

(vervolgt)



[5] Regie van Telegrafie en Telefonie (RTT)












LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D8]

IEDEREEN KUNSTENAAR



1971. De maatschappijkritisch ingestelde kunstenaars Horst Tress, Steffen Missmahl, Dieter Reick en Bernd Lôbach Hinweiser die milieuverontreiniging, militarisme, consumptiegedrag en sexappeal als onderwerpen opvoeren weten mij te overtuigen voor een tentoonstelling. Tress vestigt met prenten en diaprojecties de aandacht op de interventies van de stad Keulen om iedereen met iedereen te verbinden via straling en hekelt de milieuvervuilende aspecten ervan. Hier en daar is een letter of een wetenschappelijke code opgenomen in de tekening die verwijst naar de gevaren van elektromagnetische golven of landschappelijke ingrepen. 


Horst Tress (archief New Reform)


Heden maken actiegroepen gebruik van de nieuwe digitale mogelijkheden die zich aanbieden op sociale media om hun standpunten begrijpelijk voor te stellen. 

Dieter Reick tekent met witte kalkverf een silhouet rond kadavers van dieren die langs de wegen als slachtoffer van het verkeer worden aangetroffen, precies zoals men dat ook met mensen doet. Hoewel hun gewetensvolle maatschappelijke visie in zeer lokale omstandigheden tot stand is gekomen, ben ik van oordeel dat de uitgangspunten universeel zijn en overal van toepassing. Kunstenaars zijn in staat om meer kracht te leggen in beelden dan maatschappijcritici in woorden. 

Mijn geloof in de filosofische gedachte van Joseph Beuys dat "Jeder Mensch ein Künstler is” (dat ieder mens een kunstenaar is)[2] is er alleen maar door versterkt. Ik heb uit de woorden van Beuys begrepen dat kunst niet uitsluitend het terrein kan zijn van academisch gevormde kunstenaars die mooie beelden op doek of papier afleveren, maar dat kunst ook politiek en actiegericht moet zijn om de gemeenschap van haar nuttigheid te overtuigen. Ik schrijf daarover later een uitgebreid artikel in het Vlaams weekblad Voor Allen[3]

Artikel Vlaams Weekblad 'Voor Allen' (archief RD)

Op 25 oktober werk ik mee aan een project van ‘industrieel designer’ en kunstenaar Bernd Löbach die in verschillende Europese galerijen een ‘Tafeltennisactie voor bewuste beleving’ (‘Multisensorische ereigenisse’) organiseert. Tafeltennis is in dit geval voor hem een ontmoetingsplek voor interdisciplinaire samenwerking waarbij de deelnemers, wetende dat het om een initiatief van een kunstenaar gaat, zich bewust inleven in de creatieve industrie dat het spel uiteindelijk is. 

Bernd Lôbach Hinweiser, collage wereldleiders bestuderen 
tank aan ingang Auschwitz (archief New Reform)

Löbach ziet zichzelf als een ‘bewustmakende’ kunstenaar. In 1972 geven wij een editie uit met drie kasseistenen en een ‘ponskaart’. De stenen verwijzen naar de aanleg van de eerste verharde Romeinse wegen waarlangs bodes zicht verplaatsen om snel gegevens in briefvorm over te brengen, de ponskaart verwijst naar de eerste vormen van elektronische overdracht van informatie. De editie toont aan hoeveel eeuwen er nodig zijn geweest om het transport van informatie te automatiseren. Wij zijn er ons op dat ogenblik niet van bewust hoe snel de volgende stappen zullen worden gezet door de invoering van het internet.

Sculptuur Lieve
De Pelsmaeker
(verz. RD)

Van bij de start van New Reform is Lieve De Pelsmaeker uit Erembodegem een van onze actieve volgers. Zij behoort tot de belangrijkste keramisten van haar tijd. Eerst maakt ze sculpturen met de structuur van boomschors, maar in het begin van de jaren '70 begint ze zich te manifesteren met driedimensionale werken. Later voegt zij er industrieel porselein aan toe en gaat een samenwerking aan met experimenteel musicus Godfried Willem Raes. In de sculpturen worden lichtgevoelige celletjes geplaatst die reageren op duisternis en licht als mensen zich in de omgeving van de beelden verplaatsen. De stap die ze als ‘keramiste’ zet is een reuzensprong in haar vakgebied. Haar beslissingen lokken twijfelachtige commentaren uit die ze moet verwerken als persoonlijke aanvallen, het oeroude ambacht van figuren en pottenbakkers wankelt. Wij ondersteunen haar met de publicatie van een catalogus[4] gedrukt op onze tweedehandse offsetpers. Ik schrijf over haar tentoonstellingen in de regionale pers, neem enkele van haar werken mee naar de 'Kunst und Informationsmesse' in Keulen en wij experimenteren er een weekend mee in New Reform.

DRUKWERK ALS KUNSTWERK

Drukwerk komt als een visueel baken voor kunstverspreiding meer en meer in de belangstelling. Op 2 november komt Klaus Groh, op de terugweg van de Biënnale van Parijs, zijn boek ‘Aktuelle Kunst in Osteuropa’[1] , dat een beeld ophangt van de kunstscene achter het 'IJzeren Gordijn', voorstellen. Het boek is een openbaring want van de actuele kunst in Oost-Europa is er maar weinig bekend. Vele kunstenaars uit het Oostblok sturen speciaal voor dit boek nieuw ontworpen projecten ter illustratie naar Klaus waardoor het boek tegelijk als een naslagwerk en als een 'artistbook' kan worden voorgesteld. Hij maakt van zijn tijd in Aalst gebruik om een kunstwerk te maken onder de vorm van een graffiti tekening. Op een wit bord legt hij uit hoe kunst eenvoudig bij iedereen kan onstaan mits de nodige verbeelding los te laten op de buitenwereld. Kunstenaar zijn kan je niet studeren.  Het zal maandenlang als instructietekening in New Reform getoond worden.

Graffiti van Klaus Groh (foto RD)




[1] DuMont, Keulen 1971

[2] Joseph Beuys: Jedes Mensch ein Künstler, Frankfurt/M 1975 Verlag Ullstein & Gesprekken tijdens Documenta5  opgetekend door Clara Bodenmann-Ritter.

[3] Fragment:   ‘…..Beuys relativiteitstheorie slaat terug op het politieke verval waaronder de democratie leidt. Het staaft zijn mening dat de wijsheid en de creativiteit van de volkerenmassa verder reikt dan de compromissen die de vertegenwoordigers van het volk, ambtenaren volgens hem, uitwerken. Het is hem erom te doen om de ‘massa’ bewust te maken van haar potentiële creatieve waarde. Volgens Beuys is deze in de voorbije jaren verloren gegaan door het gebrek aan inzicht, eerlijkheid en oprechtheid van de vertegenwoordigers van het volk. Daarom heeft Beuys in 1971 zijn 'organisatie voor directe democratie’ (via referenda) opgericht. Een permanent bureau werd geïnstalleerd in de Andreasstrasse 25 te Dusseldorf. Men beschikt er over twee uitstalramen via dewelke hij zijn zienswijze op de dagelijkse maatschappelijke toestanden kenbaar maakt en men kan er vrijuit gaan discussiëren met Beuys zelf of een andere vertegenwoordiger. Deze opdracht interesseert Beuys steeds meer. Beuys bevestigd zijn tijdens de documenta 5 in Kassel (1972) uiteengezette theorie dat kunst de enige mogelijkheid is om de situatie in deze wereld te veranderen. Hij bedoelt daarmede de mechanismen van de dominanten van deze maatschappijvormen, bijv. de politiek van boven naar onder, de institutionalisering van het onderwijs, de functieverwaarlozing van de vrouw, de normen toevertrouwd aan de economische structuren, het privaatkapitalisme en staatskapitalisme, zin van de arbeid, het kristendom, manipulatie ... ‘.

[4]  Lieve De Pelsmaeker 'Objecten', New Reform 1974


 

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D7]

 

DE GEEST VAN DE CONCEPTUELE KUNST



In juli 1971 rolt het eerste nummer van het tijdschrift 'Reform Bericht' uit de stencilmachine. Finaal zullen er 34 edities gepubliceerd worden van elkaar verschillend qua vorm en inhoud. Op de cover van het eerste nummer vraag ik aandacht voor een lezing in de 'School of Visual Arts' (New York, 1967) door de marxistische filosoof Herbert Marcuse[1]. Hij verklaarde daar: "Niet om politieke kunst, politiek als kunst, maar om kunst als de architectuur van een vrije samenleving gaat het". In Marcuse’s visie heeft kunst een maatschappelijke taak maar hij zweert ze af als politiek drukkingsmiddel.

De relatie 'kunst - politiek - maatschappij' komt later in New Reform veelvuldig aan bod. Vooral Duitse kunstenaars onderstrepen het belang van maatschappijkritiek. Onder de invloed van Joseph Beuys, Wolf Vostell en Klaus Staeck komt een beweging op gang die zich losmaakt van de traditionele standaarden in de kunstwereld door politieke standpunten over de samenleving als leidraad te nemen voor hun oeuvre. In de Verenigde Staten is er de ‘conceptuele beweging’ van kunstenaars die voorstellen voor kunstwerken formuleren op basis van theoretische en analytische modellen waardoor ze tot de essentie worden herleid. Toeschouwers worden vrij gelaten om zich in te beelden welke betekenis ze aan kunst wensen te geven. De dematerialisatie van het kunstwerk is een feit. De beweging brengt een ferme discussie op gang met het tot dan toe heersende materialisme in de kunstwereld maar zal finaal ook bezwijken voor de macht van de kunstmarkt en mainstream worden. Ik vat de twee tendensen samen in de tentoonstelling 'Informatie Concept Art' waarin ik een beeld ophang van de verschillende stromingen in de conceptuele kunst. 

Pamflet 'Informatie Concept-art'
(archief RD)

Adolf Merckx, die als geen andere de experimenten van New Reform op de voet volgt schrijft in Het Laatste Nieuws:

"Gedurende eeuwen heeft de kunstminnaar in de waan geleefd dat kunst in ieder geval een middel was om aan de werkelijkheid te ontsnappen. De werkelijkheid werd getranscendeerd, vervormd, geïdealiseerd. De kunstzinnige mens van heden is er toe gekomen zich eens flink in de ogen te wrijven om na een nuchter ontwaken tot de vaststelling te komen dat de echte werkelijkheid een nieuwe start mogelijk maakte. De kunst trad in het spoor van de wetenschap en stelde de bewustwording van het banale, dagelijkse milieu op de voorgrond. Waar men vroeger de noodzaak ondervond om aan het ruwe materiaal, de grondstof, het gevonden voorwerp een meer edele vorm of bestemming te geven, doet zich thans de behoefte gevoelen om de dingen te aanvaarden zoals ze zich voordoen, om in de naakte werkelijkheid kenmerken, eigenschappen en mogelijkheden te ontdekken die vroeger gewoon over het hoofd gezien of afgewezen werden"[2].

De samenstelling van ‘Concept Art’ komt tot stand op basis van de door kunstenaars aangereikte informatie. Het is in mijn ogen niet meer noodzakelijk om de zogenaamde ‘unieke’ kunstwerken te tonen, ik focus op de inhoudelijke aspecten. Ik selecteer de Duitsers Jochen Gerz, Erwin Wortelkamp, Horst Tress, Otto Dressler, Klaus Groh, Hingstmartin, Bernd Löbach, Gottfried Jäger, Hans Werner Kalkmann, Albrecht D., Klaus Staeck en Wolf Vostell, de Amerikaan Douglas Huebler, de in New York wonende Japanner Yutakio Matsuzawa en uit het Oostblok de Tsjech Petr Stembera.

Jochen Gerz 'Voorwaarden voor de 
visuele poezie' (archief RD)
Jochen Gerz is één van de kunstenaars voor wie ik meer dan normale bewondering heb. Ik zoek hem op in zijn studioappartement in de Rue Buffon in Parijs, enkele stappen verwijderd van de op dat ogenblik fel besproken Sorbonne-universiteit. De wijk straalt de revolutionaire sfeer van mei ’68 uit met zijn talrijke graffiti die verwijzen naar de manifestaties die er hebben plaatsgevonden. Gerz speelt daar op in met tekstaffiches die hij aanplakt op de muren van de universiteit. Ik ben gecharmeerd door zijn project ‘Die Beschreibung des Papiers’ een kunstwerk dat als boek wordt uitgegeven[3]. Er zit magie verscholen in de titel en de uitgave als ‘artist book’ belichaamt op een correcte wijze wat bedoeld wordt met het ‘democratiseren en dematerialiseren’ van het kunstwerk. Geen exclusieve voor privéverzamelaars maar voor iedereen beschikbaar via de boek-druk-kunst. Waar kan hij dit beter tonen dan in Aalst de stad van Dirk Martens (1446-1534) een van de eerste (boek)drukkers in de Nederlanden. Ik publiceer vers van de pers de Nederlandstalige vertaling van zijn essay ‘Bedingungen der visuellen poesie’ (‘Voorwaarden voor de visuele poëzie’), Parijs 1971,  


DE EERSTE PERFORMANCE



De performance verliep van den hoek Kapellestraat/Molenstraat
tot aan het postgebouw van de Hopmarkt (archief NR)


Een print van de gietijzeren afdruksels
(archief NR)


Werner Kausch zal een performance doen in de straten van Aalst.  Afkomstig uit het Ruhrgebied ontleend hij zijn oeuvre aan de industriële vormgeving. De gietijzeren deksels van de Aalsterse firma Vulcain die in de bestrating worden gelegd op plaatsen waar zich ondergrondse knooppunten van riolen, waterleidingen, telefoonkabels en roosters voor kelders bevinden, zijn in augustus 1971 het voorwerp voor de 'actie'. De deksels hebben per soort een specifieke textuur, soms geometrisch, soms gotisch. Kausch wil met zijn actie aantonen hoe mooi deze industriële vormgeving is. Hij reinigt de deksels en smeert ze in met zwarte verf, legt er een wit tekenblad op en een houten plaat. De voorbijgangers worden gevraagd om op de plaat te gaan staan van waaronder na enige tijd het blad wordt gehaald met de gespiegelde afdruk van het deksel. Zo worden ze deelnemer aan de creatie van een “kunstwerk” dat ze mee naar huis kunnen nemen. Een aantal bekende Aalstenaars neemt er aan deel terwijl ik via een megafoon het publiek toespreek over het doel van de performance en hen overtuig van de ‘artistieke meerwaarde’.

NETWERKEN

Netwerken is nu een modebegrip maar in de jaren ’70 een quasi natuurlijke samenscholing van gelijkgezinden. Op 30 oktober roept Celbeton een vuilnisbelt in de Maaistraat te Dendermonde uit tot kunstzone: ‘Dump in activity / vuilnisbelt in werking'. Een initiatief van kunstcriticus Adolf Merckx die, bewust of onbewust, optreedt als conceptueel kunstenaar. Het in brand steken van vuilnisbelten is in die tijd een gangbare praktijk! De drietalige uitnodiging is opgesteld als een rouwbrief met foto’s van het brandende belt en het wrak van een uitgebrande auto er bovenop. Het project roept vragen op over milieubeheer, esthetica en kunst omdat het uitgaat van de kunstkroeg Celbeton. Met ‘dump-art’ werpt Celbeton een ‘steen’ in de poel van de kunstwereld waar de bourgeoisie dominant en waardebepalend aanwezig is. Het is een manier om ze een geweten te schoppen en de draagkracht van het begrip kunst te verruimen. 

Klaus Groh, collage 'dump-art' (verz. RD)

De oproep van Celbeton aan kunstenaars om te reflecteren op de actie wordt van uit New Reform beantwoord door Klaus Groh met twee collages waarop het belt met zwarte plastiek is afdekt en Hans Werner Kalkman die straatnaamborden stuurt met opschriften die verwijzen naar de problematiek van de milieuverontreiniging.

Achter mijn kraam op de poezêmarkt in Wetteren (foto Ludo Van Geert, verz. New Reform)

Roland Jooris en Galerie Drieghe vragen mij om deel te nemen aan de 3de Poëziemarkt in Wetteren[4] .  Dichters, schrijvers en uitgevers staan er achter marktkraampjes met de nodige luister hun publicaties te verkopen. Ik installeer mij met conceptuele kunst en experimentele poëzie. Van Otto Dressler stel ik een stoel voor met een gummi zitkussen dat de vormen heeft van het gelaat van Beethoven. Honderden mensen gaan er op zitten en reageren van gechoqueerd tot geamuseerd.

Ingo Kümmel, die ondertussen stichtend voorzitter is geworden van de 'Vereniging van Progressieve Galeristen', vraagt ons om deel te nemen aan de 'Kunst und Informationsmesse' in Keulen (5-10 oktober 1971). Naast een rits experimentele galerieën uit Duitsland nemen buitenlandse gast galerieën deel die een plaats krijgen in verschillende gebouwen rondom de Neumarkt. Wij krijgen krijgen een plaats in het Belgisch consulaat dat beschikt over een ruime zaal. Een van onze buren is de Londense gallery Annely Juda Fine Art. In samenwerking met de galerie Spectrum uit Antwerpen organiseer ik in oktober van dat jaar een tentoonstelling met drie van haar kunstenaars die de analytische schilderkunst beoefenen: Alen Green,, Peter Kalkhof en Antanas Brazdys. 

Beurscatalogus (verz. New Reform)

Omdat de beurs een democratisch karakter nastreeft selecteer ik overwegend edities van jonge Belgische kunstenaars[5]. Hugo Heyrman en Wout Vercammen, die in Antwerpen 'Artworker Star tijdschrift voor concepten’ uitgeven, zijn de blikvangers in mijn stand.





Deelnemen aan de beurs is in menig opzicht een experiment voor mij. Er zijn vooral het transport, de verblijfskosten, huur en inrichting van de ruimte. Een eerste obstakel is de overschrijding van de grenspost met mijn ‘Renault 4’ in Aachen. Ik heb brute pech. De douaniers stellen vast dat ik “schilderijen” vervoer die ik niet heb aangegeven. Ik moet ter plekke alle werken registreren en een taks betalen op de uitvoer, een uitgave waarop ik niet ben voorzien. Er bestaan nog geen betaalkaarten en dus tast ik diep in mijn portemonnee. Het budget waarop ik rekende voor mijn deelname aan de kunstmarkt krijgt meteen een ferme deuk. De kunstmarkt levert geen verkoop op, behalve één schilderijtje van Gilbert Swimberghe dat door de Belgische cultureel attaché De Buck wordt aangekocht voor de collectie van het consulaat. De administratieve afhandeling en de betaling zullen maanden aanslepen. Het positieve zijn de massa contacten die ik heb met kunstenaars, critici, organisatoren en duizenden bezoekers. In de opvolgende weken vallen steeds meer voorstellen van kunstenaars in mijn brievenbus met de vraag om samen te werken. Mijn netwerk in binnen- en buitenland breidt fors uit. Wij zijn bovendien, samen met de Wide White Space Gallery uit Antwerpen, een van de eerste Belgische galeriëen die deelneemt aan een buitenlandse kunstbeurs. Een primeur! (vervolgt)



[1] Marcuse is met zijn filosofische theorieën een van de voornaamste aanstichters van mei'68

[2] ‘In de ogen wrijven', Het Laatste Nieuws, augustus 1971

[3] Luchterhand Verlag, Darmstadt 1973

[4] Felix Beernaertsplein

[5] Vincent van de Meersch, Helene Keil, Hugo Duchateau,  Jan Withofs  die samen de Research Group vormen,  Jos Jans, Luc Hoenraet, Hugo Van den Bossche, Erik De Smet , objecten en schilderijen van Cesar Bailleux, Cel Overberghe, Gilbert Swimberghe, Werner Kausch, Raf Verjans, Lieve De Pelsmaeker en de Duitse Aen t. Sauerborn.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...