LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D3]

 

AALST DE CULTUURSTAD


Aalst is in de jaren '60 een bruisende cultuurstad. De vele initiatieven genieten de steun van schepen Bert Van Hoorick. In 1963 ontstaat met zijn medewerking toneelgroep Kern ’63 die, onder de leiding van Walter Boni, Frans Roggen en André Van Daele, probeert om met de beste acteurs uit de amateurgezelschappen van de stad een semiprofessioneel stadstheater te vormen. Het initiatief sneuvelt vijf jaar later als gevolg van de verzuiling en verstarring die veel amateurgezelschappen kenmerkt. Zij houden te zeer vast aan hun eigen repertoire en parochiale locaties.

In oktober 1966 neemt Willem Marnix De Vidts het initiatief voor een retrospectieve tentoonstelling in het Oud-Hospitaal van de in Aalst geboren postexpressionist Maurice Schelck, naar aanleiding van zijn 60ste verjaardag. Willem zal vervolgens met een aantal vrienden in Berlare het alternatief cultuurcafé Papadoc openen. Zijn vader is een bekend huisarts in de Vrijheidstraat die de exploten van zijn zoon financieel ondersteund. De naam van het cultuurcafé ‘Papa-Doc’ verwijst er naar. 

Koning Baudewijn met concervator Ignace De Vos
(Foto archief Catharina De Vos)

Het Oud-Hospitaal verwelkomt overzichtstentoonstellingen van Maurits Van Saene en Felix De Boeck, schilders met een reputatie in de beginjaren van de abstracte kunst. 

De klapper echter is de retrospectieve Valerius De Saedeleer naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag (oktober 1967). Het initiatief van de stad brengt duizenden mensen op het been en zet Aalst in Vlaanderen op de kaart als cultuurstad. De aanwezigheid van tal van prominenten uit de culturele en politieke wereld tijdens de opening en het bezoek van koning Boudewijn en zijn eega Fabiola maken er een blikvanger van in de media.


EXPERIMENTEEL WERKTHEATER PAN


In 1967 scheuren een aantal jonge acteurs zich af van de amateurgezelschappen en vormen een nieuw progressief gezelschap onder de naam ‘Experimenteel Werktheater PAN’. Voortrekker is Jo Corthals bijgestaan door zijn zus Hélène, Frans Redant student aan het RITCS, die later acteur, regisseur en dramaturg zal worden bij Het Trojaanse Paard, NTG (Nederlands Toneel Gent) en tenslotte directeur bij de KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg) in Antwerpen, en kostuumontwerper Tony Denayer. Om hun projecten te financieren openen ze in de weekends een bar op de zolderverdieping van danszaal De Madelon op de Grote Markt.

Jo en zijn zus Hélène Corthals in
de PAN bar (Archief RD)




De bar boven de zaal Madelon (Archief RD)

Academiestudenten en links progressieve jongeren hokken er samen in wat men een praatcafé ‘avant la lettre’ kan noemen. Ik kom er wekelijks, met als gevolg een jarenlange intense band met de PAN medewerkers. Voor de animatie worden er geregeld cultfilms vertoond en optredens verzorgd. Zo komen onder meer de nog jonge Roland (Van Campenhout) en zijn Bluesworkshop op 18 april 1969 het underground karakter van de Panbar luister bijzetten. 

Uitnodiging voor de tentoonstelling Karel Kieckens
 (foto archief Karel Kieckens)


Karel Kieckens, leraar aan de kunstacademie, hangt de PAN vol met transparant plastic gespannen op ultraviolette buizen waarop de bezoekers met fluoverf kunnen spuiten. De happening wordt aangekondigd als een “intensieve demokratiese stereognotiese sensasie, de kollektieve kreasie van een stereoplastiek”. Karel is een buitenbeentje voor de goegemeente. In hippe kledij geeft hij les en valt op met zijn antiautoritaire pedagogie. Zo geven zijn leerlingen zichzelf punten.

Betoging voor autovrije straten (Foto W. Marckx, archief RD)


Mei ’68 is ook in Aalst voelbaar met sit-ins en betogingen voor een beter leefmilieu, een progressief cultuurbeleid, autovrije straten en het behoud van het historisch erfgoed. Ze drukken ook onze solidariteit uit met de studenten die protesteren in Berlijn, Parijs en Leuven. De mars 'Leuven Vlaams’, die door Aalst trekt, houdt halt in de zaal De Rink in de Ridderstraat. De deelnemers halen er hun slaapzakken boven. Ik ben van jongs af aan betrokken partij in de pré revolutionaire periode van mei ’68.

In november 1968 zal PAN het toneelstuk 'Politie' van de gewraakte Tsjechische auteur Slawomir Mrozek opvoeren. Op de affiche en in de programmabrochure, ontworpen door academiestudent Jan De Nijs, nodigen de studentenleiders Rudi Dutschke (Berlijn), Cohen Bendit (Parijs), Paul Goossens (Leuven) als bekende personages, en ikzelf als lokaal activist, de mensen uit om naar de voorstellingen te komen.

De theatervoorstellingen van Pan zijn een uitdaging voor Aalst. Het plan van Jo Corthals is om ‘vernieuwend absurd theater’ te brengen maar dat kan niet altijd tot in de perfectie worden uitgevoerd bij gebrek aan financiële middelen. Zo is er onder meer een interpretatie van de urenlang durende opvoering 'Der Ring des Nibelungen’ een muziektheaterstuk van Richard Wagner bewerkt door Jo. In de kapel van het Oud-Hospitaal wordt tijdens een driedaags kunstgebeuren een 'Zwarte mis' geprogrammeerd en een tentoonstelling samengesteld door Karel Kieckens die wat langer duurt. Ondermeer de tekenaar Ever Meulen, Leo Copers en de Nieuwe Rocco Groep uit Gent maken er deel van uit. Karel Kieckens zal later toetreden tot de Maoisten en gaan werken als plaatslager in een fabriek: “ik dacht toen - verkeerdelijk bleek achteraf - dat er op wereldvlak een omwenteling naar het socialisme bezig was en wilde in staat zijn om met kunst daar aan bij te dragen”.

Programma brochure (archief RD)


KEIZERSHOF

Eind 1969 moet PAN, als gevolg van nieuwe uitbaters, De Madelon verlaten en vestigt het zich in de gebouwen van de aloude afspanning ‘het Keizershof’[1] in de Korte Nieuwstraat 5, nu KBC kantoren. Op de zolderverdieping is op 24 oktober 1969 het cabarettheater 'Santeboetiek' van start gegaan. Initiatiefnemers zijn Leen Persijn en Norbert De Jonge.

'Manifest' New Reform 1969 (archief New Reform)


De buurt is op dat ogenblik het uitgaanskwartier van de stad met jongerencafe’s en nachtbars. PAN betrekt er een gedeelte van de lokalen die toebehoorden aan het Arrondissementeel Secretariaat van de CVP (Christelijke Volkspartij) die naar de nieuwbouw van het Groen Kruis zijn verhuisd. Het is meer een tijdelijk onderkomen dan een vaste verblijfplaats. Ook ik maak gebruik van het pand als de feitelijke ‘eerste’ vestigingsplaats voor de New Reform Gallery. In de PAN-bar, gevestigd in het oude café van de afspanning, komen enkele kleinere tentoonstellingen tot stand met ondermeer affiches van Joseph Beuys. Als wij hoogte krijgen van de plannen om het Keizershof af te breken organiseren we sit-ins op de met kasseien geplaveide binnenplaats. Onze acties leveren geen resultaten op en het stadsbestuur besluit om dit historisch erfgoed door de privésector te laten verkavelen.

In het voorjaar (1970) organiseren Kultuuropbouw, zusterorganisatie van de Jongsocialisten, en PAN er een 'culturele week'. Ze bestaat uit een tentoonstelling met in Vlaanderen verboden en gecensureerde publicaties en een debatavond over ‘censuur’ met redacteurs en onderzoeksjournalisten van het weekblad Humo. Een vrijwilliger houdt de wacht bij de publicaties uit vrees dat ze door de gerechtelijke diensten in beslag zullen worden genomen. Wij werken een model uit om sommige stukken snel te laten verdwijnen als de BOB (Belgische Opsporingsbrigade) er binnenvalt. 

CENSUUR 

Artikel uit De Vooruit,
detail
Een ander event is de opvoering, in het cabarettheater, van ‘Staarten', een theaterstuk over de problematiek van de homoseksualiteit, geschreven door de Spaanse auteur José Ruibal. Jo Corthals en bronsgieter Bert Geysels zijn de acteurs. Het stuk is in het Spanje van Franco verboden en ook in België is het de eerste keer dat een theaterstuk met dit onderwerp wordt opgevoerd, zodat wij vrezen voor controversiële reacties. De cultuurweek krijgt bijzonder veel aandacht op de jongerenpagina ‘Tientime’ in het dagblad Vooruit dat een interview met mij publiceert. Daarin zeg ik dat Bert Van Hoorick op de laatste dag van de culturele week aan een “kritisch verhoor” zal worden onderworpen. De woordspeling is positief bedoeld maar de ‘progressief’ Van Hoorick is in zijn wiek geschoten omwille van de negatieve teneur die hij er meent uit af te leiden en nodigt mij uit op zijn schepenkabinet in de Kattestraat waar ik de levieten wordt gelezen. Hij weigert aan de culturele week deel te nemen.

De samenwerking van PAN met de Jongsocialisten stuit ook op hevige kritiek van de CVP, die samen met de BSP de stad bestuurt, in De Gazet Van Aalst. Zij beschouwen PAN als een mantelorganisatie van de BSP. PAN beantwoordt de kritiek met een 'recht van antwoord' in de Gazet Van Aalst van 12 september waarin ze schrijven dat 'links zijn' niet betekend dat men noodzakelijk lid is van de BSP. PAN is op dat ogenblik de spreekbuis van een paar honderd geëngageerde jongeren en dus niet te versmaden in het licht van de aankomende gemeenteraadsverkiezingen. 

Achteraf bekeken vrees ik dat Bert Van Hoorick in het schepencollege door de CVP is terechtgewezen voor de steun die hij door zijn aanwezigheid wou geven aan het project. Het zal hem echter geen windeieren leggen. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1970 wordt de BSP met een winst van 2 zetels zo sterk als de CVP ( 9 zetels) en Van Hoorick haalt de meeste voorkeurstemmen. De socialisten gaan de straat op om te vieren en scanderen zijn naam als toekomstig burgemeester. Hun enthousiasme staat echter machteloos tegen het verraad van de CVP dat dezelfde avond het voorakkoord verbreekt en scheep gaat met de liberalen en de Volksunie. Louis Paul Boon stapt uit protest uit de jury van de literaire prijs Dirk Martens. (vervolgt)




[1] Het Keizershof heeft een tot in de 18e eeuw teruggaand historisch verleden als afspanning voor de voorbijtrekkende ruiters en als overblijfsel van de omstreeks 1780 opgedoekte brouwerij 'Den Hoorén’.

LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D2]


 AALSTERSE PROVO'S EN BOM

VERTIKAAL

Walter Schelfhout, Dirk van der Elst en schrijver/dichter Cyriel Temmerman zijn van deze generatie de drie musketiers die ten strijde trekken tegen alles wat klassiek is. Cyriel Temmerman, die later in de plaatselijke pers de kroniekschrijver van het stadsleven zal worden en beroepshalve speechschrijver bij het stadsbestuur, houdt in de Stationsstraat 26 dagbladwinkel 'Lectura' open. Ik ga er regelmatig langs omdat men er in België verboden kranten en weekbladen kan kopen. Vooral de Nederlandstalige versie van Playboy en publicaties zoals Gandalf, Provo en Vrij Nederland zijn erg in trek. Vlaamse auteurs zoals Louis Paul Boon en Hugo Claus publiceren er in. Ook de gestencilde Vlaamse literaire tijdschriften MEP, Daele en Revo, die tot de categorie polemische provobladen behoren met een anarchistisch taalgebruik én het weekblad 'Links'[1] dat de linkse vleugel van de BSP (Belgische Socialistische Partij) een stem geeft kan je er kopen. De publicaties worden in het katholieke Vlaanderen van die tijd beschouwd als pervers en verboden voor minderjarige lezers. Cyriel Temmerman haalt ze stiekem van onder zijn toogbank.

Cyriel Temmerman en zijn vrouw Muscha aan de gevel
van Lectura (Archief RD)


De musketiers openen in een garage, met de omvang van één voertuig en deel uitmakend van de krantenwinkel, op 4 juni 1966 de avant-garde galerij ‘Vertikaal’. Ze is toegankelijk vanaf de straat met een kantelpoort. Er kunnen hooguit 8 à 10 kunstwerken worden tentoongesteld maar ze heeft het voordeel dat er geen drempel is: als de poort omhoog wordt geschoven is ze van op het voetpad vrij toegankelijk. Vrij in, vrij uit naar het voorbeeld van de  Parijse boulevard galeries.

Vertikaal heeft de bedoeling om "abstracte kunst in Aalst ingang te doen vinden". Walter Schelfhout, Dirk van der Elst en Guy Leclercq  zijn de eerste exposanten. Het is een periode waarin de kunst- en culturele wereld zich nadrukkelijk positioneert door zich kritisch op te stellen in de maatschappelijke debatten én breekt met de klassieke galeries waar een bepaalde 'elite' van kunstenaars en bezoekers welkom zijn. Er is bovendien een anarchistische stroming aanwezig in de cultuursector en dat maakt veel ongeziene creativiteit los.

Dirk vd Elst met naast hem rechts kunstcritikus Adolf Merckx
tijdens een vernissage in Vertikaal (Archief DvdE)

Walter Schelfhout start de galerij met een expo van schilderijen en tekeningen bestaande uit composities gevormd met de letter U. De U's staan verticaal en horizontaal, in veelvoud en in diverse groottes geschikt. Die worden, hoewel ze in feite als figuratief kunnen worden beschouwd, door de buitenwereld als abstract geïnterpreteerd want er is geen menselijke figuur is op te zien. Voor Walter zijn ze de eerste stap naar een radicaal constructivisme dat later kenmerkend zal zijn voor zijn oeuvre. De vormen worden alsmaar eenvoudiger, zo komen later schilderijen tot stand waarin slechts twee geometrische figuren en kleuren worden getoond. Een soberheid die aansluiting vindt bij de minimalistische kunststroming van die tijd. Dirk van der Elst is de tweede exposant. Zijn eerste schilderijen kunnen worden omschreven als lyrisch abstract, agrarische vormen die uitblinken in diep donkere kleuren. Het zal zijn metier blijven om met kleur een effect te creëren dat aansluit bij zijn extroverte persoonlijkheid.

Schilderij Walter Schelfhout (collectie Stad Aalst)


De kunstenaars die in ‘Vertikaal’ zullen exposeren hebben zich al in 1965, onder de impuls van Walter Schelfhout gegroepeerd als de 'Groep Takel'. Ze manifesteren zich als beschermelingen van de abstracte kunst met de bedoeling een dam op te werpen tegen de invloeden van de Amerikaanse Pop Art, een kunststroming die Europa overspoelt en de figuratieve kunst opnieuw op het voorplan brengt. Er sluiten zich een twintigtal Belgische kunstenaars bij aan en er worden gastkunstenaars aangetrokken uit de Verenigde Staten en West Duitsland. In september 1966 komt er een grote tentoonstelling tot stand in het pas gerestaureerde Oud-Hospitaal (nu 't Gasthuis). Naar aanleiding hiervan schrijf ik een van mijn eerste artikels in het ‘Vlaams Weekblad Voor Allen', een regionale krant uitgegeven door de socialisten. In februari 1968 cureer ik in ‘Vertikaal’ mijn allereerste tentoonstelling met grafisch werk van de Duitse kunstenaar Werner Kausch met wie ik tijdens mijn legerdienst (1967-1968) in de West-Duitse garnizoensstad Kassel bevriend ben geraakt. In maart opent Bert Van Hoorick een tentoonstelling met schilderijen van Werner Kausch in de Belfortkelder. 

(Archief RD)


 DE CULTURELE PUT

Gelijktijdig met de opening van ‘Vertikaal’ publiceren de musketiers het eerste nummer van het ‘literair, kunstkritisch en polemisch’ tijdschrift BOM. Het gestencilde blad vertoont heel wat gelijkenissen met de provoblaadjes en brengt inhoudelijk ook proza en cultuurkritiek. De filosofie achter het tijdschrift is om "antimilitaristisch te zijn, af te rekenen met politieke corruptie, kerkelijke dwang, morele en seksuele schijnheiligheid en het schuwen van elke vorm van luxe en snobisme". Zo kraakt René Vinck in het eerste nummer de op stapel staande bouw van het Cultureel Centrum in de Molenstraat af omdat hij vreest dat: “een partijlidkaart nodig zal zijn om er als kunstenaar aan de bak te komen!”. De bouw van het CC moet zich door jarenlange procedures en onvoorziene bouwkundige problemen slepen.

De volksmond heeft het over de ‘culturele put’ omdat massa’s beton worden gestort in de funderingen. Bij de graafwerken is gebleken dat er zich drijfzand in de ondergrond bevindt, daardoor geraken de ondergrondse verdiepingen nooit waterdicht. De voorziene overheidssubsidies komen bovendien, als gevolg van politieke vertragingsmanoeuvres, maar met mondjesmaat vrij. Hier had het eerste culturele centrum van Vlaanderen moeten staan, maar finaal loopt de afwerking jarenlang vertraging op. De plaatselijke middenstand organiseert in 1970, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, zelfs een eindejaarstombola met de vraag ‘Raad het juiste uur’, een sarcastische verwijzing naar de lange duur van de werken en het feit dat de bouwput en de houten omheining de winkelstraat ontsieren.

(Archief RD)



Van 27 tot 30 oktober 1971 word de omheining van de bouwwerf gebruikt voor een muurschildering. De kunstenaars Josè Goemaere, Guy Leclercq, Herman Van den Broecke  en Lionel Vinche zetten hiermee hun tentoonstelling, die doorgaat in het Oud-Hospitaal (20/11 tot 11/12), in de spreekwoordelijke verf. De schilderingen op de omheining zijn afbeeldingen met de politieke en sociale thema’s van het moment: oorlog en kapitalisme.


(Bom 2, Archief RD)

PORNOGRAFIE

BOM gaat tekeer tegen alles wat traditioneel en burgerlijk is. Er vormt zich een beperkte kern van medestanders die zich later in de verschillende domeinen van het stadsleven zullen manifesteren. In augustus 1966 publiceert BOM de bibliofiele uitgave 'Chaos' met 15 gedichten van Cyril Temmerman geïllustreerd met zeefdrukken van Walter Schelfhout. Cyril Temmerman schreef de gedichten tussen 1956 en 1966. Met titels als ‘Vietnam’, ‘Onmacht’, ‘Antithese’ en ‘Chaos’ zijn ze met hun provocerende meningen een weerspiegeling van de tijdsgeest. Het tweede BOM-nummer wordt, na een klacht van de pastoor van de H. Hartparochie door het parket van Dendermonde in beslag genomen omdat Walter in een kortverhaal de liefdesdaad met zijn eega beschrijft, wat als zuivere pornografie wordt bestempeld. Het tijdschrift haalt daarmee de krantenkoppen en gaat de geschiedenis in als het als eerste ‘literair blad’ dat in Vlaanderen in beslag wordt genomen. Finaal zullen van BOM vijf nummers worden gepubliceerd. (vervolgt)



[1] Links’ is een in Aalst ontstane politieke beweging binnen de Belgische Socialistische Partij (BSP) die onder de impuls van Marcel Deneckere (1923-1983), licentiaat Romaanse filologie en in 1958 kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Aalst, tot stand is gekomen.De beweging heeft jarenlang haar invloed gehad als drukkingsgroep binnen de BSP. Op 13 april 1984 onderneem ik samen met Herman De Geest, medestichter van ‘Links’, en volksvertegenwoordiger Jacques Timmermans een poging om de beweging nieuw leven in te blazen. De druk bijgewoonde vergadering, in het Volkshuis van Ninove met alle BSP-tenoren uit de Denderstreek, komt tot de vaststelling dat links behoudens het aanzwengelen van de 'politieke debatcultuur' ook moet opboksen tegen de invloed van de welvaartsstaat die de werknemers in haar greep heeft en de reactie verlamd. Een vervolgvergadering blijft uit.

 



LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST NA 1960 [D1]

 

PROLOOG: DE FABRIEKSTAD DOOFT UIT

Begin van de jaren zestig komen de vakbonden en politieke partijen in Aalst op straat om van de overheid vervangende tewerkstelling te eisen voor de uitdovende textielindustrie. Ook de brouwerijen moeten er aan geloven en dus lopen de werkloosheidcijfers hoog op. Tijdens betogingen vertrekken de socialisten en de katholieke vakbonden stoetsgewijs vanuit hun eigen lokalen naar een gemeenschappelijke plaats waar een meeting wordt gehouden. Een houding die voortvloeit uit de periode van het Daensisme dat in feite dezelfde sociale doelen nastreefde als de socialisten maar er toch nooit mee samenwerkte. 

De verzuiling van het gemeenschapsleven drukt op de culturele ontwikkeling van de stad. Alle politieke strekkingen hebben hun eigen bibliotheken, toneelgezelschappen, fanfares, jeugdclubs en zelfs sportclubs. Ik maak deel uit van de stedelijke jeugd- en cultuurraad waar elke strekking op haar strepen staat. Voor elke beslissing koppelt iedereen terug naar de politieke strekking die hij of zij vertegenwoordigt. Er zijn maar enkelen bereidt om de levensbeschouwelijke en politieke tegenstellingen te overbruggen. De culturele verenigingen De Rank, Willemsfonds en de Lodewijk de Raet Stichting slagen er met de grootste voorzichtigheid in om samen voordrachten te organiseren over ethische onderwerpen en de Vlaamse identiteit.

 De fabrieksstad, door Louis Paul Boon zo typerend beschreven in zijn romans, dooft uit maar de verzuiling leeft verder in de politieke gelederen. Kunst en cultuur zijn de reddende engel voor stadsgenoten die uit het verzonken schip willen ontsnappen en vooruitgang nastreven.

Roger D'Hondt
(tekening koptekst Anne-Mie Van Kerckhoven, figuur Jo Corthals)

HOE HEDENDAAGSE KUNST IN AALST VOET AAN WAL KREEG


1960. Ik ben 12 jaar als ik een eerste keer in contact kom met kunst. Familieverbanden brengen mij bij Maurice Matthys, die in de Molenstraat 44 een winkel van sieraden en een kunstgalerij met zijn naam uitbaat. Ze is gevestigd in de fel met spots verlichte poort naast de winkel. Het is de eerste galerie voor moderne kunst die naam waardig in Aalst. Men kan er werken bekijken van Jan Burssens, Octave Landuyt, Maurits Van Saene en Fons Roggeman, kunstenaars met een opstandige reputatie in de Vlaamse kunstwereld. Fons Roggeman is bovendien Aalstenaar en laureaat van de Valerius De Saedeleerprijs[1]. In januari 1960 zal er, op initiatief van het stadsbestuur, een tentoonstelling doorgaan met door kunstenaars ingezonden ontwerpen voor de integratie van een kunstwerk in de nieuwe stadsmeisjesschool in de Binnenstraat. Een primeur![2] Ik maak er later kennis met kunstenaar Walter Schelfhout (°Aalst) die in de vitrine enkele zelfgemaakte in glazuur uitgevoerde juwelen tentoon stelt. Er ontstaat meteen een hechte band tussen mij en Walter. Tijdens onze urenlange gesprekken in het verloop der jaren, hebben wij het steevast over de abstracte kunst en haar toekomst. In 1968 geef ik mijn eerste spreekbeurt voor een kunstpubliek tijdens de opening van zijn tentoonstelling in de galerij Humanior te Gentbrugge en publiceer veelvuldig over zijn oeuvre.

Links ikzelf midden Maurice Matthys rechts mijn neef Rudi
(foto familiearchief)

De woning in de Molenstraat zal na Maurice Matthys nog jarenlang een pleisterplaats zijn voor kunstzinnige activiteiten. Roland van Styvendaele en zijn vrouw ‘Mietjen’, bekende café-uitbaters op de Grote Markt, verhuizen hun ‘Taverne Dirk Martens’ naar deze plaats, waarna hun zoon Mario Van Styvendaele, die onder de artiestennaam Luc De Groot in het vrije radiocircuit bekendheid verwerft, het café begin deze eeuw overneemt. Het is kunstzinnig ingericht met affiches van Louis Paul Boon tot Andy Warhol, kunstwerken en antieke prullaria en het kan bogen op een cliënteel van cultuurbeoefenaars en toogfilosofen. Maar het zal ook de thuishaven worden van Werkgroep Informatie Actuele Kunst (WIAK) die ik in 1973 samen met ceramiste Lieve De Pelsmaeker uit Erembodegem opricht.

OP VERKENNING

Tot mijn vaste uitstappen behoren op zondagvoormiddag bezoeken aan de tweedehandsmarkt op de Varkensmarkt, in de volksmond "da' met". Een van de handelaars is gespecialiseerd in antiek en kunstwerken van verschillende aard. Ik zal er, als 14 jarige, mijn eerste aankoop doen van een 'schilderij op doek'. Het stelt een mooi winterlandschap voor vergelijkbaar met het oeuvre van de in Aalst geboren Leie schilder Valerius De Saedeleer, maar het wekt mijn enthousiasme op omdat het op doek is geschilderd, redelijk groot uitvalt en dus een mooi alternatief is voor de reproducties bij ons thuis. Ik koop het voor een prijsje als cadeau voor Moederdag. Als ik er mee thuiskom kijken mijn ouders verbaasd op. Ik heb het gekocht met mijn bij elkaar gespaarde zondagse pree en dat lijkt op verspilzucht. Ik moet mijn ouders overtuigen van de meerwaarde van echte kunstwerken tegenover reproducties. Mijn keuze voor doek en verf slaat duidelijk aan en het maakt van mij definitief een bewonderaar en beginnende verzamelaar. De kiemen zijn gelegd, het ijs is gebroken. Van dan af laat ik niets onverlet om naar tentoonstellingen te gaan. 

De Belfortkelder op de Grote Markt is een pleisterplaats voor aankomend talent. De stad heeft er onder het bewind van cultuurschepen Bert Van Hoorick voor gekozen om de kelder als moderne tentoonstellingsruimte in te richten en 'gratis' ter beschikking te stellen van jonge plaatselijke talenten. In ruil voor ruimte, licht en verwarming moeten de exposanten aan de stad een werk afstaan, die zo een mooie verzameling verwerft. Het selectiecriterium is dat je geen commerciële doelen mag nastreven.

Vermomd  als de Joodse krijgsheer met het ooglapje Moshe Dajan decoreert
    L.P. Boon. kunstenaar Dirk Van der Elst in het cultuurcafé  Papadoc in Berlare             (foto archief DVDE).

Aalst is in de jaren 1965-1970 ook een provinciestad waar jonge kunstenaars zich manifesteren. Er is de aantrekkingskracht van de spirituele Louis Paul Boon enerzijds en de Academie voor Schone Kunsten (ASK) anderzijds die een aantal kunstenaars aflevert die hun plaats opeisen in de kunstwereld en furore maken in Vlaanderen en Brussel[3]. Tot die nieuwe generatie behoren onder meer de postabstracte schilder René Bekaert, Wilhelm Mechnig die uit Keulen in onze stad is neergestreken, René Vinck die op een stijlvolle wijze de naïeve kunst beoefent, de flamboyante Jan Sanders laureaat van de ‘Jeune Peinture Belge’ (1967) die gans zijn leven auto's zal schilderen en Luc Hoenraet, de materieschilder, die zich tijdens het schilderen verslaaft aan de sax van jazzmuzikant John Coltrane, Dirk van der Elst en Walter Schelfhout.

In 1969 wordt Walter Schelfhout met drie werken geselecteerd voor het prestigieuze 'Forum voor grafiek' in de Sint-Pietersabdij in Gent. Wij zijn er samen aanwezig tijdens de opening waar ik kennis maak met Karel Geirlandt, de gezaghebbende voorzitter van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent. Hij zal mij later (13 mei 1977) vragen om toe te treden tot de stichtende leden en het bestuur van Jeugd en Plastische Kunst (JPK) in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, als Vlaamse tegenhanger van de bestaande Franstalige afdeling[4].

(vervolgt).



[1] Prijs die toegekend wordt aan leerlingen van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten die bijzonder zijn opgevallen.

[2] 1986, Vlaams parlement stemt decreet voor het integreren van kunst in openbare gebouwen van de ondergeschikte besturen.

[3] Jan Sanders en Luc Hoenraat verhuizen al snel naar Brussel en zoeken er hun weg in het populaire galeriecircuit van de hoofdstad.

[4] Andere leden zijn ondermeer Erik Antonis, Flor Bex, Marc De Cock, Yves Gevaert, Jan Hoet, Phil Mertens, Marcel Boon en Paul Delmotte.


LEVEN MET KUNST EN POLITIEK IN AALST, NA 1960 [D21]

  PERFORMANCE ART FESTIVAL Performance Art Festival : boven reuzegrote poster, onder performance Boegel en Holtappels (foto RD/Archief New R...